Verbeeld recht

door Inge van der Vlies

op 3 augustus 2009 in Vooraf

Afbeelding bij Verbeeld recht

In schilderingen van het oordeel van Salomo of Willem de Goede wordt rechtvaardigheid verbeeld. Veel meesterwerken zijn geïnspireerd door de rechtsbedeling. Schilderijen als deze zijn meestal alleen te bezichtigen in de musea en dan zelden geordend op hun betekenis voor het recht. Voor de actuele verbeelding van het recht heeft deze vorm van kunst maar beperkte betekenis. De meeste mensen zien verbeeldingen van het recht in de bioscoop of op de televisie. Recht blijkt zich goed te lenen voor het maken van drama’s en spannende verhalen. Op de televisie en in de film zie je hoe ongelooflijk slim advocaten kunnen zijn, hoe rechtvaardig rechters, hoe vasthoudend officieren van justitie en welke dilemma’s nieuwe opvattingen en technieken kunnen bieden.

Court room drama is een prominent soort van film in de Amerikaanse filmindustrie. De Europese filmproductie laat veel minder van dit soort films zien, maar Europese burgers zien wel veel Amerikaanse films. Die films geven een vertekend beeld van het rechtsbedrijf. De ene zaak is nog spannender dan de andere, bijna iedere zaak komt voor een jury en de belangen zijn meestal groot. Dat de films een vertekening van het rechtsbedrijf geven, wil nog niet zeggen dat zij voor de werkelijkheid geen betekenis hebben. Zij kunnen de waarde van bepaalde rechtsopvattingen of technieken onder de aandacht van een groot publiek of groepen van professionals brengen. De serie CSI laat de vraag naar allerlei technisch vernuft stijgen.

Films zijn massamedia en vormen een wereld op zich zelf. Het filmbedrijf en het rechtsbedrijf zijn twee verschillende werelden. Zij kunnen gebruik maken van elkaar. Recht biedt een procedure voor een plot (wordt de echte schuldige veroordeeld?) of een decor (de rechtszaal), maar juridische factoren zijn niet bepalend voor het maken van een film. Daarvoor zijn filmische factoren van belang, en dat zijn weer niet de factoren die het recht doen slagen. Films bieden het publiek wel een beeld van hoe het recht zou kunnen zijn en daarmee een mogelijkheid tot reflectie op het alledaagse en werkelijke rechtssysteem. Daarbij is wel de veronderstelling dat er in zekere mate overeenstemming is tussen referentiekaders. Die kunnen liggen in een basisovereenstemming over wat recht is, kloppende verwijzingen naar het geldende rechtssysteem of eigen ervaringen. De kijker maakt dan van het geheel zijn eigen verhaal.

Voor studenten bieden court room drama’s en andere films die recht of rechtvaardigheid tot uitgangspunt nemen, natuurlijk uitstekend studiemateriaal. De reële ervaring met het rechtsbedrijf is voor de meeste studenten nog beperkt, een plaatsvervangende creatieve ervaring met het rechtsbedrijf kan daarvoor compensatie bieden. Wat voor advocaat wil je wel of niet zijn: een Danny Crane, Ally McBeal of een Perry Mason? Is dat een concept dat in werkelijkheid ook mogelijk zal zijn? Waar zitten de moeilijkheden met de waarheidsvinding? Films bieden andere confrontatiemogelijkheden. Niet alleen omdat er sprake is van beelden in plaats van letters, maar ook omdat de complexiteit van het recht op een andere manier aan de orde komt. Al is het eventueel niet de werkelijkheid: er moeten problemen worden opgelost. In overeenstemming met de werkelijke gang van zaken wordt uitgegaan van een diffuse fictieve situatie waarvoor toepasselijk recht moet worden gevonden. Er is een moord: hoe vind je de dader, hoe pak je hem, wil je hem begrijpen, wil je hem straffen, wil je de regels van het recht wat flexibel zien, wat is de rol van het recht naast alle andere overwegingen en wat is de rol van alle betrokkenen? Bovendien kan de interpretatie van films aan de orde komen. Laat je je meeslepen door het verhaal of vind je het totaal ongeloofwaardig? Het onderkennen van de interpretatiemogelijkheden biedt bovendien een goede voorbereiding op de waardering van films die in rechtszalen bij de bewijsvoering worden gebruikt. Juristen moeten niet alleen feiten kunnen opzoeken en waarderen, maar ook filmische presentatie van feiten op waarde kunnen schatten. Films belichten bepaalde feiten en belemmeren juist de toegang tot andere. Dat is het prerogatief van de maker: die wil zijn perceptie laten zien en een goede film wil maken. Hoe ontdek je wat je wordt getoond en wat voor de kijker wordt weggehouden? Voor studenten is de verfilming van het werk van Kafka als The Trial van Orson Welles een uitgelezen kans. Die plaatst het actuele gebruik om naar ‘Kafka’ te verwijzen in perspectief en geeft een goede basis voor de vraag: wat doe je ertegen?

Dan zijn er natuurlijk nog de documentaires. Voor het omgevingsrecht is de serie Landroof van de VPRO een goede mogelijkheid om studenten te laten opzoeken waar de dilemma’s in de bruikbaarheid van het recht zitten. Hetzelfde geldt voor delen uit de serie ‘Kafka in de polder’ van Netwerk voor bijvoorbeeld de positie van de overheid bij het maken van de regels waarover zij zelf procedeert.

Een aparte positie neemt de documentaire ‘De Vreemdelingenrechter’ van Misja Pekel in. Daarin worden rechters gevolgd die belast zijn met de beoordeling van geschillen over het vreemdelingenrecht. In de film komen rechters aan het woord die uiteindelijk beslissen of een vreemdeling mag blijven of niet. Op veel gestelde vragen, als spelen je eigen opvattingen daarbij een rol?, wordt door een aantal rechters antwoord gegeven.

Recht is onder andere door film en televisie onderdeel van de populaire cultuur geworden. Dat is een principieel punt voor reflectie, en kan in het onderwijs buitengewoon goed worden benut. Een rijke bron voor studenten om hun verbeelding bij het vinden van nieuwe oplossingen aan te spreken.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2009/27.

Deel dit artikel:

{ 1 reactie }

{ 1 reactie… lees hieronder of reageer }

1 G. Helterman 11 augustus 2009 om 16:19

Een mooi verhaal met leuke vragen! Het wordt gelukkig steeds lastiger voor juridische faculteiten om juridische beroepsethiek /rechtsethiek links te laten liggen. Het wordt tijd dat het vak eindelijk eens integraal wordt opgenomen in het curriculum. Niet als denkvak zoals het nu vaak wordt gegeven (als onderdeel van rechtsfilosofie/metajuridica etc) maar direct als praktisch vaardighedenvak over meerdere jaren. Enkel dan heeft het zin.

De vraag om transparantie, integriteit en professionaliteit wordt vanuit de maatschappij in ieder geval steeds groter; zeker nu de oude meester-gezel-verhouding verdwijnt. Het is naief om te veronderstellen dat dit “later” wel goed zal komen.

Daarnaast kan het erg motiverend werken voor studenten om na te denken over het soort jurist wat ze willen zijn. Dit zal naar ik vermoed positief uitpakken op studiekeuze en rendement!

Reageren

Vorige post:

Volgende post: