Moet een school ervoor zorgen dat leerlingen uit handen van loverboys blijven?
De zaak. Een 12-jarig meisje wordt verleid door een ‘loverboy’ die in hetzelfde gebouw op een andere school zit. Zij wordt naar eigen zeggen drie jaar seksueel uitgebuit, zonder dat school of moeder dat merken. Wanneer het uitkomt, klaagt de moeder de school aan bij de Landelijke Klachtcommissie. Bij de rechter eist ze schadevergoeding van de school.
De rechtsvraag.
Waar begint de verantwoordelijkheid van de school en waar houdt die van de ouder op? Hoe ver moet een school gaan met het toezicht op leerlingen en hun beveiliging? Welke eisen mogen worden gesteld aan de begeleiding en de registratie van absentie? Aan de telefonische bereikbaarheid van de moeder? Hoe intensief moet het contact tussen een leerling, de mentor en de ouders zijn als de cijfers tegenvallen?
Welke schade claimt de moeder en op welke rechtsgrond?
De moeder eist ruim 22.000 euro als compensatie voor twee jaar studievertraging en 50.000 euro smartegeld. Zij meent dat de school de leerplichtwet schond door haar dochter onderwijs te onthouden. Het misbruik heeft voor een posttraumatisch stresssyndroom en depressie gezorgd. Haar dochter lijdt aan „een laag zelfbeeld, heeft weinig eigenheid en is sterk beïnvloedbaar”. Falend absentie- en veiligheidsbeleid is de oorzaak.
Welke maatstaf hanteert de rechter?
De ouders zijn volgens 1:247 Burgerlijk Wetboek primair verantwoordelijk. Zowel voor de opvoeding en verzorging en als voor het geestelijk en lichamelijk welzijn. Maar ook voor de veiligheid van hun minderjarige kind. Op de school rust een ‘ongeschreven bijzondere zorgplicht’ voor de gezondheid en veiligheid van hun leerlingen. De school moet ‘het nodige doen’ om gevaarlijke situaties te voorkomen. Juridisch is dat een inspanningsverplichting, geen garantie voor een resultaat. De maatstaf is of de school „voldoende en passende voorzorgsmaatregelen [heeft] getroffen ter voorkoming of beperking van situaties die de gezondheid en veiligheid van de leerlingen in gevaar brengen.” Die zorgplicht „gaat niet zover dat steeds op iedere leerling continu toezicht wordt gehouden, zodanig dat elke onregelmatigheid direct wordt opgemerkt en direct kan worden ingegrepen.”
Wat blijkt er uit het feitenonderzoek ter zitting?
Daar kantelde de zaak. De school bewees dat de leerlinge tijdens haar gehele brugklasperiode maar één uur ongeoorloofd absent was en in de jaren daarna vrij beperkt. Te weinig om er de leerplichtambtenaar voor te bellen. Ook vonden vele begeleidingsgesprekken plaats. Er was een stevig voorlichtingsprogramma over loverboys en specifiek toezicht op en rond de school op verdacht autoverkeer. De leerlinge trok haar bewering dat ze ‘uit het lokaal was gehaald’ door een loverboy in. Ze zegt nu dat ze hem ontmoette op een fietspad langs de parkeerplaats. De moeder was telefonisch ‘zeer moeilijk bereikbaar’, wist dat haar dochter vanaf haar 13de seksuele contacten had en omschreef de loverboy aanvankelijk als een ‘huisvriend’ die haar dochter tot ‘steun’ was. De rechter oordeelt dat moeder en dochter hun stelling niet hebben bewezen. Zij moeten de proceskosten van de school betalen: 3800 euro.
De uitspraak van de rechtbank is hier te vinden. Eerder diende de moeder een klacht in bij de Landelijke Klachtencommissie voor het onderwijs. Die procedure viel wel in haar voordeel uit. Lees hier het LKC-advies aan de school.
De zaak trok veel publiciteit, onder meer omdat het slachtoffer, Maria Mosterd, er het boek ‘Echte mannen eten geen kaas’ over schreef. In wikipedia is over haar dit te vinden. Het boek is op deze site positief gerecenseerd. Volgens haar uitgever wordt het boek, inmiddels een bestseller, ook verfilmd. Ook haar moeder Lucie, schreef over haar belevenissen een boek. Lees daarover hier meer. Bij het Vara-tv-programma De Wereld Draait Door werd Maria en haar moeder Lucie in 2009 geinterviewd.
Er kan ook worden gereageerd op Recht en Bestuur. Reacties verschijnen op beide sites.
Bron afbeelding: kwerfeldein
{ 14 reacties }



{ 14 reacties… lees hieronder of reageer }
Wil de echte opvoeder opstaan?
Wie is verantwoordelijk voor kinderen als zij op school (behoren te) zitten? Daarover besliste onlangs de rechtbank Zwolle. De zaak trok veel aandacht. De feiten waren ook bijzonder triest. Een circa 15-jarige scholiere was slachtoffer geworden van een loverboy. Deze had het meisje het noidige leed berokkend. Zij en haar moeder (als wettelijke vertegenwoordigster van haar dochter stelden een procedure in tegen de school (de Zwolse scholengemeenschap), daarbij stellend dat de school onrechtmatig jegens haar had gehandeld door niet voor een adequaat veiligheids- en absentiebeleid te zorgen, waardoor zij slachtoffer was geworden van een loverboy. Zij eiste een schadevergoeding van in totaal € 73.862,00, vooral voor smartengeld en studievertraging. Bij de Landelijke klachtencommissie onderwijs had de moeder in 2006 gelijk gekregen.
De rechtbank denkt hier echter duidelijk anders over. Volgens de rechtbank ligt de zorgplicht voor een minderjarig kind primair bij de ouders. Wel rust op de school een (ongeschreven) bijzondere zorgplicht voor de gezondheid en veiligheid van de leerlingen. De rechtbank vindt dat de school in dit geval deze bijzondere zorgplicht niet heeft geschonden, nu de school met verzuimlijsten en aantekeningen van mentoren had aangetoond dat zij wel de nodige zorg had besteed aan de afwezigheid van de leerlinge.
Ieder minderjarig kind staat onder gezag. Dit gezag wordt onderscheiden in ouderlijk gezag en in voogdij. Daarnaast is gezamenlijk gezag of gezamenlijke voogdij mogelijk. Degene die het gezag heeft over het kind draagt daarmee de verantwoordelijkheid voor de persoon en het vermogen van het kind. Onder de verantwoordelijkheid voor de persoon van het kind valt de zorg voor diens opvoeding, ontplooiing en scholing. Bij minderjarigen zijn het in beginsel de wettelijke vertegenwoordigers van de leerling (diens ouders of voogd) die met de school een onderwijsovereenkomst sluiten ten behoeve van het kind. De ouders moeten ervoor zorgen dat hun leerplichtige kind naar school gaat. De school neemt de (gedeeltelijke) opvoedingstaak van de ouders over, maar onder de eindverantwoordelijkheid van de ouders.
Omdat een kind een groot deel van zijn jeugdige leeftijd op school doorbrengt, is dit een heel belangrijke en verantwoordelijke taak van de school. Soms kan er strijd bestaan tussen ouders en school over hetgeen de ouders noodzakelijk vinden voor hun kind. In dat geval kan de gang naar een klachtencommissie uitkomst bieden, maar dat leidt logischerwijs niet altijd voor de ouders tot een bevredigende oplossing. In dat geval staat de weg naar de rechter open, maar ook dat garandeert niet altijd dat de ouders hun gelijk halen.
Zowel het onderwijsaanbod als datgene dat indirect met het onderwijs te maken heeft (culturele ontplooiing, studie- en overblijfuren, schoolfeestjes en -uitstapjes), dient aan dezelfde hoge kwaliteit te voldoen. De (gedeeltelijke) overname van de opvoedingsverantwoordelijkheid door de school moet dus met de nodige zorgvuldigheid gepaard gaan. Ook het schoolpersoneel zal daartoe aan de hoogste maatstaven moeten voldoen. De ouder van de leerling, die meent dat de school tekort is geschoten in (voldoende adequate) zorg voor de leerling zal dat dus moeten bewijzen. De school kan tegenbewijs leveren, zoals in deze zaak is gebeurd.
Bij geschillen over de wijze waarop zorg en toezicht door de school is uitgeoefend, mogen ouders de school ter verantwoording roepen en vragen of deze wel voldoende aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Bijvoorbeeld als hun kind erg gepest wordt op school of als de school niet reageert op slechte resultaten van de leerling. Ouders moeten er immers op kunnen vertrouwen dat gedurende de schooluren hun kind voldoende is beschermd. Maar geldt dat ook in vrije tussenuren en voor en na schooltijd? De rechter heeft in deze uitgemaakt dat als de school voldoende heeft gedaan voor beveiliging en toezicht (surveilleren, camera’s detectiepoortjes, een goed bijgehouden klassenboek en absentierooster de school niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor hetgeen de leerling overkomt. De bijzondere zorgplicht gaat dus niet zover dat steeds op iedere leerling continue toezicht moet worden gehouden. Dat mag en kan van een school niet geëist worden, zo beslist de Zwolse rechter terecht.
De les die hieruit geleerd moet worden, is dat de zorgplicht van de ouders niet ophoudt als hun kind op school zit en dat het verstandig is dat zij alert zijn op signalen die duiden op problemen bij hun kind. Ook de school moet bij enig teken van onveiligheid of zorg m.b.t. een individuele leerling de ouders of voogd zo spoedig mogelijk van deze zorgen op de hoogte stellen. In dat geval mag dus niet gewacht worden tot de eerstvolgende ouderavond. Niet alleen omdat de school zich zo aan eventuele aansprakelijkheid kan onttrekken, maar omdat de veiligheid van en zorg voor dat kind in het geding zijn. Elkaar wederzijds tijdig informeren is dus het devies voor zowel ouders, de school als de leerling.
Paul Vlaardingerbroek is hoogleraar familierecht in Tilburg en medewerker van het NJB.
Feitenkennis beslissend voor verantwoordelijkheid school
Een zestienjarig meisje is onder de invloed gekomen van A.K., een pooier. A.K. heeft haar regelmatig misbruikt en anderen haar laten misbruiken. Het meisje lijdt aan een posttraumatische stressstoornis en een depressie. Wie is verantwoordelijk voor deze onaanvaardbare gebeurtenissen en de bedroevende toestand van het meisje?
Het meisje zegt: ‘niet mijn moeder maar de school heeft niet genoeg gedaan om mij tegen het kwaad te beschermen’. De stelling is begrijpelijk. Meer dan ooit bemoeit de overheid zich met het wel en wee van kinderen. Heeft de ouder het kind niet in de hand, dan kan de ouder zich tot Bureau Jeugdzorg wenden. Daar krijgt de ouder begeleiding en kan het kind worden behandeld. Het is zelfs mogelijk dat het kind in aanmerking zou zijn gekomen voor gesloten jeugdzorg. Deze zou in dit geval een serieuze optie zijn geweest, als de moeder zich tot Bureau Jeugdzorg had gewend met de informatie dat haar dochter in de greep was van een pooier.
Hoever strekt de verantwoordelijkheid van een school voor een kind in deze situatie? Het Europees Hof voor de rechten van de mens heeft zich een aantal keren uitgelaten over de verantwoordelijkheid van kinderbeschermingsinstanties. Deze zouden niet doortastend hebben gehandeld om een kind te beschermen. De verantwoordelijkheid van de Zwolse school is enigszins vergelijkbaar met die van de kinderbeschermingsinstanties. De invulling van de verplichting is anders, maar de grond voor de verantwoordelijkheid is in deze twee situaties hetzelfde. In die zaken legt het Europees Hof een cruciaal verband tussen de verantwoordelijkheid van de kinderbeschermingsinstanties en de kennis die zij droegen van de situatie waarin het kind verkeerde. Zo oordeelde het Europees Hof in een geval waarin de instanties wisten dat de kinderen jarenlang door de moeder waren verwaarloosd dat de staat was tekortgeschoten.
In een andere zaak daarentegen wist iedereen – politie, scholen en kinderbeschermingsinstanties – dat de ouders krap bij kas zaten, dat de kinderen spijbelden en dat er geweldsincidenten waren. Maar de instanties wisten niet dat de kinderen ook seksueel misbruikt werden. In dat geval oordeelde het Europees Hof dat de instanties niets verweten kon worden. Van een kinderbeschermingsinstantie kan niet worden gevergd actie te ondernemen indien zij onkundig was van de bedreiging van het kind. Evenmin kan dit van een school worden verlangd.
Wat had de Zwolse school niet gedaan dat zij wel had moeten doen? Naar mijn idee heeft de school in het licht van de informatie waarover zij op dat moment beschikte steeds doortastend gehandeld. Sommige maatregelen waren gericht op het meisje zelf, haar geestelijke toestand, zoals het pestproject en de verbanning van A.K van het schoolterrein. Andere maatregelen, zoals de beveiligingscamera’s en de beperkte, bewaakte, toegang tot de school, betroffen alle leerlingen. Op het gebied van beveiliging kan de Zwolse school op dit moment zelfs de concurrentie aangaan met de gesloten jeugdzorg. Alle acties volgden op de feiten waarvan de school op dat moment kennis had. Meer mag van de school niet worden verlangd. De rechtbank Zwolle heeft mijns inziens goed recht gesproken.
Caroline Forder is hoogleraar Europees familierecht in Maastricht en medewerker van het NJB.
Wederom blijkt hoe belangrijk het is om als schoolbestuur je dossier op orde te hebben. Uit het dossier moet blijken dat je je bewust bent van je (ongeschreven) bijzondere verantwoordelijkheden, hoe je daarmee omgaat en in hoeverre je actief reageert op concrete signalen. In procedures moet het bevoegd gezag dit redelijkerwijs kunnen aantonen. Die zorgplicht kan in de praktijk best een zware last zijn.
De rechtbank gaat zeer uitgebreid in op de door het schoolbestuur als gedaagde bij de Klachtencommissie ingebrachte verweren, maar bevestigt wel de hoofdregel dat op grond van het bewijsrecht (artikel 150 Rv) de stelplicht voor het schenden van een (ongeschreven) norm bij de eiser ligt.
Cruciaal is rechtsoverweging 4.3:
“Voor wat betreft de zorgplicht van een school heeft te gelden dat in het algemeen gesproken op een school een (ongeschreven) bijzondere zorgplicht rust ten aanzien van de gezondheid en veiligheid van de leerlingen die aan haar zorg zijn toevertrouwd en onder haar toezicht staan. Bij de beoordeling van de vraag of de school haar zorgplicht heeft geschonden, dient te worden gelet op alle omstandigheden van het geval. Hierbij komt het met name aan op het antwoord op de vraag of er voldoende en passende voorzorgsmaatregelen zijn getroffen ter voorkoming of beperking van situaties die de gezondheid en veiligheid van de leerlingen in gevaar brengen. Van een school mag worden verwacht dat zij, binnen de mogelijkheden die haar ten dienste staan, het nodige zal doen om gevaarlijke situaties zoveel mogelijk te voorkomen of op te heffen. Deze bijzondere zorgplicht is een inspanningsverplichting en geen resultaatsverbintenis.”
Caroline Forder trekt een enigszins analoge vergelijking met enkele uitspraken van het EHRM over de reikwijdte van de zorgplicht van kinderbeschermingsinstanties. Die analoge vergelijking is een interessante invalshoek, maar stelt mij meteen voor de vraag of op de bescherming van het EVRM waar zij op doelt ook aanspraak kan worden gemaakt als sprake is van bijzonder onderwijs. In de onderhavige zaak is sprake van openbaar onderwijs.
Een terzijde is dat r.o. 4.3 nog scherper was geweest als in de overweging had gestaan dat bedoelde zorgplicht rust bij gedaagde als bevoegd gezag (de rechtspersoon openbare school) in plaats van de school (de instelling). Niet de school, maar het bevoegd gezag (artikel 23a WVO) is immers verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs en de daaruit voortvloeiende bijzondere (ongeschreven) zorgplichten.
Scholen kunnen hun leerlingen niet uit handen van loverboys houden. Scholen zijn er om te onderwijzen en voor te lichten.
Daarin zijn ze niet in gebreke gebleven.
Van het verhaal geloof ik trouwens weinig. Hoe lang zijn Moeder en dochter bezig geweest dit verslag in elkaar te draaien? Woont ze nog steeds in dezelfde stad als haar voormalige belagers. Waarom zijn deze niet voor het gerecht gebracht?
Tijdens het intervieuw worden Moeder en dochter beiden flink geholpen met de promotie van het boek.
Er blijkt nog steeds grote vraag te zijn naar dit soort “drek” journalistiek.
Wat de rechtszaak betreft. Je moet maar durven!
De boete zullen ze zich prima kunnen veroorloven.
Er blijft altijd een markt voor vieze boeken, gruwelverhalen en geweldadige films.
Wat mij betreft had er nog een boete bij mogen komen voor het gebruiken van het rechtsbestel,onder frivole voorwendsels.
De verplichting van een school om een veiligheidsbeleid te voeren wordt in het onderwijsrecht veelal afgeleid uit de verplichting van scholen om zorg te dragen voor de kwaliteit van het onderwijs. Scholen moeten zich in de schoolgids verantwoorden over ‘het beleid met betrekking tot de veiligheid’. Uiterlijk 2011 zal er een wettelijke verplichting bestaan voor scholen om incidenten te registreren.
De praktijk leert dat het voor ouders zeer moeilijk is om scholen op deze verplichtingen aan te spreken. In de eerste plaats is niet duidelijk waaruit het veiligheidsbeleid dient te bestaan. Evenmin blijkt in hoeverre een school zich dient in te spannen.
In dit verband is het van belang te wijzen op de rol van de ouders van de oudergeleding van de medezeggenschapsraad van de school. Het veiligheidsbeleid op een school dient de instemming te hebben van de medezeggenschapsraad. Ouders kunnen bij hun oudervertegenwoordiging aandacht vragen voor specifieke veiligheidsproblemen op een school. Op die wijze kan een veiligheidsbeleid worden aangepast aan de bijzondere situatie van de school en aan de hand van de incidentenregistratie jaarlijks worden geëvalueerd.
Over onderwerpen die op veel scholen op de agenda staan, zoals drugsgebruik, alcoholgebruik, schoolfeesten en werkweken, kunnen in het kader van dit veiligheidsbeleid afspraken worden gemaakt. Deze afspraken bieden individuele ouders duidelijkheid over wat zij van een school mogen verwachten. Zij kunnen op basis van die informatie als ouders hun verantwoordelijkheid nemen.
Overigens een 10 met een griffel voor de Zwolse scholengemeenschap. De middelen die ze aanwenden om de aan hun toevertrouwde leerlingen veilig te houden zijn zonder blaam gebleken. Zwolle “Fort Knox”.
Mocht de “heldin” van dit verhaal daar haar onderwijs hebben genoten, zit de school op rozen.
Haar woordenschat en articulering alsmede de gave om een interview te doorstaan zijn voor een jonge vrouw van 16, die getraumatiseerd is, beslist bemoedigend.
Mocht alles wat er in het interview werd beweerd waar zijn, was ze al lang vermoord.
De politie is waarschijnlijk ook nooit met haar langs de huizen gereden waar dit allemaal plaatsvond.
Iedereen die ooit iemand heeft ontmoet die verslaafd is geweest, of nog is, aan verdovende middelen, weet dat het hele verhaal lulkoek is.
Waarom reageren rechters niet op overduidelijke overtredingen van de wet waar de rechtszaak niet over gaat?
Het is mij overduidelijk dat deze moeder geen geschikte moeder is. Ze exploiteert als “lovermoeder” haar dochter voor haar eigen ziekelijke emotionele behoeftes en geldzucht. Dat arme meisje zou meteen uit huis geplaatst moeten worden.
Ik weet niets van deze zaak noch deze materie af. Maar wat stelt de Landelijke Klachten Cie Onderwijs dan eigenlijk voor, als haar advies door de Zwolse rechtbank zo van tafel wordt geveegd? Niets, lijkt mij: een wat de Engelsen een kangaroo-court noemen: een schertsrechtbank.
Het is een uitstekend vonnis van de Zwolse rechtbank, met een leerzaam onderdeel over verdeling van verantwoordelijkheden. Verplichte kost voor ouders, én scholen. Overigens begrijp ik niet goed waarom beperkt spijbelen geen aanleiding is om de leerplichtambtenaar in te lichten. Is het niet het werk van die laatste om te beoordelen of en wat ermee gedaan moet worden? Bij licht verzuim ingrijpen en voorkomen dat het tot zwaar verzuim verwordt klinkt mij in ieder geval erg positief in de oren. In beleidsplannen te vertalen als pro-actief de veiligheid op straat bevorderen en de ontwikkeling van de samenleving op zowel individueel als maatschappelijk niveau garanderen. Of zoiets.
Eerlijk gezegd heb ik weinig vertrouwen in moeder en dochter. Scholen houden de absentie bij. Als dochter dit werkelijk had meegemaakt onder schooltijd dan had ze veel lessen verzuimd.
Vreemd vind ik het dat je als moeder je dochter zo in de uitverkoop doet. Hoezo PTSS? Dat krijgt dochter wel door al de aandacht.
Hoe is het met de pooier afgelopen?
Is deze (zwaar)bestraft of tot een maand krantenwijk veroordeeld?
Het hele verhaal met moeder en dochter is uitvoerig op de TV geweest.
De vraag is of dat zo goed is voor de dochter.
De …. hebben inmiddels ook veel spijt van hun zelf- exploitatie en de opbrengst is al lang op.
Al is de school juridisch niet aanspreekbaar,ze hadden toch wel iéts kunnen doen.
De leerlinge moet enorm veel gespijbeld hebben.
Uit huis plaatsing betekent anno 2010 onder Rouvoet: naar de reguliere gevangenis!
Zo worden lege cellen “nuttig” gebruikt.
Het verhaal van het meisje is grotendeels of zelfs volledig uit de duim gezogen. Dat is al 3/4 jaar geleden door een aantal bloggers aangekaart. Wel netjes van de school dat ze alle verzuimverslagen nog hadden, maar zelfs zonder dat was het niet zo moeilijk geweest om het verhaal van moeder en dochter te ontkrachten.
Zo is er nooit een aanklacht tegen die pooier ingediend. Niemand heeft enig idee wie het is. Niemand heeft het meisje ook ooit zien werken in Rotterdam. Toch heel merkwaardig gezien de bijzondere uren dat ze daar zou zijn geweest (nl gedurende schooltijd). En welke pooier zet een meisje elke dag uren in de auto van Zwolle naar Rotterdam en terug voor een paar uur werk?
Ik zou me dood schamen als moeder om te moeten vertellen tegen de rechter en de rest van Nederland dat ik mijn kind verwaarloosd had. Die mevrouw lijkt een beetje op een kind dat om aandacht -en geld- bedelt.
25 januari 2010
Geachte heer Jensma, respecievelijk geachte heer Vlaardingerbroek,
Graag mijn reactie op de dezeuitspraak als volgt:
“Kennelijk heeft de moeder – een alleen zijnde ouder -?- zich de rol toegeëigend dan wel aangemeten als een “Lovergirl”; dit over de rug van haar dochter. Zowel moeder als dochter ontkrachtte de eigen aantijgingen aan de school, die het nodige werd verweten! Moeder heeft geld nodig (!) en dat moet de school dan maar bezuren!
Deze handelwijze illustreert beide karakters, niet de meest voorbeeldige. Ik ben blij datde rechter deze onredelijke vorm van ‘hebberighheid’ doorzag en terecht moeder veroordeelde in de proceskosten.
( Graag zou ik van u een bevestiging van dit mailtje willen ontvangen; ook ben ik benieuwd naar reacties van andere mensen, waarvoor dank.
Ik kan niet zo goed overweg met Internet, vandaar )