Mag een huisbaas schotelantennes aan flatwoningen verbieden? Of is dat in strijd met de vrijheid informatie te ontvangen?
De zaak. Een huurder vraagt toestemming aan de huisbaas om aan de gevel van zijn flat op de vierde etage een satellietschotel te bevestigen. Dat mag, mits de schotelantenne onder de bovenzijde van de balustrade blijft. Achter het balkonhek dus.
Daar heeft de huurder niets aan, omdat de ontvangst dan wordt gestoord. Hij plaatst de schotel toch aan de gevel, in het zicht, waarna de huisbaas hem sommeert die te verwijderen.
Welke belangen spelen een rol?
De huisbaas vindt schotelantennes lelijk staan en zegt met de weigering „de leefbaarheid van de buurt te beschermen en te bevorderen”. Ook is er een risico op schade aan de gevel door het plaatsen van antennes. Internet en digitale televisie vindt hij goede alternatieven. De huisbaas wil de schotel ook weg hebben om één lijn tegen andere huurders te trekken.
Maar de huurder wil gratis tv-programma’s van Italiaanse, Franse en Spaanse zenders ontvangen. Met name de satelliet ‘Hotbird’ en ‘Astra 1’ zijn voor hem essentieel. De huurder zegt geen computer te hebben, niet met internet om te kunnen gaan, de alternatieven duur te vinden en het aanbod beperkt. Ook ziet hij overal in de buurt schotelantennes, net zo gemonteerd als de zijne. Kennelijk vindt zijn huisbaas het daar wel goed.
Wat is de rechtsvraag?
Is er een recht op onbeperkte plaatsing en dus ontvangst van gratis tv-signalen via de satelliet in een huurwoning? Mag het burgerrecht om informatie vrij te ontvangen worden beperkt in een huurcontract?
Welke juridische argumenten gebruiken partijen?
Huurder en eigenaar discussiëren eerst over het huurrecht. Was er wel toestemming nodig, is een schotel wel een ‘antenne’ in de zin van het huisreglement, gelden dit soort beperkingen wel voor flats of alleen voor ‘grondgebonden woningen’. Etc, etc. Het belangrijkste debat gaat echter over artikel 10 van het Europese verdrag voor de rechten van de mens, de vrijheid van informatie. Burgers kunnen daar een rechtstreeks beroep op doen: ook het huurrecht mag de mensenrechten niet schenden.
Wat zegt de rechter?
De kantonrechter geeft de huisbaas gelijk. De huurder moet de schotel weghalen. Bij weigering is de dwangsom 5000 euro. De huurder gaat naar het gerechtshof.
Maar de raadsheren zijn het eens met het verbod. Zij toetsen of de beperking die de huisbaas oplegt gerechtvaardigd is, volgens de maatstaven die de Europese rechters eerder hebben aangelegd. Het Hof vindt die inbreuk op het recht om vrij informatie te ontvangen alles bij elkaar beperkt en daardoor gerechtvaardigd. Er is inderdaad een gevaar voor ontsiering en schade aan het gebouw. ‘Wildgroei’ van schotelantennes is denkbaar. Verder is er via kabel of digitale tv ook een breed aanbod aan Italiaanse, Franse en Spaanse zenders te ontvangen. Een mensenrecht op gratis informatie bestaat niet. Van de huurder kan bovendien „verlangd worden de mogelijkheden van het internet te beproeven.” Dat de schotelantennes elders in de wijk door deze huisbaas wel zijn toegestaan is niet aangetoond.
Lees hier de uitspraak van het gerechtshof Den Bosch.
Er kan ook worden gereageerd op Recht en Bestuur. Reacties verschijnen op beide sites.
Bron afbeelding: Bjørn Giesenbauer
{ 20 reacties }



{ 19 reacties… lees hieronder of reageer }
Een terechte uitspraak
De uitspraak van het Gerechtshof is terecht en bevestigt gelukkig dat de in Nederland op ruime schaal toegepaste schotel(antenne)verboden kunnen worden gehandhaafd. Zou dit niet meer kunnen dan zou er op grote schaal ontsiering van gebouwen plaatsvinden. Nederland kent een ruim gebruik van privaat- en bestuursrechtelijke (schotel)antenneverboden. Daarover wordt regelmatig geprocedeerd. Zowel de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State als de civiele rechter passen in dat kader een vergelijkbare toets toe als het gerechtshof in zijn uitspraak. Daarbij worden steeds de belangen van de huurder afgewogen tegen die van de verhuurder. Alleen wanneer de belangen van de huurder onevenredig worden geraakt door een verbod kan dat niet worden gehandhaafd. Heel belangrijk daarbij is de vraag of de huurder redelijke alternatieven heeft om de bewuste informatie te ontvangen. Als dat niet het geval is dan wordt in de regel aangenomen dat het verbod niet door de beugel kan. In de meeste andere gevallen blijft het verbod in stand. Dat lijkt mij een verstandige lijn omdat er niet aan moet worden gedacht dat te pas en te onpas uitzonderingen op het verbod zouden worden toegestaan. Dat zou leiden tot een ongewenste ontsiering van de openbare ruimte die vanwege de precedentwerking als een olievlek om zich heen zou grijpen.
Deze aanpak vindt ook steun in de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens dat een vergelijkbare toets toepast. Uit een recente uitspraak van dit Hof in een Zweedse zaak volgt overigens – en dat is wel een les voor de Nederlandse rechter – dat ook het ontvangen van soaps wordt beschermd door de informatievrijheid. Omdat het gezin in kwestie deze soaps alleen via een schotel kon ontvangen en de wijk waarin zij woonden geen bijzondere esthetische waarde had, zette het Hof een streep door het schotelverbod. Prof. Adriaansens heeft in het Nederlands Juristenblad 2010, nummer 20 betoogd dat uit deze Zweedse zaak en uit het beleid van de Europese Commissie zou volgen dat de Nederlandse praktijk en rechtspraak te restrictief is, maar ik ben daarvan niet overtuigd. Volgens mij blijft er in het kader van de noodzakelijke belangenafweging ruimte of de huidige praktijk te handhaven. Het zal namelijk niet vaak voorkomen dat er – zoals in de Zweedse zaak – geen redelijk alternatief is voor het ontvangen van de bewuste informatie. Ook omdat er steeds meer informatie via centrale systemen, digitale televisie en het internet beschikbaar is en zal komen. Daarnaast kan worden volgehouden dat ook wanneer er geen monumenten in het spel zijn er zwaarwegende belangen zijn verbonden aan het voorkomen van de ontsiering van gevels.
Tom Barkhuysen is hoogleraar staats- en bestuursrecht in Leiden, advocaat in Amsterdam en redacteur van het NJB.
Het blijft een flauwe inperking van de bewegingsvrijheid van mensen op basis van gepercipieerd gelijkhebben. Als verhuurder zou je toch de “Geschmackssache” in essentie aan de gebruiker moeten overlaten.
Er is al een recentere uitspraak inzake schotelverboden. Ergens op een vakantiepark met huisjes. Daar werd de verhuurder/huisbaas weggehoond. En kon de huurder gewoon installeren.
Sinds wanneer heeft een analist op uitnodiging van de krant #1 een mening over een uitspraak? Is hij gelukkig met een verbod?
In Duitsland zie je bij een simpel autoritje 1000-den schotels op allerlei opstallen.
De bijgesleepte argumenten als gevel- of dakbeschadiging en uniformiteit zijn gewoon onzin en rationalisaties.
Moeten de balkonbloemen ook van hetzelfde goedgekeurde soort zijn? En achter het hek is is toch ook zichtbaar?
Het beste argument vóór schotels is diversiteit en kwaliteit. Als je éénmaal TV van schotelsignaal gezien hebt wil je niks anders meer. TV via Internet is gewoon een lachertje. Door bandbreedte beperking is de compressie veel te hoog waardoor het beeld slecht is en het kanaalwisselen is een bezoeking. Schotel TV is concurrentieloos.
Alles moet tegenwoordig wijken voor besparingen door concurrentie. Zelfs cliënten met persoonsgebonden budget kunnen worden geveild om de goedkoopste thuiszorg te krijgen. Maar bij de keuze voor een flinke investering in een eigen schotel, waarna er gratis zenders all over the world toegankelijk zijn, dat mag dan niet.
Ook vind ik het vreemd dat een schotel als ontsiering geldt. In mijn ogen is het een prachtig gezicht als er meerdere schotels aan een gevel zichtbaar zijn. Ze bezorgen een ritmische schoonheid en ze vertellen een verhaal van de burgers achter de gevels.
Het maakt me nieuwsgierig naar de geschiedenis van die rechtsvorming. Ging het de wetgevers om de angst voor kapitaalvernietiging van hun vastgoed? Omdat anderen dan zouden denken dat er veel buitenlanders worden? Is dit een verhulde vorm van klassenjustitie? Of zie ik nu beren op de straat?
Het Gerechtshof oordeelt naar mijn mening ten onrechte (en te makkelijk) over alternatieven. In de Zweedse zaak heeft het EHRM terecht bepaald – zoals ik het zie – dat het niet de rechter is die over de de informatie gaat, maar de persoon in kwestie, in casu de schotelbezitter. Te gemakkelijk wordt het liedje “de belangenafweging” gezongen, waarbij individuele vrijheden echter te makkelijk worden geofferd.
Het lijkt er tevens op, dat zowel Hof als Barkhuysen onvoldoende op de hoogte zijn van het feit, dat vele programma’s (het zijn er honderden!) eenvoudigweg niet via (digitale) kabel of internet beschikbaar zijn. Van belang is dat in veel gevallen (buitenlandse) programma-aanbieders geen toestemming geven voor doorgifte via kabelnetten of internet. Vaak spelen auteurs- en uitzendrechten daarbij een doorslaggevende rol. Feitelijk is een schotel dan de enige mogelijkheid om dergelijke programma’s te ontvangen.
Er is geen verschil van mening over het uiterlijk van gebouwen, dat er door de schotels niet beter van wordt. Maar het gemak waarmee Hof en Barkhuysen oordelen over alternatieven en daarmee geheel voorbij gaan aan de feitelijke onmogelijkheid om (een groot aantal) programma’s te ontvangen, is veel te kort door de bocht.
Overigens: onbekend is of de huurder voldoende concreet heeft gemaakt dat kabel en internet geen behoorlijk alternatief zijn. Het is daarom denkbaar dat de – lijdelijke – rechter daarmee geen of onvoldoende rekening heeft gehouden (r.o.v. 4.15). Van Barkhuysen zou daarentegen verwacht mogen worden, dat hij de feiten uitvoeriger had bestudeerd.
Tenslotte: verhuurders zouden zich ook wel beter mogen en kunnen inspannen. Er bestaan kabelsystemen waarmee satellietsignalen worden verdeeld in gebouwen, maar ze worden maar mondjesmaat aangetroffen.
“van de huurder kan verlangd worden de mogelijkheden van internet te beproeven……”? !
Wat een kul. Als de huurder uitsluitend een schotel wil, hoef je hem/haar geen alternatieven voorstellen. Dat is immers inmenging in prive.
Wanneer iemand een objekt onder vooraf overeengekomen voorwaarden accepteert om te huren, moet je niet achteraf zaniken over mogelijkheden om het huurkontrakt open te breken.
Kontrakt is kontrakt. Het valt me mee dat de linkssofte “rechtstatelijke” sector zó buitengewoon verstandig is.
Ik vind het recht op het ontvangen van informatie belangrijk.
Ik denk niet dat gratis zenders veel interessante informatie bieden, en dat de meeste van deze informatie ook op andere wijze verkregen worden kan, maar ik ben overtuigd dat er op de satelliet ‘Hotbird’ of ‘Astra 1’ een programma is dat niet via Internet bekeken worden kan.
Als een soap al beschermd wordt door het recht op informatie, moet dan volgens mij helemaal voor een hele satelliet gelden.
En dan vind ik het vreemd als de bescherming van de esthetische waarde van de wijk afhangt.
(Het wordt een ander verhaal als de huurder in een monument woont).
Mooi voorbeeld (eigen situatie):
Voor de huurder is het onmogelijk om meer te ontvangen dan het basispakket van de televisie, gezien het feit dat de verhuurder het contract heeft met de kabelmaatschappij.
Om uitgebreidere pakketten te ontvangen moet men dan abonnementen gaan afsluiten op naam van anderen, of toevlucht nemen tot andere (illegale) methoden.
En in veel gevallen zijn internet en extra pakketten geen fatsoenlijk alternatief, tenzij men zich op het illegale pad begeeft (of gebruik maakt van illegale activiteiten).
Daarnaast is de keuze in NL nogal beperkt wat betreft aanbieders. Van serieuze concurrentie op de markt waar de klant voordeel van heeft is nauwelijks sprake (nergens in de wereld overigens).
@ Antje Hages: “een autoritje in Duitsland…..1000en schotels..” dat is logisch, anngezien “de kabel” alleen maar in middelgrote en grote steden te vinden is. Woon je in een dorp, of, zoals ik, midden op het platteland, is één (of meer) schotels de enige mogelijkheid. Je vergelijkt appels met peren……
In een procedure welke aanleiding was voor een uitspraak van de Rechter te Utrecht, sector kanton, was er sprake van een splitsing in appartementsrechten waarin was bepaald dat schotelantennes slechts mogen worden aangebracht nadat toestemming van de vergadering was verkregen. Een bewoner vraagt toestemming om een schotel aan haar balkon te mogen bevestigen. Deze toestemming wordt niet verleend. Deze bewoonster heeft hier grote moeite mee aangezien dit tot gevolg heeft dat zij geen (Bosnische) zenders kan ontvangen die voor haar essentieel zijn. Derhalve vraagt ze de rechter het door de vergadering genomen besluit te vernietigen. De VvE stelt dat de betrokken persoon voldoende alternatieven heeft (internet)om de haar gewenste informatie te verkrijgen. De bewoonster heeft volgens de rechter echter gemotiveerd aangetoond dat alternatieven om Boschnische zenders te ontvangen, anders dan via een schotel, in het onderhavige geval niet voorhanden zijn.
De rechter komt dan ook tot een belangenafweging tussen het bepaalde in de akte van splitsing en het recht voortvloeiende uit artikel 10 EVRM. In dit artikel is immers bepaald dat eenieder recht heeft op de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen. De rechter schenkt daarbij aandacht aan de vraag in hoeverre er alternatieven voor handen zijn om de gewenste informatie op een andere wijze te verkrijgen. Nu deze alternatieven niet voorhanden zijn prevaleert het beroep op artikel 10 EVRM van de bewoonster boven het belang van de VvE tot naleving van de akte van splitsing. Wel dient zoveel mogelijk te worden gedaan om aan de bezwaren van de VvE tegemoet te komen.
Daarom dient het besluit dat genomen is door de vergadering van de VvE te worden vernietigd. Wel dient de schotel op een dusdanige wijze te worden geplaatst en van een materiaal te zijn zodat deze naar alle waarschijnlijk niet meer zichtbaar is.
Uit deze uitspraak blijkt dat in zijn algemeenheid niet kan worden gezegd dat schotelantennes niet mogen worden aangebracht. Gekeken moet worden naar welke informatie de schotelantenne-eigenaar met de schotel wenst te ontvangen en of hiervoor een alternatief voor handen is.
Ter aanvulling:
Er is al een recentere uitspraak inzake schotelverboden. Ergens op een vakantiepark met huisjes. Daar werd de verhuurder/huisbaas weggehoond. En kon de huurder gewoon installeren. Zie Pandeigenaar mag schotel niet verbieden.
Ieder verbod via standaardregels bij verhuurders is kansloos.
Wellicht dat binnen VvE nog wel weerstand is te vrezen omdat men daar elkaar vaak het licht in de ogen niet gunt en je zelfs gedwongen kan zijn om zonweringen in voorsgeschreven motief en kleur te hanteren.
Wat er bij deze zaak m.i. over het hoofd gezien wordt is de gedwongen winkelnering.
Alleen rechtstreeks per satelliet kan men alle zowel de free to air zenders als die, die achter een decoder zitten, ontvangen. Kabeltelevisie is een beperking qua aantal en internet qua kwaliteit.
Als de verhuurder ontvangst per satelliet verbiedt, komt het er op neer dat men gedwongen wordt bij de Aldi te kopen. Als je dan naar AH wilt (satelliet), kan een rechter dat niet verbieden met het argument dat er ook nog een C 1000 bestaat. Of een alternatief redelijk is, is niet aan de rechter te bepalen. De burger moet vrij kunnen kiezen. Als dan de verhuurder een antenne aan de gevel verbiedt, dient een rechter hem te veroordelen tot het bieden van een andere oplossing, bijvoorbeeld een schotel uit het zicht op het dak met aansluiting van alle woningen die van het complex uitmaken.
Rechters moeten niet te veel de status quo willen handhaven, maar ook meegaan met nieuwe technische ontwikkelingen.
Wellicht moet de industrie zich maar eens sterk maken en kleinere gevoeligere antennes ontwikkelen, die niet te onderscheiden zijn van een bloembak met geraniums. Om maar niet te spreken over die ontsiering van de gevel!
Het gevaar van deze benadering is, dat iedere zaak een bijzonder geval wordt dat rechterlijke beoordeling behoeft. Men zie de post van Marc Robbers: een huurder/appartementseigenaar die Bosnische satelliet -tv wil ontvangen mag wel een schotel plaatsen, maar een huurder die Spaanstalige televisie wil ontvangen, mag geen schotel plaatsen.
De complicaties zijn legio.
Moet de Bosnische huurder/appartementseigenaar de schotel ook verwijderen zodra er Bosnisch nieuws via het internet beschikbaar komt? Zo ja, wat als zij (an)digibeet is en/of hoogbejaard, zodat het aanleren van de benodigde vaardigheden niet meer zo soepel gaat? Gaat het recht om een schotel te plaatsen en geplaatst te houden over op haar rechtsopvolgers, indien zij haar appartement verkoopt? Hoe zit het met een indeplaatsgestelde huurder of achterblijvende medehuurder, die zelf geen duidelijk belang heeft bij Bosnische nieuws? Moet men overigens van Bosnische afkomst zijn om een legitiem belang bij Bosnische tv te hebben, of volstaat een talencursus en wat interesse?
Ik ken de jurisprudentie van het Europese Hof niet, maar het lijkt mij wat ver gaan indien private partijen, langs dezelfde lat als de overheid gelegd moeten worden.
Aan mijn bericht wil ik nog wat toevoegen. Een en ander moet niet los gezien van de historische technische ontwikkeling.
Ik heb mijn eigen huurcontract opgesteld in 1965 – 45 jaar geleden dus – er op nageslagen. Toen was het dus ook verboden om een eigen antenne als huurder te plaatsen. Dwz zo’n ladder van een meter of twee voor analoge ontvangst. Het verbod was geen bezwaar want daar stond tegenover dat de verhuurder een centrale antenne inrichting (CAI) met antenne op het dak had geïnstalleerd met aansluiting op alle appartementen. Dus tegenover het verbod stond een gelijkwaardig aanbod. Wat de huurder uit de lucht kon halen deed de verhuurder voor hem.
Later kwam het verschijnsel kabel TV op. Dwz gemeenten gingen signalen opvangen en doorgeven, de grensgemeenten vingen de buitenlandse analoge zenders op. Door de netten aan elkaar te koppelen kon heel Nederland van buitenlandse zenders genieten. Een groter aanbod dan de plaatsgebonden CAI. Na installatie van een apart kabelnet door de gemeente, werd de CAI overbodig en dus ontmanteld. Terecht zou zijn dat dan ook het antenneverbod uit het contract verdwenen zou zijn.
Vervolgens kwam de digitale TV verspreid door de satelliet op. De kabelsystemen, ondertussen in particuliere handen overgegaan, begonnen de digitale signalen op hun net te zetten. Echter niet alle, alleen die zenders die verkoopbaar waren.
Nu is de techniek zover dat men met een kleine schotel – dus een heel ander dan die uit 1965! – zelf de digitale signalen kan ontvangen en men dat kabelbedrijf helemaal niet meer nodig heeft.
Nu is het van tweeën een: of het antenneverbod wordt gehandhaafd en de verhuurder wordt gesommeerd de vroegere CAI weer in werking te nemen en een schotel op het dak te zetten, en wel zo dat een gelijkwaardig aanbod als de huurder zelf uit de lucht kan halen, doorgegeven wordt, of het antenneverbod wordt uit de huurcontracten geschrapt als de verhuurder een alternatief weigert te installeren.
Terugvallen op het verbodsartikel is op oneigenlijke gronden als er geen alternatief geboden wordt. De verhuurder kan nu wel erg makkelijk zijn vroegere verplichtingen ontlopen en de kabelfirma wentelt zich gelukzalig in zijn monopolie.
De juridische redenatie dat een huurder genoeg alternatieven heeft is natuurlijk lariekoek. Dat is net zoiets als stellen: U hoeft dat boek helemaal niet te lezen, er zijn nog genoeg andere boeken. Als een burger iets – al is het porno – van de satelliet wil halen, kan de rechter niet zeggen hoeft niet zo, ga maar naar de pornowinkel.
Wat nu belangen van de huurder tegenover de verhuurder afwegen? De verhuurder heeft helemaal geen belangen anders dan appartementen verhuren. Een paar gaatjes in de wand van het balkon staan toch niet in verhouding tot het recht op vrije informatie? Als er vroeger een antenne op het dak – onzichtbaar – stond, kan dat nu ook. Bij een verbod heeft hij de verplichting om voor een alternatief te zorgen.
Het is een vals argument dat steeds meer signalen via centrale systemen of internet tot de burger komen. Het probleem van deze systemen is juist dat ze in monopolistische handen zijn en de overheid grip op die systemen wil hebben (filters ed). Steeds meer is niet alle. Met de nu bekende satellieten – wellicht in de toekomst nog meer – kan men ongecodeerd 1000 TV zenders en 700 radiozenders ontvangen, en gecodeerd nog veel meer. De kabel kan doorgifte gewoon niet aan, hij raakt verzadigd.
Het is ook niet zo handig om een proces te voeren om de zgn free to air zenders te willen ontvangen. Kies een zender uit die niet door een kabelaar doorgegeven wordt en die achter een decoder zit. Dan heeft de verhuurder geen poot om op te staan.
Verder heb ik ook iets van: juristen zorgen jullie dat boeven achter de tralies komen en bemoeien jullie jullie niet met deze technische zaken. De techniek ontwikkelt zich zo snel dat elke poging om wet te geven een achterhoedegevecht is.
het zal inderdaad neerkomen op individuele afwegingen, maar vergeet dan niet de precedent-werking als argument: 1 gebruiker met een bijzonder (gerechtvaardigd) belang, kan ertoe leiden dat de halve flat ook een schotel wil….het hek is van de dam…
Ik vind dat een huurder zelf de keuze moet hebben om wel of geen schotel te installeren. De overheid heeft er bewust voor gekozen om marktwerking te introduceren op de markt voor distributie van radio- en televisiesignalen. Vroeger had je de NOZEMA (met de Staat en omroepen als aandeelhouder) voor de etheromroep en het gemeentelijke kabelnet voor de kabeltelevisie. Tegenwoordig heb je vier mogelijkheden om televisiesignalen te ontvangen: digitenne, satelliet, kabel en ADSL. Het zou vreemd zijn als je als huurder wel mag kiezen tussen ADSL en kabel, maar de keuze voor de schotel of digitenne (ook voor digitenne hen je een buitenantenne nodig als je verder weg van de zender woont) afhankelijk zou zijn van toestemming van de verhuurder.
Nu de overheid ook voor omroepdistributie marktwerking heeft geïntroduceerd moet een huurder dus ook voor de satelliet kunnen kiezen omdat dat goedkoper is of de beeldkwaliteit beter is. Dat zijn normale criteria die een consument hanteert bij de keuze van een product.
Naar mijn mening zou de wet zo aangepast moeten worden dat de verhuurder toestemming in principe niet meer mag weigeren. Als hij bang is voor de veiligheid of beschadiging van de woning moet hij concreet aangeven aan welke voorwaarden de antenne moet voldoen om die bezwaren weg te nemen. Deze voorwaarden dienen in verhouding te staan tot het doel dat ze dienen. Estetische motieven zijn subjectief. Als iemand een lelijke auto koopt en voor zijn huurhuis zet kan de verhuurder daar ook niets tegen doen. Dus waarom zou dat ineens dan wel moeten kunnen voor schotelantennes?
De straatkant van de huizen is onderdeel van de publieke ruimte. Architecten en woningbouwverenigingen doen hun best om die mooi te maken zodat je je prettig voelt in een buurt. Iedereen ondergaat, wandelend door een mooie buurt ( bijv. delen van de Watergraafsmeer , de grachtengordel, grote delen van Oud Zuid, o.a. de Berlagebuurt) waar hoegenaamd geen schotels zijn, de schoonheid van dergelijke buurten met z’n mooie gevels en architectuur. Je moet er toch niet aan denken dat die buurten vol schotelantennes zouden hangen. Waarom mogen die ontsierende schotelantennes wel in wijken hangen waar relatief veel huurwoningen zijn en waar de publieke ruimte ontsierd is door de hoeveelheid schotelantennes. Hebben de mensen die daar wonen geen recht om een mooie publieke ruimte?
Een onterechte uitspraak. Ontsiering van het pand is slechts een mening en schade aan de buitengevel of balkonrailing is beperkt (niet meer schade dan een schilderij ophangen in de woonkamer of een bloemenbak of wasrek aan je balkon) . Volgens het Europees Hof valt culturele expressie en puur entertainment onder de reikwijdte van artikel 10 EVRM. Aangezien er geen goedkoper alternatief en aanbod is dan een schotel is het daarom bij een verbod een inbreuk op het recht van vrijheid van informatie verstrekking. Schotels zijn tegenwoordig een recht in een democratische samenleving. bij een verbod is er dus sprake was van een schending van artikel 10 EVRM.
Ik vind dat een schotel moet kunnen, maar dan zo dat je er als eigenaar van de schotel alle last van hebt.
In mijn geval heb verminderde licht inval op mijn al zeer klein stadstuintje omdat een ander vind dat hij het ding niet op zijn terras wil plaatsen.
Verder vind ik dat bijna elk huis een dak heeft waarop die dingen in ieder geval netter kunnen geplaatst worden.
Als je inderdaad een satteliet ontvanger hebt die gewoon er uit ziet als muur en ook als zodanig geplaatst wordt. Dus niet dat hij een deel van het vrije zicht op de hemel innneemt. Anders vindt de vrije informatiegaring een inbreuk op mijn eigendomsrecht.
Maar goed vertel dat maar aan m’n buurman.
{ 1 trackback }