Demonstreren op de stoep van de politicus

door Folkert Jensma

op 30 december 2008 in De Uitspraak

Afbeelding bij Demonstreren op de stoep van de politicus

Op hoeveel bescherming van de privésfeer hebben politici recht? En hoe indringend mag een burger demonstreren? De rechtbank Breda en het Hof Den Bosch zijn het niet eens.

De zaak. Justitie vervolgt een burger wegens belaging, het herhaaldelijk lastig vallen van een ander, in dit geval een gedeputeerde van de Provincie Brabant. En daarmee het inbreuk maken op diens persoonlijke levenssfeer. De rechtbank veroordeelt tot drie maanden voorwaardelijke celstraf met een proeftijd van 2 jaar. Het Hof geeft echter vrijspraak.

Wat zijn de feiten?

De verdachte is een vader die uit de ouderlijke macht is ontzet. Hij wil misstanden bij de jeugdzorg onder de aandacht brengen. De man wil dat de gedeputeerde zijn dossier bekijkt en probeert daarover met haar een afspraak te maken. Maar hij wordt niet teruggebeld, hoewel dat wel is beloofd.

De verdachte krijgt van een provinciemedewerker wel het privénummer. Hij belt haar daarop ’s avonds thuis op en er volgt een telefoongesprek. De gedeputeerde vraagt wel of de man haar daarna niet meer thuis wil bellen. Dat doet hij niet meer. Hij gaat nu schrijven naar het provinciehuis en kondigt aan ‘op de stoep te verschijnen’ en ‘niet alleen’ als zij hem niet binnen twee weken antwoordt. De gedeputeerde doet daarvan aangifte bij de politie.

De man komt inderdaad demonstreren in haar woonplaats. Eerst belt hij de burgemeester om zich aan te kondigen, zoals voorgeschreven, en gaat dan aan de overkant van het huis van de gedeputeerde op de stoep staan. De rechtbank noteert dat de man daarbij een zwarte toga droeg, leuzen riep en een spandoek bij zich had. En dat de gedeputeerde daar erg bang van werd. Dit herhaalt zich nog twee keer. Een keer blijft de man in zijn auto zitten: een ander neemt zijn demonstratie dan waar. En een keer gaat hij in een meegebrachte tuinstoel op de stoep zitten, weer gekleed in toga. De gedeputeerde belt de politie die de man sommeert te vertrekken. Dat doet hij.

Hoe worden deze feiten gewogen?

De rechtbank vindt dat de man inbreuk maakt op de privacy van de gedeputeerde. En zijn actie wordt ‘onnodig bezwarend’ gevonden. In hoger beroep eist Justitie de voorwaardelijke celstraf tot vier maanden te verlengen. De man zou moeten worden verboden een jaar lang contact te zoeken met de gedeputeerde.

Het Hof ‘begrijpt dat mevrouw zich niet prettig voelde onder de druk die verdachte uitoefende’. Maar zijn pogingen om met haar in contact te komen zijn niet tegen de wet.

De demonstraties voor haar deur zijn dat ook niet. Dat is een geoorloofd middel om een bepaalde problematiek onder de aandacht te brengen. Demonstratievrijheid is een fundamentele waarborg voor de democratie. Demonstreren tegen een politica kan dan ook niet snel worden gezien als belaging. Ook de persoonlijke levenssfeer van politici komt bescherming toe. Maar door hun werk en de publieke belangen waar ze voor staan, ‘dienen zij in hogere mate inbreuken op hun privéleven te dulden dan personen die geen politieke functie uitoefenen’.

Lees hier de berichtgeving in het Brabants Dagblad.

Er kan ook worden gereageerd op Recht en Bestuur. Reacties verschijnen op beide sites.

Bron afbeelding: swanksalot

  • email
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Hyves
  • Google Bookmarks
  • NuJIJ
  • eKudos
  • LinkedIn
  • MSN Reporter
  • Twitter
  • Reddit

{ 8 reacties }

{ 8 reacties… lees hieronder of reageer }

3 Herman van Vliet 30 december 2008 om 17:10

Dit gebeuren toont weer eens aan hoe arrogant politicy kunnen zijn, om burgers die zij zeggen te vertegenwoordigen te negeren.

Deze meneer is netjes en heeft groot gelijk. Nu gelukkig ook gekregen. Het wordt tijd dat politicy leren wie ze dienen moeten.

4 Mortimer 31 december 2008 om 08:51

M.i. zien we hier een voorbeeld van een groot deel van die zogenaamd toenemende “gewelds”-spiraal in de statistieken tegen ambtenaren e.d. Mensen met een bepaald soort macht denken dat ze hun wil kunnen opleggen en daar gaat het fout. De burger is bij voorbaat diegene die zeurt, bij voorbaat diegene die de fout maakt, bij voorbaat ongeoorloofd bezig, bij voorbaat agressief. Vele kwesties zijn echter niet meer dan een geval van weigeren te luisteren naar die burger. De overheid treft nog meer maatregelen tegen de burger die opkomt voor zijn rechten en de spiraal lijkt steeds meer on-omkeerbaar.
Als laatste, het feit dat je ergens niet direct verantwoordelijk voor bent, neemt nog steeds niet je medeverantwoordelijkheid weg bij de uitvoering. Als jij mensen niet helpt, zelfs tegenhoudt, om dan de verantwoordelijken te spreken, dan maak je jezelf verantwoordelijk. Een actieve opstelling waarbij de burger geholpen wordt zijn klachten/probleem eenvoudig in te dienen en die serieus en snel behandeld worden, zal al heel veel schelen. Nu krijg je gewoon nee en de deur gaat dicht. Sorry, maar diegene die de deur dicht gooit is echt verantwoordelijk daarvoor, ondanks dat je niet de regels hebt opgesteld en dat is agressief gedrag als je daarmee rechten negeert.

5 Arthur Ross 31 december 2008 om 16:13

De feiten zijn niet correct weergegeven.
De verdachte heeft namelijk precies één keer voor het huis van de gedeputeerde gedemonstreerd. Een tweede keer werden de honneurs waargenomen door een inmiddels overleden strijdmakker, en wachtte verdachte de loop der dingen af in zijn auto die 250 meter verderop stond geparkeerd.
Voor beide keren was schriftelijk om toelating verzocht bij de burgemeester der gemeente.

Het is intussen wel waarschijnlijk dat sprake is van enige overgevoeligheid aan de kant van de gedeputeerde.
Volgens haar vervatte het vonnis in eerste aanleg een contactverbod tussen verdachte en haar persoon, wat er weer toe leidde dat aan verdachte een reeds toegezegde inspreekbeurt voor de Commissie Zorg, Welzijn en Cultuur van de provincie Noord-Brabant, werd onthouden.
Tijdens de betreffende vergadering zou een rapport van Boer en Croon te Amsterdam worden behandeld, waarin een oordeel werd gegeven over uitbreiding van de provinciale financiering van jeugdzorg.

Verdachte, die al jaren alleen maar complot-achtige tegenwerking had ondervonden vanuit Bureau jeugdzorg, kreeg via zijn politieke contacten een afschrift van dit rapport en hij verzocht om te mogen inspreken tijdens de behandeling ervan.

Doordat de instemming met dat verzoek later om drogredenen werd ingetrokken, werd het openbaar, democratisch verloop van de subsidieaanvraag door Bureau jeugdzorg gefrustreerd.
Dat zegt wel iets over de krasbestendigheid van de zich gedupeerd voelende gedeputeerde.

6 Cees Nierop 5 januari 2009 om 22:22

De uitspraak van het Hof is om twee redenen opmerkelijk:
1. In de gepubliceerde rechtspraak zijn nauwelijks vrijspraken te vinden voor het belagingsdelict. In de rechtspraak wordt relatief snel gesproken van een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. De frequentie en duur van de belaging zijn daarbij niet doorslaggevend. In de rechtspraak over het belagingsdelict zijn diverse veroordelingen te vinden voor belaging die slechts enkele dagen duurde, danwel slechts uit een beperkt aantal confrontaties bestond (14 confrontaties in twee jaar). Cruciaal voor een veroordeling is de ‘indringendheid/intensiteit’ van de belaging. Aan de ‘indringendheid’ worden geen bijzondere eisen gesteld. De belagingsactiviteiten hoeven niet een diepgaande of opmerkelijke schending van de persoonlijke levenssfeer tot gevolg te hebben. Ook is niet vereist dat het slachtoffer zich daadwerkelijk beperkt of bedreigd voelt.
Het gedrag van de demonstrerende burger in deze zaak is mijns inziens dan ook zonder meer als een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer te kwalificeren. De rechtbank had dit goed gezien.
Desalniettemin komt het Hof tot een vrijspraak. Naar het oordeel van het Hof is het gedrag van de demonstrerende burger niet wederrechtelijk; het vloeit voort uit het recht op demonstreren. Hiermee geeft het Hof een ruime uitleg van het begrip ‘wederrechtelijk’. Noch in de wetgeschiedenis van het belagingsdelict noch in de Nederlandse rechtspraak over het belagingsdelict is het begrip wederrechtelijk zo breed uitgelegd. De wetgever wilde ’slechts’ deurwaarders van het delict uitsluiten. De kans is groot dat na deze uitspraak via een beroep op de demonstratievrijheid veel uiterst hinderlijk gedrag getolereerd zal moeten worden. Wat te denken van de ontslagen werknemer die daar langerdurig op ingrijpende wijze tegen demonstreert bij het huis van de werkgever? Is dat belaging of demonstratievrijheid?

Het belagingsdelict is een initiatief-wetsvoorstel van het Tweede Kamer-lid Dittrich geweest die zelf lastig gevallen werd. Door de uitspraak van het Hof is de bescherming die politici aan het delict ontlenen aanzienlijk beperkt. Dat zal Dittrich niet voor ogen hebben gehad toen hij het indiende en verdedigde.

2. In het Amerikaanse recht is in diverse zaken gediscussieerd over de vraag of het het verbieden van stalkingsgedrag de uitingsvrijheid (first amendment) beperkt. Het Californische Court of Appeal stelde in dit verband treffend dat het stalkingsdelict niet zozeer de inhoud van de ’speech’ reguleert, maar “the manner in which the communication is made”. Toepassing van dit criterium in de Nederlandse rechtspraak zou zinvol kunnen zijn ter bescherming van politici: alles mag hen gezegd worden, de wijze waarop het gezegd wordt mag hen alleen niet beperken in hun privédomein. Geen enge mannen of vrouwen voor de deur dus…

Cees Nierop
Auteur van het boek’Liefdesverdriet en Stalking. De reikwijdte van het belagingsdelict in Nederland en Amerika’. Celsus Juridische Uitgeverij, Tilburg.

7 Martin Holterman, Promovendus UT 6 januari 2009 om 15:26

@Cees Nierop:

Me dunkt dat vanuit het Amerikaanse recht hier nog wel een betere oplossing voor te vinden is. De rechtspraak daar maakt inderdaad een onderscheid tussen “content-based regulation” en “time, place, and manner regulation”. Dit is dus “place”. Voor place zegt de vaste rechtspraak van het Federale Hooggerechtshof dat een algemeen, dus niet content-based, verbod mogelijk is om “captured listeners” te beschermen. De belangrijkste plek waar je zulke luisteraars vindt is in hun huis; een verbod op demonsteren voor iemands huis is dus mogelijk. Frisby v Schultz (1988).

Daar zijn alleen wel grenzen aan. Om te beginnen is zo’n verbod alleen mogelijk tegen demonstranten die bij een specifiek huis demonstreren. Een andere prominente recente zaak over “place” is de zaak tegen de Phelpsians, waar een verbod op demonstreren bij begrafenissen als “overbroad” werd vernietigd. Eg. Phelps-Roper v Missouri (2007).

8 Martin Holterman, Promovendus UT 6 januari 2009 om 15:32

Errata: De doctrine die ik bedoelde heet “captive audience”. De uitspraak van het Hof van Beroep in Phelps-Roper v Missouri is uit 2008. Voor een overzicht van alle zaken gevoerd door de Phelpsians tegen dergelijke wetten, zie Wikipedia.

Reageren

Vorige post:

Volgende post: