Heeft u wel eens een blik geworpen op www.pj-design.nl/burhoven/antecedenten-juristen.htm en gekeken of alles wat deze website meldt wel juist is? Los van de vraag of u daar niet alleen met beroep en nevenfuncties, maar ook met adres of privé-telefoonnummer wereldwijd voor iedereen te kijk wil staan. Het initiatief van Van Burhoven om partijdigheid, belangenverstrengeling en klassenjustitie te ontwaren gaat nog net niet zo ver als www.beoordeelmijnleraar.nl, maar wie weet komt beoordeling van juristen er ook nog eens van.
De website is typerend voor de recente tendens waarin burgers via nieuwe massamedia controle, toezicht en maatschappelijke beoordeling ter hand nemen. Ruim tien jaar geleden al beschreef Thomas Mathiesen in het tijdschrift Theoretical Criminology de ‘viewer society’, een wereld waarin velen de weinigen bekijken. De afgelopen maanden hebben we opvallende uitingen van deze wereld kunnen aanschouwen. Vorige maand lanceerde een vrouw de website stopkindersex.com. Daar zijn de namen, foto’s en adresgegevens van negentien veronderstelde Nederlandse pedofielen beschikbaar, waar overigens slechts een deel daadwerkelijk van is veroordeeld. In de media was te lezen dat de initiatiefneemster er bewust voor had gekozen een Amerikaanse website op te zetten om zo de Nederlandse privacywetgeving te omzeilen. De website biedt via de “postcode/woonplaats check” ook de mogelijkheid na te gaan of er een pedofiel in de buurt woont. Vorig jaar lanceerde iemand het initiatief www.beoordeelmijnleraar.nl. Hier waren naam, werkplek en beoordelingen van leraren beschikbaar voor wie het maar wilde inzien. Na klachten bij het College Bescherming Persoonsgegevens (Cbp), oordeelde de toezichthouder dat de website op meerdere punten onrechtmatig was. Inmiddels heeft de initiatiefnemer de informatie en de toegang tot de informatie aangepast. Ook in andere landen zien we soortgelijke initiatieven. Zo plaatsten in Australië burgers de foto en het adres van de vermeende aanstichter van enkele bosbranden op de webpagina’s van Facebook en Myspace, ondanks een verbod daartoe van een rechtbank.
Alle initiatieven zijn voorbeelden van de door VPRO’s zomergast van afgelopen jaar, Willem Schinkel, beschreven ‘controle van onderaf’.1 Met behulp van nieuwe technologie controleren wij andere burgers op hun doen en laten. Bovendien worden wij ook steeds vaker ingezet om onszelf te controleren. Op het moment dat een bedrijf of organisatie mij vraagt me met behulp van gepersonaliseerde toegangskaarten (OV-chipkaart), passwords of gedigitaliseerde lichaamskenmerken (dit jaar wordt het paspoort voorzien van biometrie) te identificeren, is de controle in feite aan mijzelf geoutsourced. “De controle van onderaf wordt onderdeel van het toezicht van allerlei systemen – van het openbaar vervoer tot Amazon of Albert Heijn (…).”, aldus Schinkel. Deze zogenaamde ‘zelfveillance’, is typerend voor de bredere tendens van privatisering van controle en toezicht die massamedia als internet en camera’s mogelijk maken. Illustratief is ook het recente bericht uit de Verenigde Staten waar de bewaking van de grens met Mexico (deels) is gedelegeerd aan burgers. Wie zich thuis achter de computer verveelt, kan via internet en daarop aangesloten webcams meehelpen grensovergangen te bewaken. Onder het motto “A new way to patrol the Texas border. Virtually”, meldden zich in een mum van tijd al 43.000 vrijwilligers bij www.blueservo.net.2
Het is niet verrassend dat naar aanleiding van deze en andere, soms mede door de overheid geïnitieerde, initiatieven bij burgers de opvatting ontstaat dat delen en verspreiden van gegevens fenomenen van deze tijd zijn. Het wordt als welhaast normaal beschouwd dat wij in kwantitatief en kwalitatief opzicht transparanter worden. Niet alleen voor professionele instanties, maar ook voor vrienden, collega’s en medeburgers. En daarmee krijgt de discussie over de vraag of een effectieve bescherming van persoonsgegevens in de huidige tijd nog wel mogelijk is, er een nieuwe dimensie bij. Tot nu toe concentreerde deze discussie zich vrijwel uitsluitend op het (ongebreideld) gebruik van persoonsgegevens door de publieke en private sector. Het voorgaande laat echter zien dat gebruik en misbruik door burgers onderling een mogelijk veel complexer en moeilijker te temmen probleem zal zijn. Zeker als burgers er welbewust voor kiezen een initiatief vanuit een land beschikbaar te maken waar men er wat betreft gegevensgebruik andere normen op nahoudt, zoals bij de website stopkindersex.com. In zijn aanbiedingsbrief van 16 februari 2009 bij het rapport met de bevindingen uit de tweede fase van de evaluatie Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) liet de Minister van Justitie weten dit voorjaar te komen met een inhoudelijke reactie op zowel deze evaluatie, als het eerder gepubliceerde Wbp-literatuuronderzoek en het rapport van de Commissie Brouwer-Korf. Geen van deze rapporten kaart echter de problematische effecten van de viewer society aan. Ook het rapport Onze digitale schaduw dat het Cbp vorige week publiceerde en waaruit blijkt dat vele burgers in duizenden bestanden zijn opgenomen, inventariseert uitsluitend gegevensgebruik door professionele organisaties. Het wordt hoog tijd dat er ook aandacht is voor de risico’s van gegevensgebruik door burgers over burgers. Natuurlijk kunnen gedupeerden via een onrechtmatige daadsactie of privacyrechtelijke toets hun recht halen. Maar juist bij de geschetste tendens is de ellende al geschied en zijn de gevolgen letterlijk en figuurlijk niet meer te overzien. Actieve handhaving door het Cbp is cruciaal, maar er zou juist met het oog op deze tendens eindelijk eens werk gemaakt moeten worden van het ondergeschoven kindje bij privacybescherming: structurele en institutioneel verankerde voorlichting. Al is het maar om die ontelbare naïeve burgers wakker te schudden die denken dat op internet uitsluitend gegevens staan die ze daar zelf op hebben gezet, die geloven dat ze gegevens op internet gewoon kunnen verwijderen en die zich niet realiseren dat al die gegevens er over vele tientallen jaren nog zijn te vinden.
Dit Vooraf is verschenen in NJB 2009/09.
Bron afbeelding: vonKinder
- W. Schinkel, “De nieuwe technologieën van de zelfcontrole”, In de greep van de technologie (red. Marguerite van den Berg, Corien Prins, Marcel Ham), Van Gennep 2008, p. 183. ↩
- Zie ook dit filmpje. ↩
{ 0 reacties }


