Op 9 juli 2008 laat hoofdagente Gabriëlle Cevat het leven door de kogels van een ‘malloot’, die ze had willen aanspreken op zijn onverantwoorde rijgedrag. De zaak wekt grote beroering, zowel direct na de fatale gebeurtenis als een jaar later als de rechtbank vonnis velt. In de slipstream van de strafzaak ontstaat nog een ander, politiek relletje. De familie heeft namelijk een advocaat in de arm genomen om hen als nabestaanden bij te staan in alles wat er bij een zaak als deze komt kijken: het gebruikmaken van spreekrecht, smartengeld vorderen et cetera. De rechtsbijstand is in zo’n geval kosteloos. Slachtoffers van ernstige misdrijven moeten naar het oordeel van de Tweede Kamer niet hoeven mee te betalen aan de kosten van rechtskundige bijstand, ongeacht de hoogte van hun inkomen. Ook het eigen-bijdragesysteem uit de Wet op de Rechtsbijstand (WRB), bedoeld als prikkel om onnodig procederen te voorkomen, dient in dergelijke zaken buiten toepassing te blijven. In de woorden van VVD-Kamerlid Teeven: na alle tijd van aandacht voor daders is de tijd aangebroken van aandacht voor slachtoffers.
Voor de vergoeding aan de advocaat gaat de wet uit van een systeem van forfaitaire bedragen en er is een mogelijkheid in uiterst bewerkelijke zaken een extra vergoeding te vragen. En op dat onderdeel van de wet gaat het in de zaak Cevat mis. Raadsman Korver zit met de bijstand aan de familie op het moment dat de zaak gaat voorkomen al ver boven de forfaitaire norm, vraagt een extra vergoeding aan en krijgt van de Raad voor Rechtsbijstand nul op het request. De Raad, die al geruime tijd de hete adem in zijn nek voelt om op de kleintjes te passen, motiveert zijn besluit met de mededeling dat hij verzoeken als deze ‘sinds de bezuinigingsoperatie van het kabinet altijd beleidsmatig zal afwijzen’.1 Daarmee zijn de rapen gaar. Korver spant een kort geding aan, de zaak haalt diverse media, waaronder de Telegraaf,2 en de zaak leidt via dat bericht tot Kamervragen van onder meer Trots op Nederland. Hart van Nederland verwoordt het maatschappelijke ongenoegen misschien nog wel het treffendst: “Het is de wereld op zijn kop. De man die verdacht wordt van het doodschieten van hoofdagente Gabrielle Cevat, krijgt gratis rechtsbijstand. Maar de familie van het slachtoffer moet bijna alle advocatenkosten zelf betalen.”3
De Raad (of misschien de staatssecretaris) kiest ijllings eieren voor zijn geld. Het verzoek om extra uren wordt toegewezen en de Raad biedt de nabestaanden zijn excuus aan voor deze uiterst ongelukkige afhandeling. Deze worden aanvaard en daarmee is de kwestie voor de direct betrokkenen afgedaan. Daarbuiten wordt de zaak-Cevat breekijzer voor de verstening die er rond de extra-urenvergoeding was ontstaan. De Raad laat in een persbericht naar aanleiding van het kort geding weten, dat de zaak-Cevat hem heeft duidelijk gemaakt ‘dat de inhoudelijke criteria voor de beoordeling van verzoeken om extra uren in zaken met betrekking tot slachtoffers of nabestaanden van slachtoffers van ernstige gewelds- of zedenmisdrijven aanvulling behoeven’. Hij zal daarover in gesprek treden met de advocaat in kwestie en een vertegenwoordiger van de Orde van Advocaten.4
Het antwoord op de Kamervragen komt een week of zes later. In de beantwoording schetst de staatssecretaris de juridische context, het verloop van deze individuele zaak en het beleidsmatige vervolgtraject.5 Eén vraag laat zij evenwel liggen, terwijl die om meer dan één reden wel interessant is. Dit betreft de vraag of zij, mét kennelijk de vraagstelster, niet van mening is dat ‘zeker in deze specifieke zaak waar het gaat om een tijdens de uitoefening van haar werkzaamheden doodgeschoten politieagente, de overheid ruimhartig en zonder voorbehoud in deze kosten dient te voorzien’. Het belangwekkende van deze vraag zit op twee punten. Ten eerste valt op dat het pleidooi voor een ruimhartiger vergoeding nu eens niet komt van degenen die hier doorgaans vragen over stellen, zoals de SP of de PvdA. Ten tweede komt met deze laatste vraag de suggestie boven de markt te hangen van een tweesporensysteem in de vergoeding voor rechtsbijstand, één voor ‘gewone’ slachtoffers en andere rechtzoekenden en één voor slachtoffers (of hun nabestaanden) die gewond of gesneuveld zijn in de uitoefening van een publieke functie.
En dat is minder ongerijmd dan op het eerste gezicht misschien lijkt. Voor advocaten die werkzaam zijn in de wereld van de ‘gesubsidieerde rechtsbijstand’ is zo’n tweesporensysteem allang een vaststaand feit. Asieladvocaten weten als geen ander dat hun collega’s van ‘het Bureau Landsadvocaat’ een veelvoud krijgen van waar zij aanspraak op kunnen maken. En datzelfde geldt voor het arbeidsrecht (grote-ondernemingsadvocaten) of in de gevallen waarin het UWV, de fiscus of een gemeente een advocaat in de arm neemt, het socialezekerheidsrecht, het belastingrecht of willekeurig welke bestuursrechtelijke kwestie. Sociale advocatuur is en blijft nu eenmaal een zaak van hard werken voor een relatief lage beloning, daar helpt geen lieve moeder aan.
Maar mevrouw Verdonk suggereert iets anders, of misschien suggereert zij het niet maar lees ik dit tussen de regels door. Er even gemakshalve van uitgaand, dat Cevat inderdaad in the line of duty is doodgeschoten, had de familie dan niet meteen te horen moeten krijgen dat zij zich ‘natuurlijk’ en zonder enige beperking van de beste juridische bijstand zouden mogen voorzien in alles wat er als gevolg van deze gebeurtenis op hun pad zou komen? In dat geval was de familie mogelijk óók bij mr. Korver uitgekomen, maar dan had deze zijn werkzaamheden betalend kunnen verrichten en was hij dus wél ‘ruimhartig en zonder voorbehoud’ voor zijn inzet beloond.
Tegelijk is het, hoe zuur ook voor de familie Cevat, om een aantal redenen wel aardig dat de overheid die koninklijke weg niet heeft bewandeld. Want in dat geval was de problematiek van de extra-urenvergoeding nooit zo snel en zo prominent op de politieke agenda gekomen. En mevrouw Verdonk had haar politieke momentum gemist om op te bres te springen voor advocaten die onder het regime van de WRB rechtshulp verlenen.
Mies Westerveld is hoogleraar Sociale Rechtshulp en Eerste Kamerlid voor de PvdA.
Dit artikel is verschenen in NJB 2009/27.
Bron afbeelding: Marco Belluci
- Aldus mr. Korver in Het Parool d.d. 12 mei 2009. ↩
- De Telegraaf, d.d. 12 mei 2009 en een dag eerder het Reformatorisch Dagblad. ↩
- Website Hart van Nederland d.d. 11 mei 2009. ↩
- Persbericht RvR d.d. 13 mei 2009. ↩
- Aanhangsel van de Handelingen 2008-2009, 3113, Vragen van het lid Verdonk ingezonden 15 mei 2009, antwoord van staatssecretaris Albayrak ontvangen 30 juni 2009. ↩
{ 0 reacties }

