De toegang tot de rechter onder vuur

door Tom Barkhuysen

op 7 juni 2010 in Vooraf

Afbeelding bij De toegang tot de rechter onder vuur

Wanneer u deze NJB uit het cellofaan haalt, liggen de Tweede Kamerverkiezingen achter ons en is het formatieproces begonnen. In dat kader moeten als gevolg van de financiële crisis harde noten worden gekraakt. Vrijwel alle partijen hebben zich gecommitteerd aan meer of minder zware bezuinigingen. Bij de formatieonderhandelingen zal een belangrijke rol zijn weggelegd voor de rapporten van de twintig ambtelijke werkgroepen waarin is verkend waar bezuinigingsmogelijkheden bestaan. In deze rapporten wordt onder de noemer van een ‘brede heroverweging’ een scala aan mogelijke maatregelen gepresenteerd.

Bestudering van deze rapporten laat zien dat op diverse plaatsen het veelvuldig gebruik van rechterlijke procedures als belangrijke kostenpost wordt geïdentificeerd. Er worden verschillende voorstellen gedaan dit gebruik te beperken dan wel de kosten daarvan meer bij de gebruikers te leggen. Zo wordt naar voren gebracht dat bezuinigd zou kunnen worden op de gefinancierde rechtsbijstand voor asielzoekers. Een andere optie is het niet indexeren van de tarieven van de advocatuur in het kader van de gefinancierde rechtsbijstand. Voor het bestuursrecht worden onorthodoxe voorstellen niet geschuwd. Zo zou er een antimisbruikregeling moeten komen die veelprocedeerders buiten de deur kan houden en zouden meer handelingen niet voor beroep bij de bestuursrechter vatbaar moeten zijn.

Nog verstrekkender is het idee dat wordt gelanceerd om ‘kostendekkende griffierechten’ in te voeren. Daarbij wordt aangegeven dat dit zou leiden tot minstens een verdubbeling ten opzichte van de huidige griffierechten en dat in sommige zaken tegen de overheid de griffierechten zelfs met een factor twintig zouden kunnen stijgen. Voor civiele zaken wordt een factor zeven genoemd. Strafzaken, kinderrechtzaken en asielzaken zouden van dit systeem moeten worden uitgezonderd. De noodzaak daarvan wordt mede onderbouwd door er op te wijzen dat als uitvloeisel van de economische neergang het aantal rechtzaken in ons land op meerdere fronten sterk zal stijgen doordat er meer handelszaken komen (faillissementen, conflicten), meer ontslagen volgen, en meer sociale uitkeringen nodig worden. Parallel hieraan voorziet men een toenemende druk op de gefinancierde rechtsbijstand. Bijvangst van de met deze maatregelen te realiseren bezuinigingen zou zijn de verdere innovatie van het Nederlandse stelsel van rechtspleging, onder meer door selectievere instroom van zaken en het stimuleren van alternatieve geschiloplossing.

In de lijn van deze maatregelen ligt het onlangs geuite voornemen van minister van Justitie Hirsch Ballin om een wetsvoorstel voor te bereiden waarin voor het bestuursrecht de mogelijkheden tot proceskostenveroordelingen worden verruimd. Op dit moment is een dergelijke veroordeling van burgers alleen mogelijk als iemand duidelijk misbruik heeft gemaakt van het procesrecht. De verruiming moet – aldus de minister – voorkomen dat zij al te gemakkelijk beroep instellen of voortzetten zonder een gedegen afweging te maken.

Vooropgesteld kan worden dat het goed is dat kritisch wordt gekeken naar het gebruik van rechterlijke procedures en de daarmee verband houdende kosten. Zo verdient naast het stimuleren van alternatieve geschilbeslechting het idee van een antimisbruikregeling serieuze aandacht. Dit laatste zeker nu daarmee mogelijk de noodzaak vervalt voor een verruiming van de mogelijkheden voor proceskostenveroordelingen. Aan deze laatste maatregel kleeft namelijk het grote nadeel dat burgers met een grotere beurs niet of veel minder gedwongen worden om serieus af te wegen al dan niet naar de rechter te stappen. Rechtsongelijkheid met hen die minder verdienen ligt daarmee op de loer. En daarmee komen we ook bij het grootste bezwaar tegen de overige voorstellen. Het zijn toch vooral minder vermogende burgers die daardoor zullen worden afgehouden van toegang tot de rechter dan wel – als gevolg van het wederom bezuinigen op de gefinancierde rechtsbijstand – daarvoor essentiële kwalitatief goede rechtshulp.

Daarbij gaat het niet louter om politieke keuzen. Het recht op effectieve toegang tot de rechter, waaronder ook moet worden begrepen noodzakelijke rechtsbijstand, is als kernbeginsel van de rechtsstaat verankerd in de artikelen 6 EVRM en 47 EU-grondrechtenhandvest. In deze verdragen is bovendien vastgelegd dat burgers in dat kader niet mogen worden gediscrimineerd op welke grond dan ook. Het recht stelt dus duidelijke grenzen aan beperkingen van het recht op toegang tot de rechter, ook nu de Nederlandse Grondwet een dergelijk recht (nog) niet kent. Grenzen die met de voorstellen die nu op tafel liggen worden overschreden als het gaat om minder vermogende burgers, temeer als naar het gecombineerde effect van de maatregelen wordt gekeken. Natuurlijk zou er voor deze groep kunnen worden voorzien in een speciaal regime met de mogelijkheid van matiging van griffierechten. Problematisch daarmee is echter dat het gaat om een relatief grote groep personen en het toepassen van een regeling om van geval tot geval uit te kunnen maken of matiging gepast is, ingewikkeld, tijdrovend en daarmee duur is. Daarbij komt dat de maatregelen zorgen voor een grote belangenaantasting terwijl de opbrengst – zo erkennen de ambtelijke werkgroepen ook – relatief beperkt is. Wat misschien nog wel het meest tegen de borst stuit is de ondertoon van de diverse voorstellen om het gebruik van rechtsbescherming te zien als een lastig luxegoed waar goedwillende burgers geen gebruik van zouden moeten willen maken. Dat miskent de realiteit waarin de meeste burgers alleen bij uiterste noodzaak en vaak daartoe gedwongen procederen alsmede de grote waarde van rechtsbescherming in het kader van de handhaving van het recht. Het is dan ook te hopen dat onze nieuwe regering afziet van de voorgestelde aanval op de toegang tot de rechter. Anders zou het van de Staatscommissie Grondwet te verwachten voorstel voor een grondrecht op toegang tot de rechter in onze Grondwet ook wel in een heel raar daglicht komen te staan.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2010/22.

Bron afbeelding: Ciao Anita

  • email
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Hyves
  • Google Bookmarks
  • NuJIJ
  • eKudos
  • LinkedIn
  • MSN Reporter
  • Twitter
  • Reddit

{ 2 reacties }

{ 1 reactie… lees hieronder of reageer }

1 H. van Poppel 12 juni 2010 om 07:07

Ik vind het te gemakkelijk bij voorstellen om de overheidsfinanciën op het niveau te brengen waar ze gezien de feitelijke (geschat wordt zo’n 20% lager dan nu) verdienmogelijkheden van de bevolking moeten liggen direct te stellen dat grondrechten zullen worden aangetast. Vergeet niet dat de Wet op de rechtsbijstand mogelijk maakt dat een deel van de advocatuur zich van inkomsten kan voorzien in geschillen waarvan een redelijk handelende burger meteen ziet dat rechterlijke tussenkomst niet tot een andere uitkomst zal leiden. In het reguliere vreemdelingenrecht is dit vaak zo,maar ook elders in het bestuursrecht zou het niet verkeerd zijn als de Wrb in beginsel alleen zou gelden voor niet op aanvraag genomen besluiten. Bovendien is een particuliere verzekering mogelijk.
Verhoging van griffierecht is een lastige kwestie omdat de omvang van de kosten voor de rechterlijke dienstverlening vaak pas achteraf blijkt.
Als ik bij voorbeeld zie hoe uitvoerig veel civiele vonnissen in betrekkelijke eenvoudige zaken zijn, dan bekruipt de vraag of partijen op die uitvoerigheid zitten te wachten. Ze hebben het enerzijds natuurlijk zelf in de hand door zakelijk te procederen en niet alle stellingen van elkaar te betwisten, maar ook dan nog toont een gemiddelde burgerlijke rechter veel compassie om op het gestelde uitvoerig in te gaan. De “ook als dan-redeneringen” zijn daarvan een voorbeeld. Ze zijn bedoeld om hoger beroep te voorkomen, maar zijn nu veel partijen dat (gelet op het financiële belang) echt van plan? De kantonrechtspraak laat zien dat het anders kan.
Als vonnissen korter worden (de kern van het geschil centraal houden) dan maakt dat de productprijs mogelijk lager en ook dat is een bijdrage aan het bestrijden van de financiële gevolgen van de overmoed van de laatste 20 jaar.
Het dogma dat het bestaan van aanzienlijke verschillen tussen de inwoners van een land moet worden tegen gegaan, is politiek gemotiveerd en blijkt nu onhaalbaar. Een brede herijking van die dogma’s is nodig.

Reageren

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: