Op hoeveel bescherming van de privésfeer hebben politici recht? En hoe indringend mag een burger demonstreren? De rechtbank Breda en het Hof Den Bosch zijn het niet eens.
De zaak. Justitie vervolgt een burger wegens belaging, het herhaaldelijk lastig vallen van een ander, in dit geval een gedeputeerde van de Provincie Brabant. En daarmee het inbreuk maken op diens persoonlijke levenssfeer. De rechtbank veroordeelt tot drie maanden voorwaardelijke celstraf met een proeftijd van 2 jaar. Het Hof geeft echter vrijspraak.
Wat zijn de feiten?
De verdachte is een vader die uit de ouderlijke macht is ontzet. Hij wil misstanden bij de jeugdzorg onder de aandacht brengen. De man wil dat de gedeputeerde zijn dossier bekijkt en probeert daarover met haar een afspraak te maken. Maar hij wordt niet teruggebeld, hoewel dat wel is beloofd.
De verdachte krijgt van een provinciemedewerker wel het privénummer. Hij belt haar daarop ’s avonds thuis op en er volgt een telefoongesprek. De gedeputeerde vraagt wel of de man haar daarna niet meer thuis wil bellen. Dat doet hij niet meer. Hij gaat nu schrijven naar het provinciehuis en kondigt aan ‘op de stoep te verschijnen’ en ‘niet alleen’ als zij hem niet binnen twee weken antwoordt. De gedeputeerde doet daarvan aangifte bij de politie.
De man komt inderdaad demonstreren in haar woonplaats. Eerst belt hij de burgemeester om zich aan te kondigen, zoals voorgeschreven, en gaat dan aan de overkant van het huis van de gedeputeerde op de stoep staan. De rechtbank noteert dat de man daarbij een zwarte toga droeg, leuzen riep en een spandoek bij zich had. En dat de gedeputeerde daar erg bang van werd. Dit herhaalt zich nog twee keer. Een keer blijft de man in zijn auto zitten: een ander neemt zijn demonstratie dan waar. En een keer gaat hij in een meegebrachte tuinstoel op de stoep zitten, weer gekleed in toga. De gedeputeerde belt de politie die de man sommeert te vertrekken. Dat doet hij.
Hoe worden deze feiten gewogen?
De rechtbank vindt dat de man inbreuk maakt op de privacy van de gedeputeerde. En zijn actie wordt ‘onnodig bezwarend’ gevonden. In hoger beroep eist Justitie de voorwaardelijke celstraf tot vier maanden te verlengen. De man zou moeten worden verboden een jaar lang contact te zoeken met de gedeputeerde.
Het Hof ‘begrijpt dat mevrouw zich niet prettig voelde onder de druk die verdachte uitoefende’. Maar zijn pogingen om met haar in contact te komen zijn niet tegen de wet.
De demonstraties voor haar deur zijn dat ook niet. Dat is een geoorloofd middel om een bepaalde problematiek onder de aandacht te brengen. Demonstratievrijheid is een fundamentele waarborg voor de democratie. Demonstreren tegen een politica kan dan ook niet snel worden gezien als belaging. Ook de persoonlijke levenssfeer van politici komt bescherming toe. Maar door hun werk en de publieke belangen waar ze voor staan, ‘dienen zij in hogere mate inbreuken op hun privéleven te dulden dan personen die geen politieke functie uitoefenen’.
Lees hier de berichtgeving in het Brabants Dagblad.
Er kan ook worden gereageerd op Recht en Bestuur. Reacties verschijnen op beide sites.
Bron afbeelding: swanksalot
{ 8 reacties }



{ 8 reacties… lees hieronder of reageer }
Mij treft de zorgvuldigheid van de man die contact zoekt met een lid van GS om aandacht te vragen voor misstanden bij de jeugdzorg. GS bellen niet terug. Hij belt de gedeputeerde thuis, die niet gestoord wil worden. Dat respecteert betrokkene, maar hij zoekt wel wegen om zijn zorgen kenbaar te maken. Als een brief onbeantwoord blijft dan kiest hij de weg van het éénmansprotest. Dat is dé manier van een burger om de aandacht te vragen. Het eenmansprotest is de macht van de machteloze.
En hoe machtig blijkt hij: de gedeputeerde is ontdaan en verontrust en stuurt justitie af op deze man die het vredige straatbeeld voor de woning van de gedeputeerde verstoort. De rechtbank vindt dat de man schuldig is, maar het Hof is milder: vrijspraak. Kern van de zaak is dat een politiek figuur macht heeft en daarom wel wat meer incasseringsvermogen moet hebben: “dat zij in een hogere mate inbreuken op hun privé-leven dienen te dulden dan personen die geen politieke functie uitoefenen”, oordeelt het Gerechtshof. Op deze wijze beschermt het hof het eenmansprotest als speldenprik, als lichte irritatie voor het gezag.
Het is jammer dat hier het strafrecht is ingeroepen. Het gaat om iets simpels: een burger vraagt aandacht voor iets wat hem dwars zit. Het recht van petitie, artikel 5 van de Grondwet. Dat is de kern van onze democratie. Deze burger handelt uiterst zorgvuldig, maar wil wel graag één keer serieus gehoor vinden. Maar dat gehoor krijgt hij niet: “Belt u mij liever niet meer!” en post blijft onbeantwoord. Vervolgens escaleert hij. Hij kondigt zijn acties aan en gebruikt de middelen van een eenvoudige burger: hij protesteert. Dat verdient geen strafzaak. Wie niet horen wil moet voelen. Dat geldt ook voor mensen met macht.
Alex Brenninkmeijer is bestuursrechtjurist en nationale ombudsman.
De rechtbank heeft meneer veroordeeld wegens belaging en het Hof heeft hem vrijgesproken omdat hij zijn vrije meningsuiting en zijn demonstratievrijheid uitoefende. Voor je het weet zou je de zaak heel principieel opvatten. Het arrest moet echter niet de indruk wekken dat politici voortaan vogelvrij zijn.
Het bijzondere van het geval is dat twijfelachtig is of meneer zich uberhaupt aan belaging schuldig maakte. Hij heeft de gedeputeerde enkele keren gebeld, waarvan een maal thuis. Daarna heeft hij geprobeerd met haar in haar kantoor een gesprek te voeren , maar ondanks een toezegging werd hij afgewimpeld. En vervolgens heeft hij driemaal gedemonstreerd voor haar huis, overigens met mededeling daaromtrent aan officiële derden. Het Hof is kennelijk minder onder de indruk van het min of meer bedreigende karakter wat in belaging geacht wordt aanwezig te zijn dan de rechtbank was.
Let wel ik zou niet graag in de schoenen van de gedeputeerde staan, want zo’n activist voor de voortuin is natuurlijk heel hinderlijk. Maar politici moeten wat dat betreft misschien een iets dikkere huid hebben, of iets handiger zijn in hun contact met het publiek in die gevallen waarin ze dat publiek niet naar de mond praten. “If you can’t take the heat, stay out of the kitchen”, zeg ik dan maar tegen aspirant politici die wel graag de kiezers vertegenwoordigen maar hen liever niet als critici zien. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft in smaadzaken een vergelijkbare redenering gevolgd.
Het Hof lijkt de vrijheid van demonstratie van meneer principieel voorrang te geven boven het belagingsverbod. In een twijfelgeval als het onderhavige is de uitkomst bevredigend. Maar het kan niet zo zijn dat dit arrest een vrijbrief is om gekozen politici werkelijk te belagen. Het moet niet zo zijn dat politici allemaal het lot van de heer Wilders moeten delen en al helemaal niet dat politici zich niet meer vrij voelen opvattingen te verdedigen en handelswijzen te volgen die niet geheel in overeenstemming zijn met de emoties van alle mensen. Dat is immers onmogelijk, maar vanwege het algemeen belang ook onwenselijk.
Wat dit betreft is het een uitspraak die je zo min mogelijk principieel moet bekijken – juist omdat er op de achtergrond reusachtige principiële vraagstukken op de loer liggen.
Ybo Buruma is hoogleraar strafrecht.
Dit gebeuren toont weer eens aan hoe arrogant politicy kunnen zijn, om burgers die zij zeggen te vertegenwoordigen te negeren.
Deze meneer is netjes en heeft groot gelijk. Nu gelukkig ook gekregen. Het wordt tijd dat politicy leren wie ze dienen moeten.
M.i. zien we hier een voorbeeld van een groot deel van die zogenaamd toenemende “gewelds”-spiraal in de statistieken tegen ambtenaren e.d. Mensen met een bepaald soort macht denken dat ze hun wil kunnen opleggen en daar gaat het fout. De burger is bij voorbaat diegene die zeurt, bij voorbaat diegene die de fout maakt, bij voorbaat ongeoorloofd bezig, bij voorbaat agressief. Vele kwesties zijn echter niet meer dan een geval van weigeren te luisteren naar die burger. De overheid treft nog meer maatregelen tegen de burger die opkomt voor zijn rechten en de spiraal lijkt steeds meer on-omkeerbaar.
Als laatste, het feit dat je ergens niet direct verantwoordelijk voor bent, neemt nog steeds niet je medeverantwoordelijkheid weg bij de uitvoering. Als jij mensen niet helpt, zelfs tegenhoudt, om dan de verantwoordelijken te spreken, dan maak je jezelf verantwoordelijk. Een actieve opstelling waarbij de burger geholpen wordt zijn klachten/probleem eenvoudig in te dienen en die serieus en snel behandeld worden, zal al heel veel schelen. Nu krijg je gewoon nee en de deur gaat dicht. Sorry, maar diegene die de deur dicht gooit is echt verantwoordelijk daarvoor, ondanks dat je niet de regels hebt opgesteld en dat is agressief gedrag als je daarmee rechten negeert.
De feiten zijn niet correct weergegeven.
De verdachte heeft namelijk precies één keer voor het huis van de gedeputeerde gedemonstreerd. Een tweede keer werden de honneurs waargenomen door een inmiddels overleden strijdmakker, en wachtte verdachte de loop der dingen af in zijn auto die 250 meter verderop stond geparkeerd.
Voor beide keren was schriftelijk om toelating verzocht bij de burgemeester der gemeente.
Het is intussen wel waarschijnlijk dat sprake is van enige overgevoeligheid aan de kant van de gedeputeerde.
Volgens haar vervatte het vonnis in eerste aanleg een contactverbod tussen verdachte en haar persoon, wat er weer toe leidde dat aan verdachte een reeds toegezegde inspreekbeurt voor de Commissie Zorg, Welzijn en Cultuur van de provincie Noord-Brabant, werd onthouden.
Tijdens de betreffende vergadering zou een rapport van Boer en Croon te Amsterdam worden behandeld, waarin een oordeel werd gegeven over uitbreiding van de provinciale financiering van jeugdzorg.
Verdachte, die al jaren alleen maar complot-achtige tegenwerking had ondervonden vanuit Bureau jeugdzorg, kreeg via zijn politieke contacten een afschrift van dit rapport en hij verzocht om te mogen inspreken tijdens de behandeling ervan.
Doordat de instemming met dat verzoek later om drogredenen werd ingetrokken, werd het openbaar, democratisch verloop van de subsidieaanvraag door Bureau jeugdzorg gefrustreerd.
Dat zegt wel iets over de krasbestendigheid van de zich gedupeerd voelende gedeputeerde.
De uitspraak van het Hof is om twee redenen opmerkelijk:
1. In de gepubliceerde rechtspraak zijn nauwelijks vrijspraken te vinden voor het belagingsdelict. In de rechtspraak wordt relatief snel gesproken van een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. De frequentie en duur van de belaging zijn daarbij niet doorslaggevend. In de rechtspraak over het belagingsdelict zijn diverse veroordelingen te vinden voor belaging die slechts enkele dagen duurde, danwel slechts uit een beperkt aantal confrontaties bestond (14 confrontaties in twee jaar). Cruciaal voor een veroordeling is de ‘indringendheid/intensiteit’ van de belaging. Aan de ‘indringendheid’ worden geen bijzondere eisen gesteld. De belagingsactiviteiten hoeven niet een diepgaande of opmerkelijke schending van de persoonlijke levenssfeer tot gevolg te hebben. Ook is niet vereist dat het slachtoffer zich daadwerkelijk beperkt of bedreigd voelt.
Het gedrag van de demonstrerende burger in deze zaak is mijns inziens dan ook zonder meer als een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer te kwalificeren. De rechtbank had dit goed gezien.
Desalniettemin komt het Hof tot een vrijspraak. Naar het oordeel van het Hof is het gedrag van de demonstrerende burger niet wederrechtelijk; het vloeit voort uit het recht op demonstreren. Hiermee geeft het Hof een ruime uitleg van het begrip ‘wederrechtelijk’. Noch in de wetgeschiedenis van het belagingsdelict noch in de Nederlandse rechtspraak over het belagingsdelict is het begrip wederrechtelijk zo breed uitgelegd. De wetgever wilde ‘slechts’ deurwaarders van het delict uitsluiten. De kans is groot dat na deze uitspraak via een beroep op de demonstratievrijheid veel uiterst hinderlijk gedrag getolereerd zal moeten worden. Wat te denken van de ontslagen werknemer die daar langerdurig op ingrijpende wijze tegen demonstreert bij het huis van de werkgever? Is dat belaging of demonstratievrijheid?
Het belagingsdelict is een initiatief-wetsvoorstel van het Tweede Kamer-lid Dittrich geweest die zelf lastig gevallen werd. Door de uitspraak van het Hof is de bescherming die politici aan het delict ontlenen aanzienlijk beperkt. Dat zal Dittrich niet voor ogen hebben gehad toen hij het indiende en verdedigde.
2. In het Amerikaanse recht is in diverse zaken gediscussieerd over de vraag of het het verbieden van stalkingsgedrag de uitingsvrijheid (first amendment) beperkt. Het Californische Court of Appeal stelde in dit verband treffend dat het stalkingsdelict niet zozeer de inhoud van de ‘speech’ reguleert, maar “the manner in which the communication is made”. Toepassing van dit criterium in de Nederlandse rechtspraak zou zinvol kunnen zijn ter bescherming van politici: alles mag hen gezegd worden, de wijze waarop het gezegd wordt mag hen alleen niet beperken in hun privédomein. Geen enge mannen of vrouwen voor de deur dus…
Cees Nierop
Auteur van het boek’Liefdesverdriet en Stalking. De reikwijdte van het belagingsdelict in Nederland en Amerika’. Celsus Juridische Uitgeverij, Tilburg.
@Cees Nierop:
Me dunkt dat vanuit het Amerikaanse recht hier nog wel een betere oplossing voor te vinden is. De rechtspraak daar maakt inderdaad een onderscheid tussen “content-based regulation” en “time, place, and manner regulation”. Dit is dus “place”. Voor place zegt de vaste rechtspraak van het Federale Hooggerechtshof dat een algemeen, dus niet content-based, verbod mogelijk is om “captured listeners” te beschermen. De belangrijkste plek waar je zulke luisteraars vindt is in hun huis; een verbod op demonsteren voor iemands huis is dus mogelijk. Frisby v Schultz (1988).
Daar zijn alleen wel grenzen aan. Om te beginnen is zo’n verbod alleen mogelijk tegen demonstranten die bij een specifiek huis demonstreren. Een andere prominente recente zaak over “place” is de zaak tegen de Phelpsians, waar een verbod op demonstreren bij begrafenissen als “overbroad” werd vernietigd. Eg. Phelps-Roper v Missouri (2007).
Errata: De doctrine die ik bedoelde heet “captive audience”. De uitspraak van het Hof van Beroep in Phelps-Roper v Missouri is uit 2008. Voor een overzicht van alle zaken gevoerd door de Phelpsians tegen dergelijke wetten, zie Wikipedia.