Identiteitsfraude: verantwoordelijkheid nemen

door Corien Prins

op 1 maart 2010 in Vooraf

Afbeelding bij Identiteitsfraude: verantwoordelijkheid nemen

In de VS gaat het volgens de Federal Trade Commission om ettelijke miljoenen slachtoffers per jaar. In ons land is geen totaalbeeld bekend, maar staat de ‘officiële’ teller bij het, begin 2009, door Justitie en Binnenlandse Zaken geïnitieerde Meldpunt Identiteitsfraude op ruim 300. Ik heb het over burgers die aangeven slachtoffer te zijn van identiteitsfraude. Bekend zijn natuurlijk de slachtoffers waar de Nationale Ombudsman zich sterk voor maakte. Maar hoeveel consumenten bij banken hebben aangekaart slachtoffer te zijn van financiële identiteitsfraude is onbekend. Alhoewel bancaire veiligheidsdiensten op operationeel niveau met de problematiek worden geconfronteerd, is er kennelijk (nog) geen aanleiding strategisch beleid te initiëren. Ook de Nederlandse Vereniging van Banken lijkt niet bijzonder actief. Wie tenslotte gegevens tracht te achterhalen via politiekorpsen wordt over aantallen aangiftes van identiteitsfraude niet veel wijzer. Identiteitsfraude valt niet of nauwelijks als zodanig in de systemen te traceren omdat het geen zelfstandig delict betreft en aangiftes achter de brede noemer van art. 231 Sr (fraude met reisdocumenten) en art. 326 Sr (oplichting) verdwijnen. Dienders worstelen met het fenomeen: burgers die aangifte willen doen wordt gemeld dat niet zij, maar hun bank het slachtoffer is. Of de feitelijke aangifte blijkt problematisch, juist omdat het voorval onder diverse beschikbare – algemene – strafbaarstellingen geduid kan worden en zo ook in het standaard aangiftesysteem ingebracht moet worden.

Kortom, wie afgaat op officiële meldingen constateert dat het bij ons vooralsnog niet zo’n vaart loopt. Maar: het bestaan van het Meldpunt Identiteitsfraude is nooit expliciet onder de aandacht van burgers gebracht en in tegenstelling tot de VS heeft de overheid tot op heden niets gedaan aan publiekscampagnes rondom dit fenomeen. Lezing van de vorige week verschenen Jaarrapportage 2009 van het Centraal Meldpunt Identiteitsfraude geeft ook niet bepaald de indruk van een ‘high profile’ beleidsdossier. Verder is van structurele samenwerking tussen publieke en private sector geen sprake, ontbreekt adequaat inzicht in de omvang vanuit de hoeveelheid aangiftes, is opsporing complex en kostbaar (terzijde: voor ieder bankafschrift waar de politie over wenst te beschikken kunnen financiële instellingen kosten in rekening brengen) en blijkt de kans op succesvolle vervolging (mede gegeven de grensoverschrijdende dynamiek) gering. Kortom, over het daadwerkelijke risico dat wij burgers lopen slachtoffer te worden van identiteitsfraude bestaat grote onzekerheid. Het kan enorm meevallen, maar misschien ook niet. Op z’n minst is het onzekerheid troef. En dat terwijl de voornoemde Jaarrapportage concludeert: “In het pilotjaar 2009 is duidelijk geworden dat een burger, wiens identiteit door onbekende derden is gestolen, voor ernstige problemen komt te staan.”

En dat confronteert ons met de vraag: in hoeverre en op welke wijze moet de overheid de verantwoordelijkheid naar zich toe trekken voor het reduceren van de onzekerheid over aard en omvang van identiteitsfraude? En welke instantie binnen die overheid is dan met name gehouden de bestaande onzekerheid te reduceren tot overzichtelijke risico’s? Technologie is intrinsiek onveilig en daarmee kleven aan de inzet daarvan altijd (onverwachte) risico’s. Ook voor burgers. Maar om een bepaalde mate van risico te kunnen accepteren moeten we eerst onzekerheid zoveel mogelijk tot redelijk behapbare ‘risicoproporties’ reduceren. Daartoe zullen juridische, praktische, maar zeker effectieve maatregelen genomen moeten worden.

De kans op effectiviteit is bij deze complexe materie naar mijn stellige mening het grootst wanneer de wetgever een heel helder signaal afgeeft: zelfstandige strafbaarstelling. Het alternatief – aanpassing van bestaande delicten (art. 321 Sr waardoor fraude met andere documenten dan reisdocumenten ook strafbaar wordt; artikelen 139c en 139e Sr zodat overnemen en kopiëren van computergegevens eveneens een delict oplevert) – laat te veel onduidelijkheid en onzekerheid bestaan. Zeker voor het uitvoeringsniveau. Wil dat uitvoeringsniveau (politie, het OM) de eigen verantwoordelijkheid adequaat kunnen oppakken, dan zal ze daartoe duidelijke instructies moeten ontvangen. Zowel langs de band van een eenduidige strafbepaling als via daaruit voortvloeiende instructies ten aanzien van het aangifteproces en de inrichting van registratiesystemen. Zelfstandige strafbaarstelling moet dan ook niet alleen vanuit een louter juridisch oogpunt worden bekeken. Er gaat symbolische werking uit van het (opnieuw) redigeren en samenbrengen van strafbaarstellingen rond deze specifieke vorm van fraude, die bijdraagt aan het vergroten van de urgentie voor dit probleem op uitvoeringsniveau. Bovendien creëert het momentum dat recht doet aan de huidige onzekerheid rondom het probleem en dus aandacht vraagt van private en publieke sector voor opleiding, preventie, registratie, opsporing en vervolging. Vanuit diverse zijden, waaronder de politie en andere overheidsorganisaties die deelnemen aan het Programma Versterking Identiteitsketen Publieke Sector (VIPS), is er overigens bij de Minister van Justitie op aangedrongen de stap te zetten naar een zelfstandige strafbaarstelling

Willen we de onzekerheid ten aanzien van de risico’s terugdringen en daartoe meer inzicht verkrijgen in aard en omvang van identiteitsfraude, dan heb ik in aanvulling op het bovenstaande nog meer wensen: specifieke voorlichting (zowel richting publiek als de diender op straat), landelijke ruchtbaarheid aan het Meldpunt dat deze week z’n definitieve status kreeg en absoluut: serieuze aandacht voor structurele samenwerking tussen publieke en private (waaronder financiële instellingen) partijen. En wellicht – voor de noodzakelijke coördinatie tussen het enorme scala aan partijen dat bij de problematiek is betrokken – een landelijk ID-fraude officier (met team). En als inderdaad blijkt dat burgers het slachtoffer zijn van identiteitsfraude moet de overheid meer te bieden hebben dan het opnemen van de aangifte alleen. Ook moet ze de helpende hand reiken in herstellen of reduceren van ellende. Zowel overheid als bedrijfsleven hebben in de huidige samenleving van complexe en oneindig gekoppelde informatiesystemen, hier hun verantwoordelijkheid te nemen.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2010/09.

Bron afbeelding: artofdreaming

  • email
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Hyves
  • Google Bookmarks
  • NuJIJ
  • eKudos
  • LinkedIn
  • MSN Reporter
  • Twitter
  • Reddit

{ 3 reacties }

{ 3 reacties… lees hieronder of reageer }

1 J. Martens 12 maart 2010 om 09:52

Moderne ontwikkelingen, uitmondend in nieuwe technieken, kwamen vroeger – na jaren vertraging – uit “Amerika”. Technische ontwikkelingen als beveiligingen e.d. komen nog steeds (veel) uit de USA. Helaas importeren we ook maatschappelijke processen naar Amerikaans voorbeeld die rotzooi en veel ergernis meebrengen.

“Tegen” rampen die ons dagelijks leven bedreigen kunnen we ons verzekeren, althans wanneer we genoeg inkomen hebben. En als we voor die rampen een instituut of een publiek orgaan, politieke groep of zelfs een religieuze club kunnen aanspreken, weten onze advocaten voor krankzinnige bedragen die te vinden.

Ook de overheid die, volgens verdwenen christelijke moraal – “het zwaard niet tevergeefs draagt” – weten we bij vermeende fouten zelfs financieel aan te spreken. Hierbij plunderen we direkt onszelf maar dat merken we pas later.

Hoewel de overheid reeds dertig jaar niet meer “het zwaard draagt” omdat ze niet meer KAN handhaven, voelt ze zich nog verantwoordelijk voor openbare orde en veiligheid (en tegen kersvers geïmporteerde ……terroristen).

Daartoe diende – vóór de massale immigratie na 1970 -het Nederlandse Paspoort. Gesierd met kulturele kenmerken van DIT land. Daarbij werd er vanuit gegaan dat voor identificatie het gehele hoofd van alle kanten moest kúnnen worden gezien. Gedurende honderden jaren afdoende.

Immers valt een individu uitsluitend goed te identificeren wanneer het gehele hoofd zichtbaar is.

Toen fanatieke Moslima’s aan de grens dus niet identificeerbaar bleken, werd hun aanvankelijk geen paspoort verstrekt. Daarom is de Grondwet inzake identificeerbaarheid aan deze eisen van de Islam aangepast. Uitsluitend Moslima’s mogen dus Identiteitsfraude plegen.

Daarnaast werden typisch Nederlandse historische en kulturele kenmerken in de pas, volledig gewist.

Deze eisen van herkenbaarheid geldt echter niet voor gewone Nederlanders. Die mogen slechts met een hoed of pet op de pasfoto …………wanneer hun religie dat schriftelijk EIST ! Dus pure discriminatie van autochtonen.

Dankzij open grenzen mogen terroristen, al dan niet vermomd met hoofddoek of burka, dus ook vrij Nederland in en uit. Ook Moslimjongeren mogen “Op Vakantie”……naar Afghanistan, Eritrea en andere plaatsen waar “het Islamgeloof door het Westen wordt bedreigd”.

Hiervoor is identiteitsfraude onmisbaar. En daarom is een goede registratie als nu in de USA wordt toegepast, wel vervelend, maar voor uw eigen persoon van levensbelang.

Slechts 300 meldingen van fraude op een bevolking van bijna 17 miljoen ?! Belachelijk om in het licht van wat ons na Madrid, Londen en de massamoord op New York nog te wachten staat, hierover herrie te maken.

Accepteer liever 300 maal misbruik dan éénmaal een Moslimterrorist !

2 Henk Schanssema 13 maart 2010 om 15:03

De reactie van de heer Martens lijkt vooral ingegeven door angst. Angst is helaas een slechte raadgever.

Deze link verwijst naar een persbericht van de Nationale Ombudsman, waarin een zaak wordt genoemd van iemand, die ca. 13 jaar “verstrikt” was in het “overheidsweb”.

Het volledige rapport schept een ontluisterend beeld. Niet alleen kostte het de betrokkene uitermate veel moeite om zijn gegevens uit registers te krijgen, maar naderhand kreeg hij nul op het rekest, toen hij probeerde een schadevergoeding van de staat te krijgen. De houding van het openbaar bestuur vind ik zeer verontrustend.

Ik zou de heer Martens willen vragen eens serieus kennis te willen nemen van deze kwestie. Probeert u zich eens voor te stellen hoe u zou reageren, als u slachtoffer zou worden van een dergelijk voorval.

Tenslotte wil ik opmerken, dat controle niet werkt. Na 11 september zijn er veel maatregelen genomen. Toch vonden de aanslagen in Madrid en Londen plaats. Niet lang geleden beleefden we de kwestie met de “onderbroekbom”. De dader had niet eens een paspoort bij zich! Recent was een uitzending te zien
van bodyscanners, waar wapens van een proefpersoon niet werden opgemerkt.

Kortom: het doel heiligt de middelen geenszins.

3 J. Martens 13 maart 2010 om 17:56

Het doel – voorkómen dat vele medeburgers door fanatieke Islamieten in stukken worden gescheurd – heiligt héél veel middelen, meneer Schanssema !

Dat ondanks miljarden kostende investeringen en operaties om de zonder-kloppen-binnen-gelaten-kulturen te pamperen niet helpt, wanneer de meegebrachte genen niet deugen, is geen reden om maar blindelings alle Oosterlingen te vertrouwen.

Het is afschuwelijk om vast te stellen dat ik ieder Oosters uitziend individu onbevangen tegemoet moet treden, met in mijn achterhoofd de waarschuwing van mijn ouders “wéés voorzichtig”.

Dat was in 1942 toen ik zeven jaar was, heel terecht. Mijn ouders hebben ook een fatsoenlijke Duitse officier gezien maar vonden dàt niet reden om “DE” Duitsers en hun vazallen te vertrouwen.

Vandaag ontmoet ik mensen van Turkse komaf, aardige en minder aardige, maar ik ben niet meer alert op beroepsmoordenaars. Dat is niet nodig en zó kun je niet leven.

Dat dankzij Nederlands kinderlijk vertrouwen in letterlijk àlle mensen, bloedbaden (kúnnen) worden aangericht door tweede generatie-immigranten die zelfs vrolijk “Met Vakantie” naar afgrijselijke vrinden gaan om te worden getraind in de Jihad, maakt me razend.
Op de PVDA en ander links tuig dat dit alles heeft “Gedoogd”.

DAt ik bij een bezoek aan New York aan alle kanten door de geheime diensten ben gescreend neem ik graag op de koop toe.

Ik houd niet van bloedbaden, en vind veel beveiligingsmaatregelen nog véél te respectvol jegens onmensen. Voor mij óók vervelend…

Reageren

Vorige post:

Volgende post: