Gemiste miljoenen

Vooraf van Corien Prins in NJB 20/09

Begin deze maand – 7 mei – presenteerde de Europese Commissie de resultaten van de evaluatie van Richtlijn 2003/98/EG. Weinigen zullen direct weten dat het hier om de Richtlijn hergebruik van overheidsinformatie gaat. De richtlijn is weinig populair, wat ook wel blijkt uit het beperkte aantal reacties dat de Commissie tijdens het consultatieproces ontving: slechts 12 lidstaten en 37 belanghebbende instanties reageerden. En dat terwijl het hier om een EU-markt met een geschatte omvang van 27 miljard euro gaat (aldus de Commissie). Ieder van ons maakt vrijwel dagelijks gebruik van producten en diensten die geheel of gedeeltelijk op overheidsinformatie zijn gebaseerd: actuele verkeersinformatie die ons helpt files te vermijden, weersvoorspellingen voor een bepaalde locatie via de mobiele telefoon, informatie over parkeermogelijkheden op de plaats van bestemming of suggesties voor alternatief openbaar vervoer. Ze worden vrijwel allemaal gekenmerkt door een toegevoegde (commerciële) waarde aan basale overheidsinformatie, bijvoorbeeld geografische informatie.

In de verwachting dat het belang van overheidsinformatie voor de Europese markt onder invloed van digitalisering exponentieel zou stijgen, was er de Europese Commissie enkele jaren geleden veel aan gelegen de markt voor hergebruik van overheidsinformatie open te breken en eerlijk en transparant te maken. In vrijwel alle lidstaten was tot die tijd sprake van allerhande exclusiviteitsregelingen tussen overheidsinstanties en commerciële partijen, waardoor concurrentie op de informatiemarkt ernstig werd belemmerd. We herinneren ons uit eigen land wellicht nog wel de exclusieve overeenkomst die de Staat in de jaren negentig sloot met Wolters-Kluwer voor het ontwikkelen en exploiteren van de Algemene Databank Wetgeving (ADW). Of het monopolie van de voormalige staatsdrukkerij, Sdu. Aan dit bedrijf had het parlement exclusief het publiceren van kamerstukken uitbesteed. De actie, maart 1996, van Bureau Jansen & Janssen om de integrale versie van het rapport van de Commissie Van Traa op het internet te plaatsen, betekende in feite de eerste deuk in het bestaande exclusiviteitsbeleid.

En dus stelt de richtlijn nu basisvoorwaarden waaronder overheidsinformatie voor hergebruik aan de markt beschikbaar moet worden gesteld. Discriminatie door overheidsinstanties bij het beschikbaar stellen is verboden, men dient zich te houden aan regels over tariefbeginselen, transparantie en licenties. Ten slotte geeft de richtlijn enkele praktische hulpmiddelen die ervoor moeten zorgen dat overheidsdocumenten zijn terug te vinden om te kunnen worden hergebruikt.

Maar het gaat allemaal niet van harte bij de beleidsmakers in de lidstaten. Nederland inclusief. De Commissie concludeert dat overheidsinformatie weliswaar vaker wordt hergebruikt, maar een groot deel van de mogelijkheden nog steeds onontgonnen is vanwege de manier waarop overheidsinstanties met hun informatie omgaan. De Commissie citeert een studie van het UK Office of Fair Trading, waaruit blijkt dat de Britse economie elk jaar ongeveer 500 miljard pond aan kansen op nieuwe hergebruikdiensten mist. Redenen? “Dikwijls proberen overheidsinstanties de totale kosten op korte termijn terug te verdienen, waardoor het bredere belang van de economie uit het oog wordt verloren.”, aldus de Commissie. Ook lopen veel overheidsinstanties niet erg warm voor het idee van commercieel hergebruik van hun informatie. Daar waar ze het economische potentieel wel zien, gaan ze zelf de markt op, wat het risico in zich draagt van oneerlijke concurrentie tussen de (deels met publieke middelen gefinancierde) overheidsproducten en de particuliere sector. Illustratief voor ons land is het Kadaster. Momenteel woedt een flinke discussie over de wijze waarop deze overheidsinstantie de Europese aanbesteding voor het maken van luchtfoto’s van heel Nederland aanpakt. Het wordt gezien als een signaal dat het Kadaster voluit de commerciële markt op wil.1

In ons land is de Richtlijn begin 2006 geïmplementeerd in de Wob. Ondanks de oproep – naar aanleiding van de evaluatie van de Wob (in 2004)2 – te komen tot een uitgewerkte visie op hergebruik van overheidsinformatie, koos de wetgever helaas voor de minimumstrategie: implementatie van de richtlijn maar meer ook niet. Het gevolg is duidelijk: vele kansen op innovatie zijn blijven liggen. Het ontbreekt aan eenduidig overheidsbeleid over kwesties als continue levering van overheidsinformatie, kwaliteit en actualiteit. Zeker is een tijd waarin – ook bij de overheid – op processen en mensen bezuinigd moet worden, is een continue kwaliteit van informatiebestanden geen vanzelfsprekendheid meer. Wie beziet hoe de overheid momenteel opereert bij het beschikbaar stellen van informatie, stelt vast dat grote economische belangen in de private sector nu afhankelijk zijn van de aan- of afwezigheid van een visie of de goedertierenheid van afzonderlijke overheidsinstanties. Anders geformuleerd: in feite is de markt voor hergebruik van overheidsinformatie afhankelijk van het begrotingsbeleid van individuele overheidsinstanties. Bovendien ontbreekt het hier (in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk) aan een toegankelijk overzicht welke overheidsinformatie zoal voor hergebruik beschikbaar is. Een soortgelijke studie als die van het UK Office of Fair Trading voor ons land is mij niet bekend. Maar dat ook onze economie elk jaar een flink bedrag misloopt door de manier waarop overheidsinstanties met hun informatie omgaan, staat buiten kijf. Miljarden zullen het wellicht niet zijn. Maar miljoenen absoluut wel.

In opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken is de afgelopen jaren diverse malen nagedacht over de toekomst van de Wob en in het verlengde daarvan openbaarheid van overheidsinformatie. Helaas verstoffen in de bureaulades van het Ministerie behalve de hiervoor genoemde Wob-evaluatie, een door Van der Meulen opgesteld Voorontwerp Algemene wet overheidsinformatie en een rechtsvergelijkende studie van Damen en Klingenberg waarin zij pleiten voor de instelling van een Informatiecommissaris die voor een mentaliteitsverandering bij overheidsorganen moet zorgen. Ik zal de unanieme strekking van al deze rapporten nog maar eens duidelijk neerzetten: het is hoog tijd voor een op de huidige (economische) realiteit gestoeld overheidsinformatiebeleid.

Zie ook Open de oester van Corien Prins.

 

  1. VI Matrix, mei 2009.
  2. Over wetten en praktische bezwaren (PDF-bestand, 1,9 MB).

Reageer