Verplicht het beluisteren van een iPod met oortjes op het werk de baas tot het betalen van Buma-rechten? Het ziet er wel naar uit.
De zaak. Auteursrechtenorganisatie Buma-Stemra eist van een metaalbewerkingsbedrijf uit Emmeloord 554,04 euro en een dwangsom van 500 euro. Bij een controle vorige zomer had een Buma-medewerker namelijk twee muzieknummers gehoord die in een loods van het bedrijf klonken. Het ging onder meer om ‘Ik kan het niet alleen’ van Marco Borsato. Het bedrijf had al eerder geweigerd te betalen. Buma had een jaar eerder al geconstateerd dat in de productieruimten van het bedrijf luidsprekers waren gemonteerd.
Waarom ontstaat ruzie over zo’n laag bedrag?
Kennelijk is het bedrijf, gespecialiseerd in plaatbewerking en lasersnijden, het helemaal zat. Ze vonden de rekening onzin en stuurden die terug met een briefje. Hun bedrijf is niet voor het algemene publiek toegankelijk. Het ging bovendien om een internetradio die alleen voor het personeel is te horen. En die zou alleen voor nieuwsberichten worden gebruikt.
Buma schrijft terug hoe de wet werkt en doet er de brochure ‘Muziek in werkruimten‘ bij. Bovendien vertelt Buma dat ook voor het ‘openbaar maken’ van jingles en tunes van radionieuws auteursrechten zijn verschuldigd. “Dit is immers muziek!” Dan wordt de deurwaarder gestuurd.
Wat zegt de auteurswet?
Juridisch is de vraag of het bedrijf muziek ‘openbaar heeft gemaakt’. Daaronder moet worden verstaan het voordragen, op- of uitvoeren of een voorstelling geven van het werk. Dat hoeft niet voor het publiek te zijn. Ook achtergrondmuziek laten horen in werkplaatsen valt er onder. Een werknemer die voor z’n eigen plezier een radiootje neerzet waar ook collega’s naar kunnen luisteren bezorgt de baas echter geen rekening. In het arrest De Zon uit 1979 heeft de Hoge Raad vastgesteld dat de werkgever een ‘beroeps- of bedrijfsbelang’ moet hebben bij die muziek.
Welke feiten vindt de rechter belangrijk?
De rechter noteert dat het bedrijf haar medewerkers toestemming geeft om naar muziek te luisteren. ‘Omdat niet iedereen van dezelfde muziek houdt, zijn er medewerkers die via een i-pod of via hun telefoon naar muziek luisteren’. Ook staan er draagbare radio’s her en der. Bij de goederenontvangst zijn luidsprekers gemonteerd. Of die radio’s privé-eigendom van het personeel zijn kan de rechter niet vaststellen.
Is muziek beluisteren dus een bedrijfsbelang?
Hier wordt het interessant. De rechter vindt van wel. Wie tijdens werktijd muziek mag luisteren ‘zelfs middels een i-pod of mobiele telefoon’ dient een bedrijfsbelang. ‘Immers, tevreden werknemers werken harder”. Door radio’s en iPods toe te staan maakt het bedrijf dus muziek ‘openbaar’, schendt het auteursrechten. Het bedrijf moet de Buma-rekening betalen van 554,04 betalen plus de proceskosten van Buma 1141,80.
Werknemers die met toestemming naar een mp3-speler luisteren zadelen de baas met een Buma-rekening op?
Het antwoord is waarschijnlijk ‘ja’.
Lees hier, hier en hier weblogs van advocaten over deze zaak, hier een reactie van Buma, en hier Kamervragen van het lid Fred Teeven (VVD). Op boek9.nl en recht.nl zijn ook veel links verzameld. Zie hier het dossier op de site van VNO-NCW over de kwestie muziek in werkruimten.
Er kan ook worden gereageerd op Recht en Bestuur. Reacties verschijnen op beide sites.
Bron afbeelding: benjibot
{ 9 reacties }


{ 9 reacties… lees hieronder of reageer }
Als de vraag zou zijn “Werknemers die met toestemming naar hun eigen mp3-speler luisteren zadelen de baas met een Buma-rekening op?”, dan is het antwoord waarschijnlijk ‘nee’. Een overweging in het besproken vonnis wekt inderdaad de indruk dat het antwoord ‘ja’ zou zijn. In zoverre is het vonnis waarschijnlijk onjuist. Het enkele in je eentje naar een iPod luisteren is geen ‘ten gehore brengen’ in de zin van de Auteurswet en kan daarom niet als openbaar maken worden aangemerkt, bedrijfsbelang of geen bedrijfsbelang. Her en der radio’s plaatsen en luidsprekers ophangen kan wel als ‘ten gehore brengen’ worden aangemerkt en vervolgens komt de vraag van de toestemming van de baas en het ‘beroeps- of bedrijfsbelang’ aan de orde. Dat is niet zo vreemd. Voor het laten horen van achtergrondmuziek moet aan Buma betaald worden, ten behoeve van de tekstdichters en componisten. Het zou merkwaardig zijn als er niet aan Buma betaald zou hoeven worden vanwege het enkele feit dat de werknemers met allerlei radio’s en luidsprekers het ten gehore brengen van de achtergrondmuziek zelf georganiseerd zouden hebben. Anderzijds, is het individueel beluisteren van eigen iPods of mobiele telefoons geen auteursrechtelijk relevante handeling, ook niet door werknemers, en is daar dus geen vergoeding aan Buma voor verschuldigd.
Dirk Visser is hoogleraar intellectuele eigendomsrecht, advocaat en medewerker van het NJB.
De uitspraak heeft menigeen verrast. Zelfs Buma, zo lijkt het. De directeur juridische zaken liet althans direct na afloop weten dat er geen iPod-heffing voor bedrijven komt en zijn organisatie niet het land in gaat om bij bedrijven een vergoeding voor iPod-gebruik te innen. Dat is maar goed ook. Luisteren naar muziek via een iPod is primair een privéaangelegenheid. Zelfs op het werk. Een iPod maakt muziek alleen hoorbaar voor de gebruiker. Natuurlijk is het apparaat op een irritant hoog volume te zetten. Maar het ding is er niet voor gemaakt anderen mee te laten luisteren. Wanneer een privéaangelegenheid onder een bedrijfsbelang wordt geschaard komen we op een hellend vlak. Hoe lang duurt het dan nog tot neuriën op de werkplek eveneens een rekening van Buma oplevert? Leidend in de beoordeling zal moeten zijn of het primaire gebruik van het apparaat er op is gericht meerdere mensen te laten meeluisteren. Is dat niet het geval, dan is een heffing niet aan de orde.
Maar wellicht is deze redenering op termijn niet meer vol te houden. Wanneer we uiteindelijk allemaal massaal op de werkplek aan de iPod gaan kan de situatie namelijk toch wel eens anders uitvallen. Als op dat moment de iPod het functionele equivalent is van de schallende radio van vandaag, is het nog niet zo gek te betogen dat er een bedrijfsbelang is bij grootschalig iPod-gebruik op de werkvloer. En dan is die heffing toch echt in beeld. Maar tegen die tijd is dat niets nieuws onder de zon. Voor mobiele telefoon en internet betalen individuele consumenten dan immers allang een heffing.
Wie de discussie aan wil gaan, kan zich melden bij de Vereniging voor Auteursrecht. Daar staat de komende vergadering op de agenda het begin deze maand – onder de veelzeggende titel “Maatregelen die passen” – verschenen rapport over collectief beheer van auteursrechten. De iPod-zaak komt er vast aan de orde.
Corien Prins is hoogleraar recht en technologie en redacteur van het NJB.
Het is wel merkwaardig dat de bijzin in het vonnis ten aanzien van de iPod zo’n zwaar gewicht heeft gekregen. De bijzin is namelijk vooral gericht om de conclusie te onderbouwen dat er ook muziek openbaar gemaakt werd via de luidsprekers (en dus niet alleen nieuwsberichten zoals gesteld door gedaagde).
Wat dus vooral merkwaardig is, is dat door zoveel deskundigen in de formulering van de rechter om het standpunt te onderbouwen dat er muziek openbaargemaakt werd via de luidsprekers iets volstrekt anders gelezen wordt.
Het enige opmerkelijke aan deze casus is het feit dat rechterlijke uitspraken kennelijk zeer oppervlakkig gelezen worden. Jammer dat geen enkele IE-expert dit punt naar voren brengt.
Als juridisch leek lees ik dit bericht en ingestuurde reacties met grote verbazing. Ik kan mij voorstellen dat dit soort gepuzzel heerlijk is voor de doorgewinterde jurist maar ik mis toch echt een ‘common sense’ gevoel. Of het nou per ipod of luidsprekers gaat, muziek moet naar mijn mening gewoon vrij beschikbaar kunnen zijn op de werkvloer, althans, daar waar het radio uitzendingen betreft. Ik zou het sterker kunnen zeggen: ik vind eigenlijk dat muziek op de werkvloer een recht moet zijn. Het draagt bij aan plezier, goede sfeer en, in algemene zin, aan levensvreugde. Dat recht zou niet onder druk moeten komen te staan vanwege juridisch gepunnik.
Wellicht dat een van bovenstaande experts kan uitleggen hoe dit überhaupt in de praktijk eruit zou moeten zien. Moet een werkgever aan elke artiest die op de radio gedraaid wordt royalties betalen? Of betaal je voor een soort ‘radio vergunning’? Maar wat als je dan alleen maar, of gedeeltelijk, auteursrechtvrije muziek draait? Dat soort dilemma’s lijkt mij weer een hoop overbodige werkverschaffing voor juristen.
Is het überhaupt niet zo dat het radiostation zelf al voor de rechten heeft betaald? Bovendien, als dat niet het geval is, hebben platenmaatschappijen of artiesten zelf vrijwillig CD’s opgestuurd in de hoop dat deze ZOVEEL MOGELIJK beluisterd en verspreid worden. Want jouw plaat op de radio is natuurlijk reclame en stimuleert mensen jouw CD aan te schaffen, of een kaartje voor jouw concert te kopen. Mocht het lukken om auteursrecht te vorderen voor muziek op de werkvloer, dan vermoed ik dat dat vooral commercieel ten nadele van muzikanten zal zijn. Het lijkt mij simpelweg te duur om te handhaven, veel bedrijven zullen stoppen muziek te draaien en de totale inkomsten zullen niet opwegen tegen de kosten. Bovendien zijn massa’s artiesten helemaal niet gediend van deze auteursrechten discussie. Vele, ook wereldberoemde, artiesten brengen in eigen beheer gratis hun muziek uit en verdienen uit concerten en merchandise. Omdat zij ook overtuigd zijn dat muziek een recht is en dagelijks plezier waarvan we niet van onthouden moeten worden door theoretische discussies en geneuzel.
Mijn dochter heeft een iPod. Muziek erop, gedownload van iTunes, alles betaald en wel. Dus als ze die mee zou nemen naar werk, zou de werkgever ook moeten betalen. En als ze op een terrasje zou zitten? Die uitbater zou dan ook moeten betalen, of niet. En wat als je de iPod een school of universiteit in meeneemt? Dan ook. En in een bus of een trein? Ja, de busmaatschappijen en de NS moeten ook betalen. Met 1 iPod rondlopende kun je dus een hoop bedrijven op extra kosten jagen. Voor BUMA is het goede business, continu betaald krijgen.
Mysterieus: muziek kun je dus kopen zonder dat je het in de gaten hebt. Alleen omdat je er toevallig een belang bij hebt, heb je het al gekocht.
Ik zou verwachten dat algemene (koop) wetgeving zulke specifieke (muziek) wetgeving zou overrulen.
geachte rechter gaat u niet een beetje te ver
de postbode heeft een iPod bij zich en luistert
naar marco borsato dit geeft hem meer energie
en zo is hij sneller met post bezorgen
moet nu TNT niet rechten betalen voor de postbode
en voor de chauffeur in de auto met zijn bijrijder
in nederland gaan wij niet veel te ver
de buma is een geldverslindende organisatie
[...]
besteed uw tijd als rechter aan belangrijkere zaken
die zullen er beslist wel zijn in deze bureaucratie
Lieve hemel, over micro-management gesproken! Als we iets willen doen aan de overvloed aan regelgeving in dit land laten we dan beginnen met pseudo-communistische instanties als BUMA als eerste af te schaffen!
Het kwalijke van Buma blijft dat ze een monopolie claimen over het heffen van rechten over alle muziek. Maar de tijd dat alle artiesten min of meer gedwongen waren zich bij het internationale copyrightkartel aan te sluiten is voorbij. Steeds meer artiesten licentiëren hun werk onder Creative Commons en stellen deze nadrukkelijk rechtenvrij beschikbaar. Buma ontkent echter glashard dat er zoiets bestaat als rechtenvrije muziek. Met de explosieve groei van de vrije-cultuurbeweging lijkt dit niet meer vol te houden. Buma riskeert zich wederrechtelijk de rechten toe te eigenen op muziek waar zij niets mee te maken heeft.