Name, Shame and Everlasting Blame

door Corien Prins

op 19 januari 2009 in Vooraf

Afbeelding bij Name, Shame and Everlasting Blame

Op 23 augustus 1997 berichtte de De Telegraaf onder de kop “In de greep van duistere speurneuzen” over de vele honderden medewerkers die – in dienst bij tientallen instanties – opsporingsactiviteiten verrichten. Niets nieuws. We weten allemaal dat behalve politie, marechaussee, douane en fiscus ook andere speurneuzen rondlopen. Zichtbaar, maar vaak ook niet. Als zodanig is daar ook niets op tegen. Als we maar wel beseffen, zoals de Britse criminoloog David Garland in zijn boek The Culture of Control opmerkte, dat de nieuwe partners in veiligheid zich soms primair laten leiden door andere overwegingen dan rechtsstatelijke belangen. Hen staan veelal zaken voor ogen als preventie van schade, wegnemen van angst of terugdringen van ergerniswekkend of niet te tolereren (hang)gedrag. En dan blijken rechtsgelijkheid, privacy en rechtsbescherming wel eens secundair.

Maar bij de speurneuzen van 1997 hebben zich anno 2009 heel wat partners aangesloten. U en ik. Althans als wij serieus gevolg geven aan de niet-aflatende stroom oproepen om de politie een handje te helpen. En dan blijft het niet bij anonieme meldingen na een toevallige confrontatie met criminaliteit. Nee, we worden gestimuleerd op internet mee te zoeken naar boeven en overvallers. Of sinds 5 januari naar 1700 criminelen die hun straf nog niet hebben uitgezeten. De Amsterdamse korpschef Welten maakt ons welhaast mede verantwoordelijk voor het opsporen van serieus te nemen loslopende veroordeelden. Wie weet lopen we ze onverhoopt tegen het lijf in de hoofdstad of meer tropische oorden. De korpschef meldde trots bij Paul en Witteman dat de website met namen en foto’s de openingsdag al zestigduizend hits uit 108 landen had. De eerste arrestatie vond dezelfde dag nog plaats.

Maar ook boeven helpen vangen is niet nieuw. Op het OM-congres 2008, met burgeropsporing als thema, meldde de voorzitter van het College van PG’s als reactie op essays van Buruma en Boutellier, in burgers critical friends te zoeken. Burgerparticipatie en burgeropsporing zijn fenomenen die onlosmakelijk zijn verbonden met de richting waarin onze maatschappij zich ontwikkelt, aldus Brouwer. Over het vanuit opsporingszijde geïnitieerde speuren op internet liet hij zich echter niet uit. Toch geeft de combinatie burgers en internet het allemaal wel net een andere dimensie. Om maar een simpele reden te noemen: de foto’s worden gelinkt, gekopieerd en zijn voor iedere willekeurige wereldburger vele jaren vanaf nu nog te vinden. Straf uitgezeten en opnieuw beginnen? Name and shame is hier everlasting blame. Iets waar in de wereld van de initiatiefnemers ogenschijnlijk niet al te diepzinnig over na wordt gedacht. In The future of reputation, gossip, rumour and privacy on the Internet zet Daniel Solove prachtig uiteen wat de effecten zijn van, soms onterende, name en shame projecten. Wie een kijkje neemt bij perverted-justice.com en andere online do-it-yourself justice initiatieven, die in de VS de normaalste zaak van de wereld zijn, ziet hoe ver de digitale schandpaal kan rijken. Overigens, soms met de volle medewerking van justitie.

Het is weliswaar niet zo expliciet gecodificeerd, maar ons strafrecht kent als fundament toch wel het belang van vergeten en vooral vergeten worden. Althans voor de wereld buiten de archieven van politie, justitie en reclassering. Het herbergt in zich het recht om ergens anders weer met een schone lei te kunnen beginnen. In de wetenschap in het nieuwe leven relatief veilig te zijn en niet met het verleden geconfronteerd te worden. Dat verleden niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk achter te mogen laten, kan instrumenteel zijn om de verleiding te weerstaan in oude gewoontes terug te vallen. Maar nu blijft de oude wereld voor altijd om de hoek. Zelfs bij de buren. Iedereen kan ’s avonds achter de gordijnen op internet kijken of de nieuwe buurman niet een ex-inbreker, -winkeldief of -pedofiel blijkt te zijn (voor zover ex-pedofielen in het huidige beleid nog bestaan). Wat bovendien opvalt, is dat via de internetpagina’s niet valt te achterhalen of de ooit door politie gezochte boef naar het oordeel van de rechter ook een echte boef was. Rectificatie op internet is nog niet van deze tijd. Althans niet op boevenvangen.nl. Het recht op vergeten ook niet. Burgerspeurneuzen en technologie heeft zeker voordelen. Zoals ter ondersteuning van de bewijsvoering via foto’s en filmpjes van mobiele telefoons. Maar in combinatie met internet heeft het onwenselijke en verregaande implicaties. Laten de speurders zich wel altijd leiden door rechtsstatelijke belangen? Welke garanties voor zorgvuldigheid zijn er? Hoe weten we zeker dat de deels door burgers aangeleverde foto’s op boevenvangen.nl ook echt iets te maken hebben met een crimineel feit?

En dan moet me dit nog van het hart. Op een van die mooie koude dagen die we dit prille jaar mochten beleven, stapte ik aan het einde van de dag in mijn woonplaats uit de trein. Tegen het stationsgebouw lag een man op de bitterkoude grond. Op mijn poging hem aan te spreken, kreeg ik als enig hoorbaar geluid een gebrom. Hij was duidelijk onder invloed en had geen idee dat het beter was de roes op een warmere locatie uit te slapen. Het lokale politiebureau bleek wegens verbouwing gesloten. Een briefje op de deur verwees me naar een 0900 nummer van het regiokorps. Daar antwoordde de meldkamer. Nadat ik de situatie had geschetst en vroeg of men eens kon kijken, was de eerste reactie: “ik moet u wel vertellen dat we op dit moment veel meldingen hebben.” Zouden ze dat in Amsterdam ook zeggen als ik tevens had aangegeven de man al eens in de digitale wereld aangetroffen te hebben?

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2009/03.

Bron afbeelding: Carlos Octavio Uranga

Deel dit artikel:

{ 0 reacties }

Reageren

Vorige post:

Volgende post: