Belangrijke mensen in het recht: Lucia de B., Hammerstein en Kooiker

door Ton Hartlief

op 10 april 2008 in Vooraf

Afbeelding bij Belangrijke mensen in het recht: Lucia de B., Hammerstein en Kooiker

Hebt u vernomen dat op 1 februari jl. een belangrijke nieuwe verzekeringsplicht is afgekondigd? Werkgevers dienen een ‘behoorlijke’ verzekering af te sluiten ten behoeve van werknemers ‘wier werkzaamheden ertoe kunnen leiden dat zij als bestuurder van een motorvoertuig betrokken raken bij een verkeersongeval’. Heeft u niets gehoord over een parlementair debat over de ‘voors’ en ‘tegens’? Mocht u het Staatsblad erbij willen pakken, dan moet ik u teleurstellen. Dit nieuwtje was alleen te vinden in het lijfblad voor civilisten: de Rechtspraak van de Week. Niet de wetgever heeft deze verzekeringsplicht afgekondigd maar de Hoge Raad in een zaak waarin Kooiker de hoofdrol speelt (uitspraak). Deze taxichauffeur raakte in 1994 ernstig gewond bij een aanrijding met een trein. De zaak tegen zijn werkgever levert werkgeversaansprakelijkheid op voor zover hun werknemers door het ontbreken van een behoorlijke verzekering schade hebben geleden. Iets om bij stil te staan in deze krant van Juridisch Nederland? Opmerkelijk is het zeker, al was het maar omdat verzekeringsplichten buiten de sociale zekerheid uitzonderlijk zijn. De wetgever heeft zich niet bekommerd om verplichte verzekering van de aansprakelijkheid voor arbeidsongevallen en beroepsziekten ex art. 7:658 BW. De verzekeringsplicht voor arbeidsgerelateerde verkeersongevallen wordt door de Hoge Raad, alsof dat rotsvaste bodem is, gegrond op ‘goed werkgeverschap’ (art. 7:611). Voor de basisaansprakelijkheid, art. 7:658, geldt dus geen verzekeringsplicht, voor een aansprakelijkheid die daar vlak naast ligt wel. Opmerkelijk dus, maar ook aanleiding voor Kamervragen of een verontrust commentaar in NRC Next? Zou het onderwerp tot zijn recht komen tussen berichten over de gevolgen van Fitna, de vrijlating van Lucia de B., de nieuwe politie-CAO? Zelfs het voornemen van minister Ter Horst om onze Grondwet nieuw leven in te blazen is sexier.

Tja, eerder dus een thema om schouders bij op te halen. Ik verwacht zelfs geen steun in eigen kring. Civilisten zullen mij tegenwerpen dat er weinig nieuws onder de zon is. Dat de verzekeringsplicht een logisch uitvloeisel is van enkele eerdere arresten uit 1992, 2001 en 2002. En inderdaad, de Hoge Raad deed daarin steeds iets voor werknemers die betrokken raakten bij een verkeersongeval. Maar wát precies? Je voelde op je klompen aan dat de arresten betekenis zouden hebben voor andere gevallen maar welke liet de Raad aan de fantasie van de praktijk over. Een gestage stroom aan uitspraken van lagere rechters over de reikwijdte van de rechtspraak van de Hoge Raad is het gevolg: valt woon/werkverkeer er onder en heb je werkelijk recht op volledige vergoeding? De Hoge Raad werd tot antwoorden geroepen eind 2007 en nu dus in februari 2008. 16 jaar na het eerste arrest weten we duidelijk meer, maar nog lang niet genoeg. Wedden dat de jongste arresten opnieuw vele vervolguitspraken zullen uitlokken? Niet alleen over wat destijds (1994 bijvoorbeeld, want Kooikers zaak loopt nog) de verzekeringsmogelijkheden waren, over de maatschappelijke opvattingen omtrent het dekkingsniveau, maar ook over de reikwijdte: nog steeds weten we niet welk woon-werkverkeer er onder valt en evenmin hoe het ongemotoriseerde werknemers vergaat. Geldt hier nu ook een verzekeringsplicht?

Wat is de balans van 16 jaar rechtsontwikkeling? 6 à 7 arresten van de Hoge Raad, een veelvoud daarvan aan lagere uitspraken en nog immer weten werkgevers en werknemers niet precies wat ‘goed werkgeverschapâ’ inhoudt, niet waar het ongevallen die al hebben plaatsgehad betreft, maar zelfs niet voor de toekomst. De werkgever weet niet precies wanneer hij een verzekering heeft afgesloten die aan de maat is, de werknemer niet wanneer hij met recht meer kan vorderen dan de verzekeraar van de werkgever hem aanbiedt.

Ach ja, zult u zeggen, ‘zo is ons stelsel nu eenmaal’. De Hoge Raad is méér dan derde instantie, doet niet alleen aan rechtsbescherming, maar bewaakt ook de rechtseenheid en geeft ontwikkeling aan het recht, zij het als bijproduct van individuele procedures. Hij doet dus aan rechtsvorming, maar is daarbij, in vergelijking met de wetgever, nogal gehandicapt: hij heeft minder tijd, minder ruimte voor het scherpen van de gedachten in een inhoudelijk debat, minder informatie ook. Maar daar gaan we wat aan doen. In februari kwam namelijk ook Versterking van de cassatierechtspraak uit, het rapport van de Commissie Hammerstein. Als het aan haar ligt, ligt een accentverschuiving van rechtsbescherming naar rechtsvorming in het verschiet. De normstellende rol van de Hoge Raad zou in de toekomst centraal moeten komen te staan. De commissie denkt hardop na over een verlofstelsel om alleen werkelijk belangrijke zaken te selecteren, maar ook over uitbouw van het instituut van de cassatie in het belang der wet en over de mogelijkheid voor lagere rechters prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad om te vermijden dat ‘rechtsvragen waarvan aannemelijk is dat maatschappelijk behoefte bestaat aan een richtinggevende uitspraak van de Hoge Raad, de cassatierechter niet of niet tijdig bereiken’. Verder speelt zij met de gedachte belanghebbenden gelegenheid te geven commentaar te geven en informatie te verstrekken.

Ik kan het allemaal plaatsen, maar weet niet of we er goed aan doen de Hoge Raad aan te kleden als een soort wetgever, terwijl het fundamentele punt, de taakverdeling tussen wetgever en rechter, nauwelijks belicht wordt. Ik vraag mij niet alleen af of werkgevers en werknemers werkelijk beter af waren geweest in een ruim opgezet stelsel van cassatie in het belang der wet en prejudiciële vragen, ik houd vooral het gevoel dat de materie is opgepakt door het verkeerde Haagse instituut. Deze vorm van ‘wetgeving’ hoort bij de Staten-Generaal thuis. De Hoge Raad had het daar kunnen agenderen door het buiten zijn rechtsvormende taak te verklaren. Natuurlijk vrees ik dat de Tweede Kamer dan andere prioriteiten stelt. En ik vind ook wel dat zij teveel met zichzelf bezig is en te weinig met oplossen van maatschappelijke problemen door wetgeving. Maar is dat voldoende legitimatie voor een ‘wetgevingsagenda’ van de Hoge Raad op punten die voor de politiek geen issue vormen? Voor de toekomst van de Hoge Raad lijkt mij scherp zicht op wat zijn rechtsvormende taak inhoudt onontbeerlijk. Dat is wat mij betreft de les van 1 februari jl.

Hammerstein, Lucia de B. U zult hen niet vergeten. Zij dragen, ieder op eigen wijze, bij aan de ontwikkeling van ons recht. Vlakt u echter ook Kooiker niet uit.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2008/15.

Bron afbeelding: an untrained eye

Deel dit artikel:

{ 1 reactie }

Reageren

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: