Gezag: een herwaardering

door Ybo Buruma

op 16 november 2009 in Vooraf

Vooraf bij NJB 39/09: Gezag: een herwaardering

De Britse socioloog Frank Furedi raakt een gevoelige snaar met zijn bewering dat onze samenleving een ongemakkelijke verhouding heeft met gezag. We willen gezaghebbende antwoorden op de vraag of we ons moeten laten vaccineren of niet en we wantrouwen de deskundigen die er iets over zeggen. We willen ouders, leraren en politiemensen die de jeugd in het gareel houden. Maar we zeggen al snel dat ze het verkeerd doen. Natuurlijk is er altijd gerebelleerd tegen bepaalde gezagsdragers, maar volgens Furedi is er nu iets bijzonders aan de hand. Het hele idee ‘gezag’ staat ter discussie.

Dat lijkt een aannemelijke gedachte. Sinds in de jaren 50 de autoritaire persoonlijkheid als fenomeen werd bedacht om de nazibeulen te begrijpen en sinds de experimenten van Milgram in de jaren 60 aantoonden dat iedereen een beul kan worden als hij zich maar door een gezagsdrager gedekt voelt, is de trend gezet. Gezag is verdacht. Volgens Furedi begon het al toen Luther met de Bijbel in de hand aan het gezag van de Paus ging tornen en we kunnen natuurlijk ook zeggen dat de hele wetenschap bestaat bij de gratie van het ter discussie stellen van oudere gezaghebbende opvattingen.

Niettemin hoef je geen conservatief te zijn om het belang van de herwaardering van gezag te onderkennen. Voor Furedi – een man met radicale wortels en tegenwoordig een liberaal-democratische politieke voorkeur – is gezag belangrijk omdat het helpt vrijheid uit te oefenen. Daar kan ik me iets bij voorstellen. Een gezaghebbende coach brengt zijn voetballers tot grotere hoogten en een gezaghebbende leraar helpt kinderen hun karakter zodanig te vormen dat ze niet worden meegesleurd door elke impuls uit etalageruit of mediahype. Deze voorbeelden illustreren dat gezag niet werkt door machtuitoefening of door overreding. De gezagsdrager is – in de woorden van Hannah Arendt – tiran noch gelijke.

Maar dan komt het probleem. Ik interviewde Furedi na zijn Thomas Morelezing in de Rode Hoed en vroeg hem wat een politieagent nu moet doen als hij een groepje etters vraagt om door te lopen en ze gehoorzamen niet. Moet hij slaan als een tiran of zeuren als een gelijke? Feit is dat politieagenten zich tegenwoordig soms tamelijk hulpeloos voelen. De oorzaak daarvan is dat er steeds meer regels zijn gekomen die hun discretionaire ruimte beperken. Volgens Furedi moeten agenten en leraren e.d. – laat ik ze doorsnee gezagsdragers noemen – gewoon hun vrijheid nemen: ‘Durf te denken’. Ik moest onwillekeurig denken aan de rechters die in de jaren 70-80 de vrijheid hebben genomen om euthanasie mogelijk te maken en om de politie op de vingers te tikken door het proportionaliteitsbeginsel uit te vinden. Met hun rechterlijke vrijheid namen ze gezaghebbende oordelen.

Maar ik bleef zeuren uit naam van die mensen die menen dat een democratische meerderheid of een deskundige autoriteit beter kan bepalen wat ze moeten doen dan zijzelf – en die zich daarom gedekt willen voelen. Die mensen zien dat publieke gezagsdragers het voorbeeld geven door niet zelf iets te vinden; politici beroepen zich liever op wetenschappers of consultants of ze stellen een commissie in. Is het gek dat de doorsnee gezagsdragers dan niet zelf gezaghebbend optreden maar zich eveneens verschuilen achter regels of dat zij de hete aardappel doorgeven? Dat zie je gebeuren als het schoolhoofd de conciërge opdracht geeft de politie te bellen als er wordt gevochten op het schoolplein – dat komt echt voor!

Er knaagde nog iets. Ik kan dan wel zo tevreden zijn over de creativiteit van de vrije rechters in de jaren 70, maar het is ook zo dat de regels van het politieoptreden in diezelfde tijd zijn aangescherpt omdat er zoveel klachten waren. Klachten over het gebruik dat de politie maakte van haar discretionaire ruimte. En als het erop aankomt, zijn we geneigd de dokter die niet conform het protocol optrad maar vertrouwde op zijn gezaghebbend, professioneel oordeel dat in rechte te verwijten – als het verkeerd afliep. We zijn met andere woorden ook een beetje beducht voor mensen met macht die vrij denken en vrij handelen en houden ze graag in toom. Dat daarmee hun gezag wordt ondermijnd, kon ons tot voor kort weinig schelen.

Toch geloof ik in Furedi’s boodschap. Gezag krijg je door frappante voorbeelden van je kunnen te geven, wist Macchiavelli al. Je moet iets kunnen, waarvoor je publiek ontzag heeft. Natuurlijk mislukken in het oog springende acties soms. Daar gaat het juist om! Dingen die iedereen kan en die risicoloos zijn, leveren niet de verdienste op die nodig is om je superioriteit te laten erkennen. Daarom verliest een agent gezag door niets te doen, maar evenzeer door op elke slak zout te leggen. Ook in een rechtsstaat moeten doorsnee gezagsdragers enige discretionaire ruimte hebben om hun gezag te kunnen vestigen. Ze moeten iets kunnen doen – het ene moment iets door de vingers zien en het andere een klap geven – maar ze moeten ook openstaan voor lof én kritiek.

Het is wat droevig dat nu het omgekeerde het geval is. Menig gezagsdrager lijdt aan Machtvergessenheit en onderschat zijn eigen kunnen (‘de regels’, ‘het systeem’ etc.). Het gevolg is dat hij ook niet meer laat zien wat hij kan en dus gezag verliest. In plaats daarvan duikt de manager van de weeromstuit weg als er kritiek komt, terwijl zijn street level bureaucrat zich woedend bedenkt dat niemand het voor hem opneemt. Het zijn symptomen van gebrek aan geloof in het eigen gezag. Gezag moet je niet alleen krijgen, maar ook nemen.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2009/40.

Bron afbeelding: takomabibelot

Deel dit artikel:

{ 0 reacties }

Reageren

Vorige post:

Volgende post: