Je maintiendrai

door Reinildis van Ditzhuyzen

op 15 juni 2010 in Artikelen

Afbeelding bij Je maintiendrai

Je maintiendrai [Ik zal handhaven] is zoals bekend de wapenspreuk van het Huis Oranje-Nassau, en sinds 1815 ook van Nederland. In het kader van de Salon ‘Wenken aan de koning’ is hieronder te lezen hoe de (aanstaande) koning denkt over dit ‘ik zal handhaven’, alsook hoe hij denkt dit te gaan doen. Omdat de spreuk luidt ‘Je – ik – maintiendrai’, is deze bijdrage in de ik-vorm. In dit geval dus: ik, Willem-Alexander.

“Laat mij eerst mijn positie schetsen. Als koning ben ik een soort drieëenheid: familiehoofd, staatshoofd en volkshoofd. Oftewel: u krijgt er drie voor de prijs van één.
Ik moet als koning dus drie zaken maintenir, tevreden houden: de familie cq de dynastie, de staat cq de politici, en het volk. Deze drie ballen moet ik tegelijk in de lucht houden als een volleerd jongleur.

  1. familie: als hoofd van de dynastie moet ik ervoor zorgen dat alle Oranjes hun rol op een waardige en correcte manier vervullen.
  2. politiek: ik moet de waarden van de monarchie handhaven, zoals daar zijn:
    • continuïteit en stabiliteit. U weet het: ministers zitten kort, de koning zit heel lang. Ik ga niet voor het vluchtige dat de politiek vaak kenmerkt.
    • bovenpartijdigheid en eenheid: daar sta ik voor. Dit in tegenstelling tot een president, die als lid van een politieke partij gekozen wordt door een deel van het volk. Deze twee waarden wegen in onze veelkleurige natie steeds zwaarder. Ik kan er zijn als een ons allen overkoepelend symbool.
    • meerwaarde: deze lever ik in binnen- en buitenland: ik ga de boer op, zet zaken op agenda, leg staatsbezoeken af en open daarbij deuren, die anders gesloten blijven. Dit aspect moet u niet onderschatten.
  3. volk: dit overlapt enigszins met de politiek. Ik wil hier vooral de irrationele waarden noemen. Om te beginnen merk ik op dat wij, Oranjes, in zekere zin Nederland zijn. Nederlanders kunnen zich met ons identificeren. Telkens weer blijkt hoezeer wij de onderlinge verbondenheid stimuleren. Daar doen wij ook ons best voor. Wij bieden houvast in onze geïndividualiseerde maatschappij, waar onderlinge gemeenschap vaak ontbreekt. En wij zorgen voor troost in het bestaan en leven mee bij rampen.

Voorts beantwoorden wij Oranjes aan het verlangen naar magie, mysterie en sprookje. Wij stralen iets uit, geven de zo gewenste glans en gloria aan de samenleving. Aan ons kleven eeuwen van traditie en wij bieden de daarbijhorende aantrekkelijke rituelen. Nederlanders waarderen dat. Politici hebben deze uitstraling niet, zullen het ook nooit hebben.

Kort en goed: als koning moet ik de boel bij elkaar houden op een voor iedereen acceptabele manier.

Terzijde wil ik hier graag enige persoonlijke opmerkingen maken. De enige vereiste voor het koningschap is, zo zegt men, dat je geboren bent in de juiste wieg. Dit kan men wel beweren, maar ik moet die wieg wél ‘aanvaarden’. Ik moet het koningschap willen. Een zeer belangrijke vereiste is naar mijn mening dan ook: ambitie. Anders houd je dit werk niet vol. Mijn vrouw Máxima heeft gelukkig heel veel ambitie. Dat is belangrijk voor mij. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar eigenlijk moeten de Nederlanders blij zijn, dat wij deze taak op ons nemen. Verplaats u eens in mij: zeker, er zijn heel veel voordelen voor ons (aangenaam wonen, geen geldproblemen, mooie reizen, hoge status..), maar ook grote nadelen: wij staan voortdurend in de schijnwerpers en zijn dus uitermate kwetsbaar, want al – ik herhaal: al – ons doen en laten wordt onder een vergrootglas gelegd. Als ik even in mijn neus peuter, staat het de volgende dag in de krant of op YouTube. Belangrijke vereisten voor ons werk zijn dan ook – naast ambitie – extreme zelfbeheersing, goed tegen kritiek kunnen en altijd op onze woorden passen.

Hoe ga ik het koningschap nu invullen?

Om te beginnen: men verwacht dat ik mij als koning voorbeeldig gedraag. Dat ga ik ook doen. Ik noem eerst een in uw ogen misschien onbenullig, maar voor mijn functioneren gewichtig voornemen. Er worden talloze enquêtes over ons afgenomen. Telkens staat daarin als eerste punt, dat 94% het erg vindt, als mijn moeder Beatrix zich in het openbaar onvriendelijk toont. De Nederlanders willen trots zijn op haar – en dus op zichzelf. Ik weet dat ik soms wat nors of geërgerd lijk, daarom zal ik voortaan steevast vriendelijk kijken. Met een glimlach kom je ver, zoals Máxima laat zien. Ook zal ik vaker waardering tonen aan mijn medewerkers. Dit gebeurt nu niet genoeg. Ik besef dat erkenning belangrijk is. Mensen voelen zich dan serieus genomen.

Ik leer van mijn fouten. Ik geef het toe: Mozambique was domdomdom. Ik dacht mijn privé-leven scherp te kunnen scheiden van mijn openbare leven. Ik was hierin naïef, en daardoor kwetsbaar. Mijn antenne voor wat er in de samenleving wordt gevoeld, zal dus verbeterd worden. Dit is uitermate belangrijk en ik zal daarom zorgen voor goede adviseurs die geen ‘ja-knikkers’ maar heuse ‘tegensprekers’ zijn. Kritiek is ook een vorm van loyaliteit. Ik zal voorts minder koppig en eigenwijs zijn dan tot dusverre.

Ik zal meer landelijk actief worden. Minder New York en Bangkok, meer Stavoren en Schin op Geul, zal ik maar zeggen. Het locale, regionale en nationale wordt immers, zoals we allen merken, steeds belangrijker in de globaliserende, anonieme, onpersoonlijke grote wereld.

Mijn moeder heeft voor haar regeringsperiode twee kernwoorden gekozen: dignitas en humanitas, waardigheid en menselijkheid. Voor mij als koning zullen de woorden verbinding en aanmoediging centraal staan. Verbinden kan ik onder meer door voor bepaalde problemen aandacht te vragen en door op te komen voor groepen in de samenleving die minder aan bod komen. Aanmoedigen doe ik al op allerlei terreinen, meer in het bijzonder door samen met Máxima zogenaamde ‘uitblinkersetentjes’ te organiseren voor mensen die iets gepresteerd hebben, in sport, kunst, wetenschap enzomeer.

Ook ‘Koningsdag’ de opvolger van Koninginnedag, zal ik op die manier invullen. Ik ben van plan om op die dag net als mijn moeder het land in te trekken, echter veeleer thematisch. Elk jaar zal ik overleggen over een toepasselijk, echt Nederlands onderwerp (water, bloemen, sport, design, dijken). Op een hierbij passende locatie zal Koningsdag gevierd worden, te midden van zowel bewoners als kenners/uitblinkers terzake. Ons bezoek zal rond dit thema worden vormgegeven.

Ten slotte wil ik een evenwicht handhaven tussen inhoud en vorm, tussen ambt en persoon, tussen rationeel en irrationeel. Daarom wil ik een drie-eenheid blijven en mij niet laten inperken tot slechts ‘familiehoofd’ en ‘volkshoofd’. Ik ben dus tegen een politiek uitgekleed koningschap. In theorie klinkt het allemaal heel mooi en rationeel, maar ik vrees, dat het in de praktijk anders kan uitpakken en kan leiden tot onbedoelde en vooral ongewenste gevolgen.

Enkele voorbeelden:

  • Als koning heb ik een symboolfunctie. Men zegt wel: ‘Dat symbool hoeft toch geen politieke invloed te hebben?’ Dat vind ik wel. Invloed is de bestaansvoorwaarde van een symbool. Als koning moet ik gezag hebben (dat is iets anders dan macht) om al die bovengenoemde waarden te kunnen handhaven, maintenir, en dat gezag komt voort uit een sterke positie. Zonder directe voeling met de politiek word ik een buitenstaander en dat is niet goed voor een staats-hoofd.
  • Men klaagt, dat de formatie geheimzinnig is, niet doorzichtig. Maar iedereen weet, dat, als ik de formateur niet meer benoem, het echte formatiewerk nog steeds in achterkamertjes zal blijven, achter gesloten deuren. Kamerleden geven dit zelf toe. De D66-er Hans van Mierlo bijvoorbeeld heeft gezegd: ‘De mystificatie van het paleis wordt de mystificatie van het parlement. De vraag is wat erger is’. Bovendien: zijn er ooit rampen voortgevloeid uit de huidige formatie-wijze?
  • Velen ergeren zich aan het ‘gedoe’ rond de ministeriële verantwoordelijkheid. Er zijn telkens kamervragen en dat kost te veel tijd. Men wil daar vanaf door de Koning uit de regering te zetten. Daarmee, denkt men, zou je kwesties als ‘Mozambique’ kunnen voorkomen. Ik denk het niet. Men zou evengoed kritiek hebben gehad. De pers had zich er net zo op gestort als nu, mogelijk zelfs meer omdat mijn privéleven in zo’n situatie nóg meer aandacht zal krijgen. Er zou dus evenzo een fiks publiek debat ontstaan – met alle gevolgen van dien.
  • De aangedragen vernieuwingen zijn volgens mij schijnoplossingen: in theorie zijn ze democratisch en rationeel, in de praktijk zullen ze niet zorgen voor verbetering, soms misschien zelfs voor verslechtering. Ik zou dus zeggen: verander niets.

    Conclusie: maak van een koning die actief handhaaft – ‘je maintiendrai’ – geen passieveling, geen maintenée, een bijzit als het ware, die weliswaar mooi mag wonen en goed betaald wordt, maar moet opzitten en pootjes geven en verder zijn/haar mond houden. Dan zal ik ervoor zorgen dat de monarchie geen aantasting van de democratie is, maar versterking ervan. Inderdaad: je maintiendrai.”

    Dit verhaal is uitgesproken tijdens de NJB-salon Wenken aan de koning op 9 april 2010 in Nieuwspoort in Den Haag.

    Bron afbeelding: srslyguys

    • email
    • del.icio.us
    • Facebook
    • Hyves
    • Google Bookmarks
    • NuJIJ
    • eKudos
    • LinkedIn
    • MSN Reporter
    • Twitter
    • Reddit

    { 1 reactie }

Reageren

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: