Over een kleine week kennen we de uitslag. Dan weten we of zich aardverschuivingen in het politieke landschap hebben voltrokken en wie aan zet is in een eerste poging de coalitie te formeren. Maar vanaf dat moment ook hebben we gelaten de uitkomst af te wachten van het partijpolitieke spel achter gesloten deuren. Welke verkiezingsbeloftes worden de komende jaren (hoogstwaarschijnlijk) omgezet in concrete actie? En nog veel belangrijker: waar gaat de nieuwe ploeg die broodnodig te bezuinigen miljarden vandaan halen? Gelukkig liggen er – althans als we afgaan op de adviezen die de verschillende Commissies Heroverweging afgelopen april presenteerden – vele mogelijkheden voor het oprapen.
En die mogelijkheden bevinden zich lang niet alleen op de bekende dossiers, zoals bezuinigen op ambtenaren. Wie de moeite neemt de rapporten door te nemen, stuit op diverse voorstellen die onze rechtstaat ingrijpend kunnen raken. Opvallend en spijtig genoeg dan ook, hebben de voorstellen onder juristen nauwelijks stof doen opwaaien. Dat heeft wellicht te maken met het ogenschijnlijk onrealistische gehalte van een aantal van de voorstellen. Maar toch. Een willekeurige greep uit rapport 15, Veiligheid en terrorisme: “De inzet van het strafrecht kost veel meer dan de opbrengsten uit financiële sancties. Een verhoging van die sancties kan ertoe bijdragen dat de collectieve uitgaven op een lager niveau komen.” En: “De rechtspraak zou geheel bekostigd kunnen worden door degenen die daar gebruik van maken, althans de rechtspraak die daarvoor in aanmerking komt (niet strafzaken, kinderrechtzaken en asielzaken). Dat kan door griffierechten zo hoog te maken, dat de rechtspraak daarmee gefinancierd wordt….”. Of: “Niet alle overheidsuitgaven dagen evenveel aan tot het bereiken van een nuttig maatschappelijk effect. Wanneer er minder geld voorhanden is, kan besteding hiervan voorbehouden blijven aan taken die naar verhouding het meeste kosteneffectief zijn in termen van bijdragen aan recht en veiligheid.” Tenslotte: “De vraag komt dan langzamerhand op of het nalaten om preventieve maatregelen te treffen tegen delicten als diefstal in woning of auto en dan wel om overheidssteun te vragen indien dat toch gebeurt, niet als ‘oneigenlijke afwenteling op de collectieve sector’ kan worden gezien.”
De sfeer die van veel van de suggesties uitgaat, is die van eigen verantwoordelijkheid voor veiligheid, hang naar kostendekkendheid, zelf opdraaien en betalen voor slachtofferschap en andere pech, etc. Kortom: de rechtstaat uitgekleed tot een wel zeer sober vangnet. Een vleugje van die sfeer treffen we ook aan in de verkiezingsprogramma’s. Weliswaar niet in de extreme varianten van de Heroverwegingsrapporten, maar de rekenmeesters van het Centraal Planbureau (CPB) concludeerden op basis van hun doorrekening wel: “Bijna alle partijen bezuinigen per saldo op veiligheid, vooral als gevolg van een algehele taakstelling voor het rijk (die voor een deel wordt omgeslagen op de veiligheidsketen) en door het verminderen van het aantal politie- en veiligheidsregio’s.”
Natuurlijk zeggen bezuinigingen op veiligheid lang niet alles over de politieke toekomst van onze rechtstaat. En de rechtstaat valt ook moeilijk in te passen in de gemodelleerde werkelijkheid van het CPB. Alhoewel. Dit jaar worden ons ook inkijkjes gegund in implicaties van partijambities op minder voor de hand liggende terreinen, zoals milieu, natuur, openbaar bestuur, onderwijs, zorg en bereikbaarheid. Maar het doorrekenen van de rechtstaat lijkt een welhaast onmogelijke klus als we de onvergelijkbare wenslijstjes in de verschillende verkiezingsprogramma’s naast elkaar leggen. De PVV wil dat topfuncties binnen de rechterlijke macht en het OM verkiesbaar worden. Het CDA zet in op een nieuwe, door de Officier van Justitie op te leggen, maatregel: de ‘strafdienstplicht’ waardoor jongeren van de straat worden geweerd en zich buiten schooltijd voor de samenleving nuttig maken. Bovendien moet stelselmatig observeren van deze jongeren makkelijker worden. En het CDA maakt duidelijk dat “De ‘wetgevingsreflex’ moet worden uitgebannen. Privaat moet de keus zijn boven publiek, decentraal boven centraal en pluriform tenzij minimumnormen worden geschonden.” Zowel VVD als PvdA presenteren ambities onder expliciete vermelding van de rechtstaat: “De VVD wil het vertrouwen in de rechtstaat herstellen en onze vrijheid waarborgen. Vertrouwen in de rechtstaat kan deels worden hersteld door het opnieuw inrichten van die rechtstaat….” En de PvdA heeft een boodschap voor de Staatscommissie Grondwet: “De rechtstaat is van ons allemaal. Daarom moet ook iedereen de kernbeginselen van de rechtstaat (kunnen) kennen. De rechten, vrijheden en verantwoordelijkheden uit de Grondwet en hun achtergrond moeten deel uitmaken van het (burgerschaps-)onderwijs.”
Eén ding hebben alle wenslijstjes gemeen: ze kenmerken zich zonder uitzondering door een summiere uitwerking, gebrek aan nadere onderbouwing en bovenal volstrekte afwezigheid van een fundamentele visie op het recht als kerntaak van de overheid en de taakopvatting die daarbij hoort. Maar, “zonder kompas komt niemand thuis”, zo formuleerde Jan Marijnissen het mooi in zijn Thorbeckelezing van afgelopen april. Juist nu, in financieel-economisch zware tijden, is het van wezenlijk belang dat juristen werk maken van dat zo noodzakelijke kompas van onze rechtstaat. Een kompas dat onze samenleving vanuit een solide taakopvatting over de rol van het recht en de rechtstaat door de bezuinigingsdiscussies heen stuurt. Het kan toch niet zo zijn dat het debat over de vraag of bepaalde taken op het terrein van de veiligheid (justitie, politie, gevangenis) nog wel onwrikbaar tot de kerntaken van de overheid behoren uitsluitend op de Haagse vierkante (politieke) meter en zonder kompas wordt gevoerd? Of stellen we ons als juristengemeenschap – mede onder druk van de miljarden die toch ergens vandaan moeten komen – tevreden met een sluipend uit te kleden vangnet? Ik hoop van harte van niet.
Dit Vooraf is verschenen in NJB 2010/21.
Bron afbeelding: ansik
{ 0 reacties }


