De Duitse douane heeft een cocaïne importhandel opgezet waarmee het kopers arresteert. De Nederlandse justitie doet mee, maar verzwijgt in de rechtszaal de rol van de douane.
De zaak. De Nederlandse politie arresteert in september vier mannen die een grote lading cocaïne uit Hamburg naar Nederland willen brengen. Eén van hen, een Duitser, vertelt dat hij sinds begin 2008 als ‘Vertrauensperson’ voor het Duitse Zollkriminalamt werkt. Hij organiseert cocaïnetransporten uit Zuid- Amerika, werft klanten en regelt verpakking en transport. De Duitse douanerecherche arresteert op zijn aanwijzingen de kopers. De informant vertelt meestal dat de cocaïne dankzij een corrupte douanier aan wal gebracht wordt, een zekere U. In werkelijkheid geeft deze U. hem namens de douane instructies hoe de kopers kunnen worden verleid zoveel mogelijk cocaïne te bestellen. De informant werkt op commissie. Hij krijgt van de douane tien procent van de koopsommen.
Wat is het probleem?
Het openbaar ministerie vermeldt van deze voorgeschiedenis helemaal niets, tot twee dagen voor de zitting. En het maakt verschil voor de strafbaarheid of iemand op eigen initiatief, in opdracht van of uitgelokt door de overheid in drugs handelde.
De advocaten van de verdachten vinden dan ook dat het Openbaar ministerie ontlastende informatie met opzet heeft verzwegen. Justitie was al in maart op de hoogte van deze ‘sting-operatie’, had kennis gemaakt met U. en was door hem ingelicht over deze informant. Door dat allemaal te verzwijgen zijn de rechten van de verdediging ‘op grove wijze veronachtzaamd’. Justitie zou het recht om te vervolgen hebben verspeeld.
Hoe verdedigt het OM deze handelwijze?
Justitie ontkent dat de informant in opdracht van en met medeweten van de Duitse douanerecherche de drugsdeal organiseerde. De Duitse informant deed dat juist op eigen initiatief en dus is hij alleen aansprakelijk voor zijn criminele handelen. Die informantenstatus doet er dus niet toe. Dat het OM zijn werkzaamheden voor de rechter en de advocaten verzweeg was in diens belang, om „de informant te beschermen”.
Gaat de rechtbank hierin mee?
Nee, sterker, die maakt er gehakt van. Het openbaar ministerie wist al maanden voor de arrestatie dat een Duitse criminele burgerinfiltrant bezig was cocaïne te importeren. Dat de Duitse justitie hem ‘uitdrukkelijk had opgedragen’ dat juist niet te doen, zoals het OM beweerde, is zelfs onwaar. Uit e-mails, teruggevonden op diens computer blijkt de douane gedetailleerd opdrachten te geven. Criminele burgerinfiltratie mag in Nederland alleen ‘in zeer uitzonderlijke omstandigheden’ en voor een korte tijd, met toepassing van een aantal wettelijke normen. Daar heeft het OM zich ‘op geen enkele manier’ gehouden. In het dossier zat ‘geen enkel stuk’ waaruit de rechter kon afleiden dat het OM deze informant al maanden kende. Alleen omdat de advocaat lont rook en de rechter commissaris snel per fax wat vragen kon stellen, kwam de zaak uit. En pas toen wilde officier op de zitting wel erkennen dat men elkaar al maanden eerder op het Amsterdamse parket ontmoet had. En dat van deze bijeenkomst geen notulen of proces verbaal was gemaakt.
En de uitslag?
Het OM heeft ‘cruciale ontlastende informatie’ verzwegen en daarmee een ‘ernstige inbreuk’ gemaakt op het strafproces zodat de verdachten geen eerlijk proces konden krijgen. De verdachten gaan vrijuit.
Lees hier het vonnis van de rechtbank Amsterdam. En hier een krantenbericht over deze kwestie.
Er kan ook worden gereageerd op Recht en Bestuur. Reacties verschijnen op beide sites.
Bron afbeelding: ljcesca
{ 18 reacties }



{ 18 reacties… lees hieronder of reageer }
Ik houd me nu al een tijd (zeg maar jaren, maar decennia zou ook gepast zijn) bezig met fouten van justitie. Maar steeds in de zin van: constructieve kritiek, met begrip voor de lastige positie waar met name het OM in zit, als spin in het web en kop van Jut. Je zou kunnen zeggen dat het met het vertrouwen in de strafrechtspleging, en dus ook het OM, wel meevalt, als je bijvoorbeeld kijkt naar het beperkte aantal zaken dat door de CEAS (de commissie evaluatie afgesloten zaken, door het OM zelf ingesteld na de geruchtmakende Schiedamseparkmoordzaak) is behandeld: 4 zaken, terwijl er een tsunami werd verwacht.
Inmiddels wordt door het wetenschappelijk bureau van het OM ook onderzoek gedaan naar de lijst van het tv-programma Zembla van enkele maanden geleden; de resultaten daarvan worden binnenkort bekend gemaakt. Ik ben als onafhankelijk adviseur bij dat onderzoek betrokken, en wil op de uitkomst van dat onderzoek dus niet vooruitlopen. Wat ik evenwel wél kwijt wil, is een soort bijna moedeloze verzuchting: waarom in godsnaam geen transparantie betracht in deze ‘Duitse’ zaak? Inderdaad, de IRT-affaire is weer lang geleden! Het collectieve geheugen is ook bij het OM wel erg kort! Er moet verdomme toch een methode te verzinnen zijn waarmee dat geheugen ook aan de ‘jonkies’ valt over te dragen? En het gaat natuurlijk ook niet alleen maar om geheugen, maar ook om zeg maar een ethische antenne.
Dit soort praktijken, hoe ook tot stand gekomen (laksheid, onbenulligheid, scoringsdrift, gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef of ervaring) kan gewoon niet, en er is kennelijk een dringende behoefte aan mensen binnen het OM die daarvan doordrongen zijn en die deze boodschap voortdurend uitdragen. En zoveel gezag hebben dat zij de crime fighters (die er ook moeten zijn) in de teugels kunnen houden.
Theo de Roos is hoogleraar strafrecht in Tilburg en medewerker van het NJB.
Wat niet weet, deert wel!
Zo’n 17 jaar geleden zorgden infiltratie acties van politieteams in de zogenaamde IRT-affaire, voor een zodanige opschudding dat naar aanleiding daarvan een parlementaire enquête plaatsvond onder voorzitterschap van Van Traa, waarbij onderzoek werd gedaan naar de opsporingsmethoden in Nederland. Er bleek veel te gebeuren wat wettelijk helemaal niet geregeld was, hetgeen in 2000 tot een belangrijke herziening van het Wetboek van Strafvordering heeft geleid. Alle opsporingsbevoegdheden werden daarin vastgelegd en gereguleerd. Hot issue was toen onder andere de vraag of burgers bij infiltratieacties zouden mogen worden ingezet. Infiltratie houdt in dat de infiltrant met toestemming van justitie deelneemt of meewerkt aan strafbare feiten met als doel een criminele organisatie in kaart te brengen en op te rollen. Punt is dat de burger die als infiltrant optreedt geen strafbare feiten mag uitlokken. Waar de grens tussen uitlokking en rechtmatige infiltratie loopt is voor een leek moeilijk te beoordelen. Vandaar dat burgerinfiltratie alleen bij dringende noodzaak mag plaatsvinden en door de politie goed gestuurd en begeleid moet worden. Bij de behandeling van de nieuwe wetgeving heeft de Tweede Kamer in een motie aangenomen dat de burgerinfiltrant zelf geen crimineel mag zijn. Dat zou een infiltratie te risicovol maken. De IRT-affaire had namelijk aan het licht gebracht dat het de criminele infiltranten waren die de politie aanstuurden in plaats van omgekeerd. De minister van justitie heeft echter steeds gezegd het inzetten van criminele infiltranten niet helemaal te willen uitsluiten, bijvoorbeeld bij het bestrijden van terrorisme.
Een ander probleem dat door de Commissie van Traa werd gesignaleerd was dat het gebruik van geheime opsporingsbevoegdheden niet werd gerapporteerd in de stukken en dus ook niet door de rechter kon worden gecontroleerd. Sinds 2000 moet ook dat nauwgezet gebeuren. Er moet immers getoetst kunnen worden of er bijvoorbeeld door de politie strafbare feiten zijn uitgelokt.
Uit deze recente zaak blijkt dat de lessen van Van Traa nog altijd actueel zijn. Het Openbaar Ministerie wordt afgestraft omdat het een criminele burgerinfiltrant willens en wetens in Nederland zijn gang heeft laten gaan en dit bovendien ook nog geheim heeft willen houden, waardoor het verdediging geschaad werd. Een geijkte truc, die ook voor Van Traa werd gebruikt, was de zaaksofficier in het ongewisse laten zodat deze ook niet bewust de kluit zou kunnen belazeren. Dat was ook in deze zaak het geval en daar heeft de rechtbank doorheen geprikt. Opsporing moet controleerbaar blijven en het OM is verplicht tot fair play. Wat niet weet deert in opsporingsland dus wel!
Taru Spronken is hoogleraar strafrecht in Maastricht en redacteur van het NJB.
In deze zaak moet onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds de inzet van de criminele burgerinfiltrant en anderzijds het gebrek aan openhartigheid van het Openbaar Ministerie. Het laatste is fataal gebleken.
Op de achtergrond spelen nog altijd de bevindingen van de Parlementaire Enquete Opsporingsmethoden (Van Traa). Twee dingen werden toen zwaar opgenomen: het bewust doorlaten van drugs en het werken met een criminele burgerinfiltrant. De wetgever is daarna aan de slag gegaan maar heeft zich vooral met problemen bezig gehouden die te maken hebben met de rechten van de verdachte (zoals privacy). Het probleem van Van Traa met de criminele burgerinfiltrant was dat te nauwe samenwerking tussen politie en boeven tot corrumpering van de politie kan leiden en tot onbedoelde hulp aan andere boeven. In Boston, USA werd nadien nog door te indringende samenwerking met de Ierse maffia de Italiaanse maffia ter plaatse uitgeschakeld tegen de prijs dat diverse moorden van de Ieren door de vingers werden gezien.
Wij houden er sinds Van Traa niet van als een crimineel wordt beloond voor zijn inzet in een zaak door hem de ruimte te geven eigen voordeel mee te pakken. Tegenwoordig zegt het OM: ‘wij willen van een informant niet weten wat hij doet, en als hij iets doet, doet hij het voor eigen risico’. Anders zou er immers sprake zijn van een infiltrant. Juridisch slim en verdedigbaar, maar praktisch raar. Het OM maakt immers wel gebruik van de informatie die de crimineel – juist omdat hijzelf ook meedoet – kan verstrekken.
Het OM en de minister zijn echter zo bang voor discussie hierover dat zij proberen onder het probleem uit te komen: als je de crimineel laat “runnen” door een Duits politieteam en je doet net of de crimineel buiten jouw weten om zijn delicten pleegt kun je doen of je neus bloedt. Maar als het dan ook nog eens zo is, zoals in dit geval, dat er aanwijzingen zijn dat het gepleegde delict echt is afgedekt door de (Duitse) autoriteiten dan wordt het wel heel unfair als de crimineel niet minstens in het kader van de strafmaat hierop een beroep kan doen. Als het OM dan het spel van dit eigen ‘bewust niet willen weten’ in de rechtszaal speelt, krijgt de rechter het idee dat hij wordt bedonderd. Bureaucraten spreken in zo’n geval van gebrek aan transparantie, juristen van gebrek aan eerlijkheid van het proces. Bij een oneerlijk proces hoort niet ontvankelijkheid, zoals de rechtbank heeft beslist.
Dat er politiek veel tegen het werken met criminele burgerinfiltranten is, heeft niets te maken met de rechten van die lieden en hoeft daarom juridisch doorgaans geen gevolgen te hebben. Met meer openheid was er ook in dit geval vermoedelijk een andere oplossing gevonden door de rechter. Juist het gebrek aan openheid en de gevaren van corruptie en onbedoelde hulp aan criminelen was indertijd de reden voor de politieke kritiek op de inzet van de criminele burgerinfiltrant. Het is eigenlijk onbegrijpelijk dat de manier om onder de reële problemen uit te komen nu wordt gezocht door ‘newspeak’. Een open discussie hierover wordt door de minister uit de weg gegaan, hoewel er best gevallen zijn waarin die discussie op zijn plaats is. Zelf volg ik weliswaar nog steeds Van Traa, maar er zijn capabele politiemensen die verstandige uitzonderingen kunnen formuleren. Dankzij dit arrest wordt duidelijk dat het beter is de discussie van Van Traa te heropenen dan om de huidige stiekeme toestand zelfs in de rechtszaal te laten voortbestaan.
Ybo Buruma is hoogleraar strafrecht in Nijmegen en redacteur van het NJB.
Is cocaïne import strafbaar als de Duitse douane het mede organiseert?
Natuurlijk is dat strafbaar en het word eens tijd dat medewerkers van het OM of in dit geval de Duitse douane vervolgd gaan worden en indien schuldig een echte (lees vervangende vrijheids) straf opgelegd krijgen.
Dit soort praktijken stoort mij als burger mateloos, in de ogen van de doorsnee burger is het OM en haar handlangers, zoals nu de Duitse douane, vaker een organisatie die tot doel heeft het plegen van criminele feiten, dan een wetshandhaver.
Wat het OM en haar handlangers maar niet wil begrijpen is dat de prijs van dergelijk gedrag vele malen hoger is dan het genoten voordeel.
Het ondermijnt de rechtstaat in haar fundament, ik ben geen jurist, maar er is ook geen jurist die mij nog uit kan leggen waarom ik mij wél aan de wet zou houden, als ik er persoonlijk beter van kan worden of te scoren door diezelfde wet níet te eerbiedigen.
Slecht voorbeeld doet namelijk ook volgen!
OvJ’s krijgen zeker geen promotie als ze niet genoeg zaken winnen?
@NJB medewerker Theo de Roos, hoogleraar strafrecht in Tilburg
De IRT affaire is toch wel alom bekend mag ik hopen bij de hedendaagse student.
Er zijn ambtenaren en bestuurders die om veel mindere vergrijpen de laan zijn uitgestuurd. Het O.M. valt onder jurisdictie van het Ministerie van Justitie. Het wordt de hoogste tijd dat dit Ministerie zijn verantwoordelijkheid neemt en duidelijke richtlijnen geeft wat er bij dergelijke excessen moet gebeuren. Het Rijk heeft een voorbeeldfunctie dat zijn doorwerking in de samenleving moet hebben.
Zo kan het echt niet meer langer doorgaan.
Bij de klinkerbotsing zoals in de samenstelling van ‘cocaïne’ en ‘import’ is de regel dat men een koppelteken gebruikt.
Het moet dus ‘cocaïne-import’ en ‘cocaïne-importhandel’ worden (zie ook de Woordenlijst Nederlandse Taal, oftewel het Groene Boekje).
… alleen omdat de advocaat lont rook … ?
Ik neem aan dat de verdachte zijn situatie met de advocaat besproken heeft, en dat de verdachte gemaakte afspraken e.d. aan zijn advocaat tonen kon.
Overigens denk ik dat het OM deze informatie wel aan de rechter had moeten verstrekken.
Ook denk ik dat de Duitse douane niet het recht geeft Nederland te gebruiken als doorvoerland voor cocaine Vervolging van U. lijkt mij dus geen verkeerde zaak.
Behalve natuurlijk als U. met toestemming van de Nederlandse politie gewerkt heeft, in dat geval is de vraag waarom de politie deze smokkel organiseren liet.
Hieruit blijkt opnieuw dat theorie en praktijk in de rechtspraak ver uit elkaar liggen. De criminaliteit ontwikkelt zich veel sneller ,dan de wetgever de wetten kan aanpassen. De politiek/wetgever slaagt er niet in om de criminaliteit adequaat aan te pakken. Een mogelijke reden is dat de beste juristen in de publieke sector werken en de overheid het met het restant moet doen.
Verder vraag ik mij af waarom men de methoden uit de USA of Duitsland bij ons niet kan of wil formaliseren.
Naar mijn mening zouden ook de hoogleraren met relevante voorstellen kunnen komen om weer enigszins een wetgeving anno 2010 te krijgen.
Als die “jonkies” de IRT affaire zijn vergeten, is dat dan niet voor een belangrijk deel te wijten aan de huidige professoren strafrecht en de leraren van de rechercheschool? Die moeten immers uitleggen hoe het wel mag als je officier van justitie of rechercheur wilt worden.
Gewoon iets doen aan de opleidingseisen en de eindtermen. En de permanente educatie.
Overigens is dit denk ik eerder een kwestie van opzettelijk zwijgen waar gesproken zou moeten worden. Dat noem ik liegen.
Naast de valsheid in geschrifte van sommige hoofdcommissarissen van politie (declareren van persoonlijke verzorgingsproducten, een fles whisky en een slof sigaretten bijv.), de door Peter R De Vries onthulde massale parkeerfraude van het KLPD te Driebergen, de zero tolerance bij snelheidsovertredingen gecombineerd met de forse snelheidsovertredingen van de flitscontroleurs zelf, etc. zorgen ervoor dat je je moet afvragen of dit land nog wel een rechtsstaat is.
De kwalificaties die de drie hoogleraren over het Amsterdamse Openbaar Ministerie hebben gegeven zoals die zijn verwoord op deze weblog, hebben niet alleen mij maar ook de medewerkers van het parket zeer geraakt.
Ik sta in voor de professionaliteit en integriteit van het Amsterdamse parket en daarom heb ik contact opgenomen met de drie hoogleraren. Ik heb hun voorgelegd of zij ‘ontsteld zijn over het gebrek aan eerlijkheid bij het Amsterdamse Openbaar Ministerie in een cocaïnezaak’, zoals het artikel ‘Hoogleraren: OM oneerlijk in cocaïnezaak’ in het NRC van 30 maart (en gebaseerd op deze weblog) stelt.
De drie hoogleraren hebben me persoonlijk aangegeven dat dit niet het geval is. De conclusie zoals die is verwoord in het artikel is volgens de deskundigen niet uit hun reactie op te maken.
In onderhavige zaak die door Jensma hierboven is uiteengezet, heeft de rechtbank geoordeeld dat verdachte S. is aangestuurd door de Duitse autoriteiten. Volgens de rechtbank moet hij daarom worden gezien als een criminele burgerinfiltrant.
Het OM vindt dat de rechtbank ten onrechte verdachte S. als criminele burgerinfiltrant ziet. Wij zijn van mening dat verdachte S. een informant is. We zijn ons terdege bewust van de regels mbt criminele burgerinfiltranten, maar zijn van oordeel dat die niet van toepassing zijn in deze zaak. Vanwege het juridisch verschil heeft de zaaksofficier direct na het vonnis van de rechtbank bekendgemaakt appèl aan te tekenen.
De zaak dient nu in hoger beroep en daarom zullen wij verder niet op de inhoud van de zaak ingaan. In ons strafprocesrecht is één van de uitgangspunten dat hangende het hoger beroep terughoudendheid wordt betracht in publieke uitlatingen over de strafzaak. Dit beginsel respecteren wij.
De indruk ontstaat door het bericht op de voorpagina van dinsdag 30 maart dat het Amsterdamse Openbaar Ministerie oneerlijk is geweest. Daar herken ik me niet in.
Mijn punt is juist dat deze werkwijze gemeengoed is. In de Goudsnipzaak uit 2007 vond er in de Arnhemse omgeving een enigszins vergelijkbare kwestie plaats. Ik vind dat het – volgens mij in het verleden zelfs politiek geaccordeerde – beleid van het OM over het als informant aanmerken van mensen die door de buitenwereld als infiltrant worden beschouwd onjuist is en de eerlijkheid van het proces (in de zin van art. 6 EVRM) soms aantast. Het is evenwel een werkwijze waarvan het OM echt meent dat die de juiste is, zoals blijkt uit het boek van Van der Bel e.a., Informatie en opsporing.
Met de eerlijkheid van de Amsterdamse functionarissen heeft de kwestie daarom niets te maken: het probleem is vanuit mijn perspectief bezien groter dan dat. Je kunt ook zeggen dat het een fundamenteel juridisch verschil van inzicht is.
#11 Herman Bolhaar, hoofdofficier van justitie Amsterdam zegt;
[Ik sta in voor de professionaliteit en integriteit van het Amsterdamse parket]
Het probleem, meneer Bolhaar, is dat u en uw collega’s mij niet meer kunnen overtuigen.
Als burger van Nederland weet ik heel goed wat er om mij heen gebeurt en als ik het niet zou weten voel ik het wel aan mijn water.
Ik zie scoringsdrift, (niet alleen bij het OM overigens), die resultaat belangrijker vindt dan procedures of regels.
Het gaat niet meer om gelijk hebben maar om gelijk krijgen.
Wat u en uw collega’s maar niet willen begrijpen is dat dat voor het OM een doodlopende weg is.
Uw primaire taak is ‘Waarheidsvinding’, niet meer en niet minder!
Laat het oordeel aan de rechter!
In uw handelen zou u boven publieke opinies moeten staan, maar gezien de toenemende scoringsdrift bij het OM zakt u er alleen maar verder onder.
U zou onafhankelijk van de politiek moeten opereren, kijk nog eens goed naar de hier voorafgaande zin en denk eens over ‘het waarom’ van die scoringsdrift.
Bent u nog wel onafhankelijk?
Vindt u het belangrijk dat de burger het OM vertrouwt?
Zo maar wat vragen die bij mij opwellen.
Ik kan u wel wat simpele adviezen geven;
-Ontsla alle persofficieren (sorry Lieneke) en communicatie deskundigen.
Als de media iets over een zaak wil weten hebben ze de beschikking over het openbare dossier en na afloop van het proces over de uitspraak van de rechter.
Als de media verduidelijking nodig heeft nemen ze die communicatiedeskundigen van het OM, die net ontslagen zijn, maar in dienst.
-Het is geen taak van het OM om met de media te communiceren of een mening te hebben, dat is de taak van de politiek.
De taak van het OM is vermeende misdadigers voor een onafhankelijke rechter te brengen en aan die rechter een oordeel te vragen.
-Geen informanten inhuren, nooit, je kunt namelijk nooit garanderen dat de informatie wel of niet gestuurd wordt door een van de partijen, incl. het OM.
Als iemand de politie of het OM wil informeren dan doet hij/zij dat op vrijwillige basis en eigen initiatief, anders niet.
Er is nog wel meer te verzinnen, maar de boodschap is;
ga terug naar de basis, en dat is boeven vangen.
Als de uitspraak van een rechter niet is wat gehoopt werd is dat een politiek probleem, dus laat het daar.
De veranderende maatschappij met zijn hypes en mediamogelijkheden heeft ook behoefte aan bakens van rust en duidelijkheid.
De ingeslagen weg van de afgelopen jaren heeft desastreuze gevolgen gehad voor de mentaliteit en moraal van de doorsnee burger, de verharding van de maatschappij wordt ook veroorzaakt door slechte voorbeelden van overheidsorganen zoals het OM.
Ondertussen is zelf het scoren op korte termijn niet meer te garanderen, op de lange termijn ligt rechteloosheid en willekeur op de loer.
Zo die niet zijn vuige kop al heeft opgestoken………
De discussie over het al dan niet juridisch verantwoord handelen in deze zaak laat ik graag aan de strafrechtdeskundigen over.
Wel wil ik van deze gelegenheid gebruik maken om op te roepen tot een achterliggende discussie, namelijk: zijn de aanbevelingen van commissie Van Traa nog wel werkbaar anno 2010?
Ik begrijp namelijk dat het doorlaatverbod in de praktijk slecht/onwerkbaar is. Althans, als men ‘waarheidsvinding’ voor staat, waarbij bewijsmateriaal over veronderstelde criminele activiteiten van de ‘grotere jongens’ wordt achterhaald (of juist wordt aangetoond dat die er niet is). Telkens moet er voortijdig worden ingegrepen en komt het opsporingsonderzoek bloot te liggen. Er is wel een omslachtige procedure om ‘gecontroleerd af te leveren’ of om het brononderzoek af te schermen, maar deze sluiten slecht aan bij de praktische werkelijkheid (tijdsdruk bij rechercheurs, onraad onder criminelen).
Bovendien stellen de procedures ‘ingrijpen’ boven ‘opsporen’; en dit mag wat mij betreft nu juist ter discussie staan omwille van waarheidsvinding. (hierbij heb ik het vooral over het voortijdig moeten ingrijpen op drugshandel; mensenhandel is wat mij betreft een ander verhaal).
Daarnaast zijn er ethische vragen te stellen bij het doorlaatverbod. Wat is nu eigenlijk ethisch: die paar gram uit de handel halen en ondertussen de grote kilo’s laten gaan? Of een kleine hoeveelheid doorlaten om het criminele netwerk daarachter te kunnen achterhalen?
Daarnaast zijn er nog meer ‘heilige juridische huisjes’ die wel eens op de praktische merites mogen worden beoordeeld. Wederom: zonder de huidige rechten van de verdachte teniet te doen (transparantie, juridische ondersteuning, geen uitlokking, etc.).
Denk bijvoorbeeld aan het verlagen van technisch/juridische eisen voor de inzet van ‘opnemen vertrouwelijke communicatie’ en het gewoner maken van ‘deals met criminelen’. Deze middelen passen nu eenmaal beter bij de criminele werkelijkheid van afgeschermd werken en bedreiging/intimidatie. Ja, het kan in theorie al, maar de drempels zijn in de praktijk mogelijk onterecht te hoog. (hierover zou een discussie moeten plaatsvinden!)
In Nederland verfoeilijken we de inzet van taps, en vergelijken deze inzet met die in het buitenland. Wat hierbij – gemakshalve of uit onwetendheid – wordt vergeten is dat gerespecteerde landen als Engeland en Duitsland eerder andere opsporingsmiddelen mogen inzetten. Misschien zou eens ‘echt’ moeten worden onderzocht hoe in dergelijke landen wordt opgespoord en wat wij daarvan kunnen leren/lenen.
Kortom, de kern van het pleidooi is: naast terechte kritiek op en discussies over de huidige wijze van opsporing – vanuit het ‘Van Traa’-perspectief -, vraag ik: kijk ook eens naar wat er nodig is in de werkelijke/toekomstige opsporingspraktijk.
Zou je nu echt méér boeven vangen als je infiltreert, doorlaat, afluistert, gecontroleerd aflevert en deals met criminelen sluit?
De ‘scores’ van de laatste jaren (ook vóór van Traa) laten niet echt een positieve balans zien.
En dat is de beste reden om met die onzin te stoppen, het levert niet genoeg op, de prijs/kwaliteitsverhouding is negatief.
En dat begrijpt het OM maar niet, jammer!
Lamers, begrijp ik uit uw efficiency-afweging dat we naar de volgende “oplossing” toe moeten?
–> het OM alleen nog laten investeren in de heterdaad-meldingen, waarbij de zaak als het ware rond is?
–> En alle indicaties van (zware) criminaliteit die een investering vergen in opsporingsmiddelen/capaciteit, die moet het OM lekker laten liggen zolang het nog ‘te negeren valt’, juist omdat de kans erin zit dat er niet ‘gescoord’ kan worden…..?
Of bedoelde u iets anders met efficiency en de oplossingen die u voor staat voor de (lage score in de) opsporing van criminaliteit.
Geachte M. Van Rijswijk, wat ik werkelijk bedoel is dat het OM nooit zou mogen overwegen de grenzen van de wet op te zoeken.
Zij moet juist het anker van de wet zijn.
Mijn reactie is gechargeerd, het doel is de verloren geloofwaardigheid herstellen van het OM.
Je verliest die geloofwaardigheid door de wet te overtreden om, naar eigen oordeel, zwaardere misdrijven aan te pakken.
Ik zie te weinig resultaat en dat heeft zijn weerslag op de perceptie van misdaadbestrijding door de doorsnee burger.
De inspanning die geleverd moet worden is soms zo groot en het resultaat zo mager dat je met diezelfde inspanning veel meer resultaat bereikt als je je bakens verzet.
Ik zie het OM zich te graag profileren, dat moeten ze niet doen, daar hebben we politici voor.
Mega-zaken geven natuurlijk veel air-play en dat is leuk voor de status-beluste OvJ’s, maar na de hype blijft de burger met een leeg gevoel achter en herinnert zich dat zijn/haar ergernis niet is opgelost.
De middelen op een andere wijze inzetten, levert hooguit lokaal succes op, geen status, maar wel meer burgers die tevreden zijn dat er eindelijk wat aan de overlast/ergernissen wordt gedaan, wat dat betreft is het tijd voor een correctie, net zo als indertijd de commissie van Traa nodig was om te corrigeren.
#16 V. Rijswijk; Na herlezing nog een kleine aanvulling.
De Holledertjes, Hakkelaars en andere schimmige figuren krijgen met een versimpelde opsporing vermoedelijk niet veel minder straf, wel komt er meer ruimte om andere ergernissen aan te pakken.
Wat het OM van mij wel mag doen is de politiek wijzen op onvolkomenheden in de wet.
Nu rijden criminelen rond in dure statusverhogende automobielen om maar iets te noemen, dat valt met wat kleine aanpassingen een stuk moeilijker te maken.
En zonder status loont de misdaad nu eenmaal niet.
En dan zal het zo zijn dat je ze niet voor elk feit achter de tralies krijgt, lukt dat nu wel dan?