Onlangs verscheen het CBS kiezersonderzoek 2006 over het vertrouwen van burgers in de politiek. Het CBS concludeert dat het cynisme over de politiek is gegroeid. Volgens 66% is er een kloof tussen de burger en de politiek. 93 Procent ondersteunt de stelling dat politici ‘tegen beter weten in’ meer beloven dan ze kunnen waarmaken. Dat ‘ministers en staatssecretarissen vooral op hun eigen belang uit zijn’ vindt 50% van de lage inkomens en 42 procent van de hogere inkomens. De stelling dat je eerder kamerlid wordt door politieke vrienden dan door bekwaamheden beantwoordt 48% met ja. Er is sprake van een toenemende achterdocht jegens de integriteit van politici. Het is niet zo dat burgers de politiek als zodanig de rug toegekeerd hebben. Één op de drie burgers is politiek actief en rondom de verkiezingen is driekwart zeer of tamelijk geïnteresseerd in de politiek en driekwart heeft vertrouwen in het functioneren van de democratie.
Het vertrouwen van burgers in elkaar verschilt in die zin dat mensen met een laag inkomen slechts voor 49% dat vertrouwen hebben, terwijl de andere inkomensgroepen op 60% vertrouwen uitkomen. Opmerkelijk is dat anno 2006 wat betreft het vertrouwen in (inter)nationale instellingen er géén verschil is tussen inkomensgroepen. Veel vertrouwen is er in de rechters, de politie en het leger. Grote bedrijven en ambtenaren genieten het minste vertrouwen van burgers. Ook het vertrouwen in de pers is laag met ongeveer 30%.
Deze meting van vertrouwen in de politiek en instituties anno 2006 is interessant omdat een vergelijking mogelijk is met percepties en meningen in dezelfde periode als het gaat om onze financiële instellingen. Zoals oud-bankpresident Duisenberg stelde: ‘geld is vertrouwen’. Die stelling is het afgelopen jaar bewezen. Vanwege afnemend vertrouwen is de geldhoeveelheid drastisch geslonken, waardoor banken in financiële nood komen. In 2006 liet de Nederlandse bank (DNB) een studie verschijnen onder de titel Vertrouwen, Cement van de Samenleving en Aanjager van de Economie. Het vertrouwen in elkaar is volgens dit onderzoek met 70%, zowel historisch als internationaal hoog. Bankpresident Wellink uitte bij zijn bespreking van de resultaten zijn bezorgdheid over de relatie tussen vertrouwen in instituties en vertrouwen in de economie. In 2005 stelt volgens dit onderzoek slechts eenderde vertrouwen te hebben in het parlement. Het vertrouwen in DNB en financiële instellingen is in 2005 hoog: 80% vertrouwt DNB, 94% vertrouwt de eigen bank, 93% de levensverzekeraar en 74% het eigen pensioenfonds. Het vertrouwen in de euro is laag met 40% en in Europa is het vertrouwen slechts 30%. Het vertrouwen in de financiële instellingen is volgens dit onderzoek verbonden met het vertrouwen in politieke instituties zoals het parlement. Het geringe vertrouwen in politieke instellingen baarde bankpresident Wellink zorgen, omdat het vertrouwen in politieke instituties een negatieve invloed kan hebben op het vertrouwen in de financiële instellingen. Maar recente gebeurtenissen in de commerciële sector leiden onvermijdelijk tot erosie van het vertrouwen in de financiële instellingen. De vertrouwenscijfers anno nu zullen onvermijdelijk lager zijn.
Naast schandalen in grote bedrijven als Albert Heijn en Enron zijn er bij financiële instellingen recent ook ernstige problemen gerezen. De woekerpolissen en eerder de aandelenlease werpen een schaduw over de integriteit van de financiële instellingen. De kredietcrisis is nog niet uitgewoed, maar heeft wel duidelijk gemaakt dat banken veel te lichtvaardig hun financiën gebaseerd hebben op constructies, die ook in directiekamers niet goed begrepen zijn. In de VS en Groot-Brittannië zijn banken omgevallen en weer gered door de politiek in die landen. In de VS en in Groot-Brittannië was kennelijk de inschatting dat het vertrouwen in het financiële systeem onherstelbaar beschadigd zou worden wanneer banken failliet zouden gaan. Ook de ECB heeft ruimhartig financiële steun verleend aan banken in financiële nood. De staat blijkt garant te staan voor onverstandig privaat financieel beheer. Moet de staat die rol wel vervullen, omdat anders het vertrouwen van burgers wel eens heel drastisch zou kunnen teruglopen? Economen wijzen op het ongezonde van deze politieke keuze. Juist omdat banken staatssteun krijgen als ze dreigen om te vallen, zijn ze te roekeloos op de financiële markten. En bankpresident Wellink heeft recent een waarschuwend woord gesproken over duurzame steun van centrale banken. Wat zal de reactie van de overheid zijn als in een van de Eurolanden een bank dreigt om te vallen? Staatssteun, of het verlies aan vertrouwen bij burgers voor lief nemen? En welke impact heeft dat weer op het vertrouwen van de burger in de politiek?
Er is nog een tweede punt waar bankpresident Wellink zich zorgen over maakte: de afstand van de politiek ten opzichte van het monetaire beleid. Die afstand is noodzakelijk omdat politici in slechte economische tijden vaak aandringen op foute keuzes. Zoals wederom Duisenberg het stelde: ‘Ik hoor politici wel, maar ik luister niet’. Monetaire stabiliteit vormt de kern van het vertrouwen in het financiële systeem. Onlangs werd bekend dat president Sarkozy in zijn rol van EU-voorzitter pleitte voor politieke invloed op het beleid van de Europese bank. Een beginpunt daarvan zou zijn het openbaar maken van de notulen van de Europese bank. Dit vormt een breuk met de traditie van politieke non-interventie. Probleem is dat de politieke wensen van de verschillende EU-lidstaten ten aanzien van het monetaire beleid met de economische teruggang in de komende maanden steeds meer uiteen zullen gaan lopen. Dat vormde ook het grote risico bij de invoering van de Euro: wat als het slechter gaat? Het vertrouwen in de Euro is gediend met afzijdigheid van de politiek bij het monetaire beleid.
Staatssteun bij omvallende banken en politieke wensen ten aanzien van monetair beleid: op die wijze blijkt het vraagstuk van het vertrouwen in de financiële instellingen en in de politiek heftig met elkaar verstrengeld. De kunst is op de lange termijn meer afstand te houden.
Dit Vooraf is verschenen in NJB 2008/29.
Bron afbeelding: Erwint
{ 1 reactie }


{ 1 trackback }