Mag een bedrijf in acute nood allerlei ontslagregels ontlopen?
De zaak. Een meubelproducent met 54 medewerkers is door de kredietcrisis in een financiële noodsituatie en wordt door huisbankier Van Lanschot gedwongen binnen een maand maatregelen te nemen. Anders dreigt acuut faillissement. Het bedrijf ontslaat in grote haast de helft van z’n personeel. Er gaan ontwerpers, verkopers, inkopers en stafmensen uit. Maar het bedrijf laat na de verplichte ‘melding collectief ontslag’ te doen, de vakbonden in te lichten en met de ondernemingsraad te overleggen. Ook kiest het bedrijf voor de (snellere) kantonrechter. Meestal verlopen massaontslagen via het UWV.
Hoe staat het bedrijf ervoor?
Deze firma, een kantoorinrichter, heet Kembo en is internationaal bekend. Het werd in 1953 opgericht door Willem Gispen, die niet meer bij Gispen in Culemborg wilde werken. Kembo betekent ‘Kom Eerst Maar Bij Ons’. De orders voor 2009 zijn met 55 procent gedaald, waardoor een verlies van 3.5 miljoen dreigt. Er is nieuw kapitaal nodig. Het garantievermogen bedraagt 4,5 miljoen negatief. Iedere maand wordt er 2 ton verloren. In 2006 was er een herfinanciering, waardoor de schulden en de rentelasten fors toenamen. Aandeelhouders onttrokken toen 4,6 miljoen euro aan het bedrijf.
Wat staat er juridisch op het spel?
Worden de werknemers nu wel of niet beschermd door de Wet Melding Collectief Ontslag (WMCO)? Bij voorgenomen ontslag binnen drie maanden van minstens twintig werknemers is een bedrijf verplicht de problemen aan de vakorganisaties, het UWV en de ondernemingsraad te melden. Dan kan er een sociaal plan worden opgesteld, vertrekregelingen afgesproken of ontslag worden voorkomen. Nu kiest het bedrijf voor de kantonrechter met de vraag 26 arbeidscontracten snel te ontbinden en geen ontslagvergoedingen te betalen. De bonden staan buiten spel.
Hoe oordeelt de kantonrechter?
Die staat de ontslagen toe. Toepassing van de WMCO zou tot uitstel leiden en dat gaat de rechter te ver gezien de noodsituatie van het bedrijf. Het mogelijke faillissement van Kembo zou dichterbij komen ‘met alle gevolgen voor de overige werknemers van dien’. Het bedrijf had geen Ondernemingsraad omdat de werknemers daar geen zin in hadden. Dat de aandeelhouders 4.6 miljoen euro uit het bedrijf onttrokken en daardoor volgens de bonden Kembo verzwakten vindt de rechter ‘onvoldoende doorslaggevend’. De hoofdoorzaak zit in de nu snel dalende omzet. Wel krijgt de vakbond het advies om ‘door middel van een enquete’ onderzoek te doen naar het gedrag van de aandeelhouders.
Moet er een ontslagvergoeding worden betaald?
Het bedrijf had betoogd blut te zijn, het zogeheten ‘habe nichts’-verweer. Maar daar gaat de rechter niet in mee. De prognoses zijn daarvoor ‘niet exact genoeg’. En als de ontslagen zijn ingegaan en de aandeelhouders opnieuw financieren, kan het bedrijf vermoedelijk voortbestaan, denkt de rechter. Dan moeten er ook ontslagvergoedingen komen. De rechter verplicht het bedrijf aan wettelijke opzegtermijnen te gehoorzamen en een aanvulling van 30 procent op de WW-uitkeringen te betalen, afhankelijk van aanstellingsduur.
Lees hier het vonnis van de Utrechtse kantonrechter en hier een commentaar van een arbeidsrechtadvocaat op een kantoorblog. VARA/VPRO-rubriek Argos volgt de kwestie ook: beluister hier een reactie van FNV Bondgenoten in een recente uitzending. Op deze site staat algemene informatie over ontslag krijgen. Hier eerdere berichtgeving in de regionale pers.
Er kan ook worden gereageerd op Recht en Bestuur. Reacties verschijnen op beide sites.
Bron afbeelding: timsamoff
{ 3 reacties }



{ 3 reacties… lees hieronder of reageer }
De uitspraken over het collectief ontslag bij Kembo moeten mijns inziens worden gezien als een bijzonder geval. Gezien de financiële moeilijkheden bij het bedrijf vond de rechter het nodig op korte termijn de arbeidsovereenkomst van 22 werknemers te ontbinden. In vier gevallen werd de ontbinding geweigerd. Normaal gesproken voert de werkgever overleg met vakbonden bij collectief ontslag. Ook als hij kiest voor de weg van ontbinding van de arbeidsovereenkomsten door de kantonrechter in plaats van toestemming voor de ontslagen van het UWV WERKbedrijf. De kantonrechter zal hem daar als regel toe dwingen. Alleen bij dringende financiële omstandigheden zal de kantonrechter daarvan afwijken. Dit is dan nodig om verdere ontslagen te vermijden of om ontslagvergoedingen voor de met ontslag bedreigde werknemers veilig te stellen.
In dit geval werd een beperkte ontslagvergoeding toegekend als compensatie voor het niet naleven van de wettelijke bepalingen. Er is hiermee dus geen sprake van een versoepeling van het ontslagrecht. Het gebruiken van ontbinding voor financiële noodsituaties bestond al lang en daarvoor is deze procedure ook door de wetgever van oorsprong bedoeld. Wel zal in deze crisistijd deze weg mogelijk vaker worden benut dan vroeger.
De mogelijkheid om ontslag te verkrijgen via ontbinding wordt wel sinds de jaren negentig ook bij gewone ontslagen vaker gebruikt dan daarvoor en de ruime mate waarin kantonrechters dit toen zijn gaan doen, vormde wel een buitenwettelijke versoepeling van het ontslagrecht. Vakbonden hebben dat geaccepteerd omdat rechters daarbij vaak vergoedingen toekenden en werknemers dat wel een mooi voordeeltje vonden. Het actuele verzet tegen versoepeling van het ontslagrecht heeft derhalve een hoog krokodillentranen-gehalte. De echte versoepeling van het ontslagrecht heeft al lang plaatsgevonden met stilzwijgende goedkeuring van de vakbonden. Alleen daar hoor je ze nooit over.
Guus Heerma van Voss is hoogleraar sociaal recht aan de Universiteit Leiden en medewerker van het NJB.
Heerema van Vos stapt mijns inziens wat gemakkelijk voorbij aan het gegeven dat de aandeelhouders 4,6 miljoen ontrokken aan het bedrijf. De mij verder niet bekende details van die actie laten de vraag open in hoeverre sprake is van fraus legis, en in hoeverre de Kantonrechter daar mee rekening had dienen te houden, zowel bij het ontbindingsverzoek zelf, als bij de vaststelling van de schadevergoeding.
Nood breekt wet. Dus een rechter zal nagaan of het bedrijf kunstmatig nood heeft gecreëerd. Maar dat lijkt mij niet voldoende. Een bedrijf kan weliswaar niet de oorzaak zijn van financiële problemen, maar wel weten dat die nood eraan komt.
Als je dan zo’n wet hebt die bedoeld is om werkgevers en werknemers beide de mogelijkheid te geven om zich daarop voor te bereiden, dan moet je nagaan of het management (met een informatie voordeel) dat ook heeft gedaan.
Je ziet dat het management hun eigen schaapjes op het drogen heeft gebracht. Dus wisten wat er te wachten stond. Ze breken daarmee met opzet de wet en ik vraag me af waarom ze daar niet voor worden gestraft.