Sub judice veritas

door Paul van der Heijden

op 21 maart 2008 in Vooraf

Afbeelding bij Sub judice veritas

Ooit was geduld een schone zaak. Die tijd is lang voorbij: politici, bestuurders, burgers gunnen zich geen of nauwelijks tijd meer om zich een oordeel over een kwestie te vormen, het moet meteen. En voor politici geldt: meteen op radio, tv of internet. Dat geldt voor reacties op, vaak dikke, rapporten die zijn verschenen en ook voor gebeurtenissen die de maatschappij beroeren. Deze ontwikkeling zet oude en vertrouwde beginselen onder druk.

Van tijd tot tijd ontstaat discussie over uitlatingen van Tweede Kamerleden, zoals bijvoorbeeld recent mevrouw Verdonk, betreffende onder de rechter zijnde strafzaken. Het gaat dan om strafzaken die veel in de publiciteit zijn, grote commotie hebben doen ontstaan en aanleiding tot veel opinies zijn. Vanuit de gedachte van de Trias Politica wordt dan wel het beginsel in herinnering geroepen dat leden van de wetgevende macht zich niet hebben uit te laten over het onder handen werk van de rechterlijke macht. Vanuit de gedachte dat de rechterlijke macht in onpartijdigheid en onafhankelijk haar werk moet kunnen doen, is het niet passend om zich gedurende dat werk al uit te laten over de gewenste uitkomsten ervan. Ook wordt het sub judice-beginsel wel uitgelegd zodanig dat de media zich terughoudend dienen op te stellen bij het geven van aandacht aan, of het becommentariëren van zaken die in behandeling onder de rechter zijn. Het gaat niet altijd alléén om strafzaken, ook kwesties die bijvoorbeeld bij de Ondernemingskamer aanhangig zijn, kunnen op veel gelijktijdig commentaar rekenen. Twee ontwikkelingen zetten het sub judice-beginsel onder druk. In de eerste plaats, zoals boven al aangeduid, de grote druk die uitgaat van de moderne nieuwe media en het publiek dat gewend is geraakt aan snel geformuleerde meningen over in de actualiteit zijnde onderwerpen. Een politicus wie gevraagd wordt om een mening over een onderwerp zal niet zo gauw meer kunnen zeggen die mening nog niet tot uitdrukking te willen brengen omdat hij eerst wil wachten tot de rechterlijke macht haar werk heeft gedaan. De druk is heel groot om er meteen iets van te vinden. Publiciteit is voor politici belangrijk, evenals het bedienen van de achterban. Allemaal begrijpelijk en misschien ook niet zo erg. Tenslotte mogen we ervan uitgaan dat de leden van onze rechterlijke macht zodanig zijn gevormd en geschoold dat zij temidden van alle publicitaire tumult in onpartijdigheid en onafhankelijk hun werk kunnen blijven doen. Een tweede element dat een rol speelt bij de afbrokkeling van het sub judice-beginsel ligt in de rechterlijke macht zelf. Als gevolg van een aantal geruchtmakende zaken waarbij duidelijk fouten waren gemaakt door de oordelende rechters is het vertrouwen in de strafrechtspraak afgenomen. Dat afnemen van vertrouwen geldt helaas overigens ook voor andere verantwoordelijke deelnemers in de samenleving. Het aloude ‘trust me’ is vervangen door ’show me’ , en nog vaker door ‘prove it to me’.

In ons land is het sub judice-beginsel geen rechtsregel, zoals bijvoorbeeld in het Verenigd Koninkrijk, waar via het leerstuk van de ‘contempt of court’ het beginsel tot het positief recht behoort. Dat leidde tot zaken voor het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, waar bijvoorbeeld het The Sunday Times-arrest (1979) de vrijheid van meningsuiting genuanceerd prefereerde boven het sub justice-beginsel.

In ons land is het meer te beschouwen als een fatsoensregel, die onder de druk van de wijziging van maatschappelijke gedachten over fatsoen nogal komt te vervagen. Daar hoeft geen hartelijke instemming mee betuigd te worden, maar anderzijds is het ook weer niet zo dat de beschaving er mee teloor gaat. Het doet eens te meer een beroep op de onpartijdige en onafhankelijke rechterlijke macht om kwalitatief uitstekend werk af te leveren, waardoor de samenleving het vertrouwen in dat deel van de Trias Politica blijft behouden. Maar ook blijft belangrijk voor de rechterlijke macht om te communiceren over haar rol in de democratische rechtsstaat. Aanwezigheid op plaatsen in de samenleving waar bijvoorbeeld in het onderwijs deze rechtsstaat aan de orde is, of aanwezigheid in de media waar dit onderwerp wordt besproken, kan daarbij geen kwaad. Ook de rechterlijke waarheid verdient het – naast de politieke – ruimschoots te worden gecommuniceerd.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2008/12.

Bron afbeelding: Eddi 07

  • email
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Hyves
  • Google Bookmarks
  • NuJIJ
  • eKudos
  • LinkedIn
  • MSN Reporter
  • Twitter
  • Reddit

{ 2 reacties }

{ 2 reacties… lees hieronder of reageer }

1 brack 26 maart 2008 om 14:20

Het is onwaarschijnlijk dat Van der Heijden dit “Vooraf” geschreven heeft. Ik denk dat in werkelijkheid Johan Cruyff de auteur is; vergelijk de zin (ongeveer in het midden van het stuk) “Een pliticus WIE gevraagd wordt …”.

2 jus_cogens 26 maart 2008 om 17:30

Dat lijkt me niet verkeerd: http://www.onzetaal.nl/advies/diewie.php.

Johan Cruyff als gastauteur van een Vooraf zou overigens wel leuk zijn.

Reageren

Vorige post:

Volgende post: