Over privacy en dingen die voorbij gaan

door Corien Prins

op 11 januari 2008 in Vooraf

Afbeelding bij Over privacy en dingen die voorbij gaan

Er is geen dag of deze is gewijd aan een beroepsgroep, ziekte dan wel een of ander meer of minder belangwekkend thema. Zo trekt het jaar aan ons voorbij via secretaressedag, wereld aidsdag, dag van de mensenrechten en zo meer. Over 10 dagen – zondag 28 januari 2008 – ‘vieren’ we internationale privacydag. In 27 Europese landen, de Verenigde Staten en Canada wordt met publiekscampagnes, bijeenkomsten op scholen en andere initiatieven gehoor gegeven aan de oproep van de Raad van Europa en Europese Commissie om het belang van privacy nog eens onder onze aandacht te brengen. De keuze voor 28 januari is niet toevallig: het is de dag waarop in 1981 het belangrijkste internationale privacyverdrag, Conventie 108 van de Raad van Europa, werd vastgesteld.

Welke activiteiten we zondag de 28e voor ons land tegemoet kunnen zien blijft afwachten. Van grootschalige aankondigingen van ludieke acties, protestmarsen, praatprogramma’s op televisie of andere discussiebijeenkomsten is nog geen sprake. Maar wie weet, mag de voorzitter van het College Bescherming Persoonsgegevens op het laatste moment in Buitenhof aanschuiven om te discussiëren over privacy en het huidige politieke klimaat in ons land. Of mag hij antwoord geven op de vraag waarom in Duitsland wel en in ons land niet, ruim dertigduizend burgers te hoop lopen om bij het hoogste rechtscollege een aanklacht in te dienen tegen de totaalsurveillance die met wetgeving en technologie is gecreëerd. Maar wellicht moeten we vaststellen dat er ook maar weinig te verwachten valt van een land dat matig scoort op de jaarlijkse privacyranglijst van het Engelse bureau Privacy International en Amerikaanse Electronic Privacy Information Center. Een land waarvan bovendien expliciet werd opgemerkt dat het internationaal te weinig leiderschap toont bij het initiëren van maatregelen ter bescherming van privacy.

Nu valt er natuurlijk te discussiëren over de vraag wat dergelijk internationaal leiderschap zou moeten inhouden. En wie dat leiderschap de komende tijd dan wel niet heeft te tonen. Voor mij staat vast dat we hier in ieder geval de politiek op mogen aanspreken. Internationaal leiderschap zou bijvoorbeeld zichtbaar worden als onze minister van Justitie, gesteund door het recente advies van de permanente commissie van deskundigen in migratie- en strafrecht (Commissie-Meijers), binnenkort op Europees niveau krachtig stelling neemt tegen de voorgestelde wijziging van de Eurodac-verordening. Een politicus die privacy serieus neemt verlangt op z’n minst van de collega’s een fundamentele discussie over de keerzijde van plannen om Eurodac – de Europese databank voor vingerafdrukken van asielzoekers – ook voor opsporingsdoeleinden te gebruiken. Function creep is de mooie term voor de kennelijk zo simpel te zetten stap om de oorspronkelijke doelstelling van een databank (in dit geval vaststellen of asielzoekers al eerder in een andere lidstaat asiel hebben aangevraagd) op te rekken tot een ander en veel verdergaand oogmerk. Leiderschap betekent hier: vraagtekens zetten bij de stap om de impliciete relatie tussen asielzoekers en criminaliteit te leggen.

Leiderschap moet wat mij betreft ook de toezichthouder, het College Bescherming Persoonsgegevens, in daden tonen. Een toezichthouder die in dit blad aankondigt dat de komende internationale privacydag een uitgelezen kans is om via mediagenieke kopstukken de overheid onder druk te zetten om tot een oplossing van het privacyprobleem te komen, kan en mag zelf niet de handen in de zakken houden en afwachten of iemand eens wat gaat organiseren. Juist in een land als het onze, dat zich van oudsher kenmerkt door burgers die vertrouwen en niet wantrouwen als vertrekpunt voor hun relatie met de overheid nemen, is het aan de toezichthouder om meer te doen dan uitsluitend vanuit het Haagse met mond en pen het kritische geluid te belijden.

Leiderschap mag natuurlijk ook van juristen, techneuten (goedwillende hackers van databanken, chipkaarten en andere systemen), media, wetenschappers en ons – burgers – worden verwacht. Maar eenvoudig zal dat niet zijn. Ons land heeft geen traditie en daarmee in feite ook nauwelijks instrumentarium om, zoals dat actief in de VS gebeurt, via juridische procedures de overheid ter verantwoording te roepen over privacy-afkalf-maatregelen. Bovendien: de combinatie van deze maatregelen en gehanteerde technologie om de uitvoering daarvan te faciliteren is dermate complex dat burgerinitiatieven om privacyconsequenties aan de kaak te stellen bij voorbaat op achterstand staan. Het ontbreekt hen gewoon aan benodigde kennis of voorzieningen om die te verwerven. Datzelfde geldt voor organisaties als de Consumentenbond en de in deze tijd zo noodzakelijke parlementaire waakzaamheid op het dossier privacy: het is voor een gemiddeld kamerlid of kamerfractie welhaast onmogelijk om nog serieus inhoudelijk tegenwicht te geven bij de kamerbehandeling van complexe initiatieven als bijvoorbeeld het eind 2007 ingevoerde Burger Service Nummer. Op veel van deze initiatieven hebben ambtenaren zich vaak al jaren zowel politiek-strategisch als materieel-technisch kunnen voorbereiden. Wellicht moeten we het echter gewoon eens – naar voorbeeld van het nieuwe VPRO-programma Landroof – over een geheel andere boeg gooien. Laten we als juristen en burgers de media interesseren prime-time zendtijd in te ruimen voor een serieus programma of ludieke show met de naam Privacyroof.

Maar wellicht is leiderschap bij privacybescherming een droom waar we niet langer op moeten hopen. Zal ik me erbij neer moeten leggen dat dit fundamentele belang waar we ooit massaal te hoop voor zijn gelopen en we gloedvol op 28 januari 1981 via het Verdrag van de Raad van Europa handen en voeten aan hebben gegeven, al lang is kapotgeslagen door terrorismedreiging, veiligheid, consumentisme, onverschilligheid en gebrek aan leiderschap. Privacy is toch immers niets meer of minder dan veel van die andere dingen die gewoon voorbij gaan?

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2008/03.

Bron afbeelding: Nationaal Archief

  • email
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Hyves
  • Google Bookmarks
  • NuJIJ
  • eKudos
  • LinkedIn
  • MSN Reporter
  • Twitter
  • Reddit

{ 0 reacties }

Reageren

Vorige post:

Volgende post: