Koninklijke Hoogheid,
Met verschuldigde eerbied leg ik u gaarne het volgende verslag voor van een bijeenkomst van ongeveer 80 personen – overwegend juristen – op 9 april 2010 in Nieuwspoort in Den Haag. De bijeenkomst was geconvoceerd onder de titel NJB-Salon: wenken aan de Koning. De aanleiding was het vertrek van twee gezaghebbende redacteuren, mr. Alex Brenninkmeijer, Nationale ombudsman, en prof. mr. Inge van der Vlies, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Het was, zoals de eerstgenoemde na afloop constateerde, een bijeenkomst met veel humor en een bepaalde luchtigheid.
Een van de sprekers, prof. mr. Ulli Jessurun d’Oliveira, is een geharnast republikein. Van hem mocht een kritisch advies verwacht worden. Hij herinnerde eraan dat er al vanaf de negende eeuw wenken aan de Koning worden gegeven, waarna hij zijn voornaamste wenk gaf: abdiceer zodra u de gelegenheid hebt. Stap in elk geval uit de regering en uit de Raad van State. Zijn prachtig geformuleerde pleidooi (hij nodigde u ook uit lid te worden van het Republikeins Genootschap) ontving echter weinig steun. Dat is voor u van belang. Weinige aanwezigen ontkenden namelijk het gelijk van d’Oliveira dat vanuit staatsrechtelijk oogpunt uw positie een vreemde is en dat erfelijk koningschap vanuit democratisch oogpunt moeilijk te verdedigen is. In het debat stond hij alleen, maar tijdens de borrel achteraf was er toch menig jurist die blijk gaf van begrip voor de gedachte dat het Nederlandse koningschap een freischwebend Fremdkörper in ons bestel is. Ze durfden het echter niet te zeggen. Misschien speelde daarbij een rol de pittige vraag van Volkskrantjournalist Remco Meijer of d’Oliveira zich realiseerde dat zijn idee vooral steun krijgt uit de hoek van D66 en – voor d’Oliveira minder aangenaam – de partij van mw. Verdonk (TON) en die van de heer Wilders (PVV).
Als ik dan inga op de wenken die aan de lezingen van de andere sprekers en de daarop volgende discussies zijn te ontlenen dan maak ik onderscheid tussen wenken aan het staatshoofd in spe, aan de Koning van het volk en aan de persoon, de Prins van Oranje.
Vanuit juridisch gezelschap zijn de wenken aan het staatshoofd wellicht het meest serieus te nemen. De juristen waren echter ietwat overdonderd door de kracht van het argument van prof. dr. Herman van Gunsteren, hoogleraar politieke wetenschap te Leiden. Volgens hem is de Koning inderdaad een vreemd element in het bestel, maar – en dat was een bijzondere notie – geen politiek bestel en ook niet een democratisch bestel werkt perfect. Elk stelsel heeft zijn tekort. In de democratie kan de Koning – conform de mogelijkheden die het staatsrecht hem geeft – een impasse doorbreken, of een al te zeer door de waan van het moment ingegeven voorstel afraden. Een ceremonieel koningschap, ‘Oranje als franje’, werd daarna door niemand anders dan de ware republikeinen verdedigd. Drs. Reinildis van Ditzhuyzen, historica, wees er in dit verband op dat ook de ambtsdrager die een symboolfunctie uitoefent wel gezag moet kunnen uitdragen.1 Hij moet handhaven – je maintiendrai – en er niet als een maintenee bijzitten. Ik vond het opmerkelijk, maar dit betekent dat er van de zijde van de juristen dus weinig verandering wordt gewenst. Prof. Van der Vlies deed nog een moedige poging. Zij verdedigde de stelling dat de Koning de vrijheid zou moeten hebben dissenting opinions (ten opzichte van de regering) te ventileren en ook de mogelijkheid om te vertellen waarom hij welke formateur heeft gekozen. Een collega van haar vreesde echter dat dit tot vreselijk veel werk voor de minister-president zou gaan leiden. Die zou immers iedere keer moeten opdraven om te verantwoorden wat u hebt gezegd. Ook dit voorstel vond geen brede weerklank. Het advies aan het staatshoofd in spe luidt dus: er hoeft niets te veranderen.
Met het advies aan de Koning van het Nederlandse volk is het enigszins anders gesteld. Misschien is wel de belangrijkste reden voor de eerder bedoelde opvatting de gedachte dat de Koning in staat is de samenleving te binden. De Koning is er voor alle Nederlanders ongeacht hun etnische afkomst of hun positie in de samenleving. Nu kunt u in uw verhouding tot uw volk ervoor kiezen geliefd te zijn en u kunt ervoor kiezen gerespecteerd te worden. De jonge Prins Willem-Alexander die zich hossend in het Olympisch feestgedruis stortte, maakte zich geliefd, maar dreigde het respect te verliezen. Tegenwoordig is dat respect volledig hersteld. Maar de geliefdheid is een zwakker punt. Tamelijk algemeen werd naar voren gebracht dat U en HKH Maxima een kosmopolitische uitstraling hebben. De indruk bestaat – wellicht ten onrechte – dat men u in de jetset van New York en Mozambique beter kent dan in Stavoren en Schin op Geul. De aanwezigen vernamen van mw. Van Ditzhuyzen dat u zich de laatste tijd meer concentreert op het binnenland dan in het verleden en hebben dat met instemming begroet. Er werd op gewezen dat het eenvoudiger deel van de bevolking zich in het verleden warm verbonden voelde met het Huis van Oranje – datzelfde deel dat nu op TON en PVV stemt wellicht omdat ze zich niet herkennen in een al te kosmopolitische koninklijke familie. Op mijn onnozele vraag of men dan wilde dat u weer zou gaan hossen, antwoordde prof. dr. Mark Bovens, hoogleraar bestuurskunde te Utrecht, dat u zich niet als populist hoeft te gedragen om toch te laten zien dat u een met uw volk bent. Uw aanwezigheid op Scheveningen met een van uw dochters op de schouders tijdens de Sinterklaasintocht is een prachtig voorbeeld van goed Nederlands koningschap. Natuurlijk is men alleen maar blij als u zo nu en dan deuren weet te openen voor het Nederlandse bedrijfsleven in verre landen, maar daar gaat het in dezen niet om. Het is het idee dat u een bindend element kunt zijn in een verbrokkelde samenleving, dat de juristen aansprak en in verband waarmee ze u graag hier zien.
Sprekend over behoorlijk koningschap wees prof. Bovens erop dat u als mens natuurlijk van onbesproken gedrag moet zijn. Hij toetste enkele punten aan de normen die de Nationale ombudsman heeft ontwikkeld. Het gelijkheidsbeginsel impliceert dat u geen privileges moet afroepen, ook niet voor de kinderen en het beginsel van correcte bejegening van derden zou ook voor u gelden (herinnerd werd aan Koning Gorilla). Uw persoonlijke doen en laten is – en dat is deels uw noodlot – een publiek doen en laten. Dat u niet altijd vrolijk kunt kijken, mag men u niet aanrekenen. Dat u helemaal niet een gelijke bent zoals de zojuist genoemde normen suggereren, brengt u in een lastige positie – zo werd in kleiner gezelschap aan de dinertafel geopperd. Mensen in uw omgeving spreken u niet snel tegen, zelfs niet als u hen daartoe met zoveel woorden uitnodigt. Naarmate u meer met politici van doen hebt die nauwelijks serieus te nemen zijn, ligt het meer voor de hand dat u – vanuit de beste bedoelingen – optreedt waar u dat nuttig vindt. Het is voor ons echter lastig om te zien waar u uw inspiratie dan vandaan haalt. Is het uw vrouw, uw kring van intimi, de Bijbelclub? Uw geloof is overigens niet aan de orde geweest. U zult niet alleen handelen als u dat wordt gevraagd – dat past misschien bij een ceremoniële koning, maar niet bij een Nederlandse koning. Er zijn ook momenten dat u – ondanks het keurslijf waarin u zit – uit uzelf handelt. De hand die uw moeder voor de mond sloeg bij de Bijlmerramp was zo veel indrukwekkender dan het geklets van een politica die meldde dat alles onder controle was. Juist in het persoonlijke kunt u uw verbondenheid met het volk tot uitdrukking brengen. Misschien zou u zelfs – zoals mr. Brenninkmeijer suggereerde – eraan kunnen denken zo nu en dan de brieven van het volk aan de Koning zelf te beantwoorden. Maar de jurist in mij vraagt zich dan wel af – hoever zult u in die persoonlijker invulling kunnen gaan, zonder uw bijzondere staatsrechtelijke positie in gevaar te brengen? Als u dan uit uzelf dingen gaat doen die kunnen bijdragen aan de binding binnen de samenleving dan zullen weinigen daartegen durven opponeren vanuit de magie van uw koningschap. Als u een iets persoonlijker koningschap kiest dan eerdere generaties dan past dat vermoedelijk bij deze tijd, maar dat moet dan wel gebeuren op een wijze waarop men in u als een boven de partijen staande vorst blijft geloven. Ook uw aanhangers moeten het verschil begrijpen tussen u en een popster. Er is overigens tijdens onze bijeenkomst ook serieus gesproken over Sinterklaas. Wij geloven in hem – al is er van alles aan te merken op het instituut Sinterklaas (met zijn Zwarte Pieten e.d.) – zolang hij bereid is zijn rol met waardigheid en voor iedereen te spelen. Of dat op de Prins van Oranje sloeg, kan ik u niet zeggen.
Dat zijn de wenken die voortkwamen uit deze bijeenkomst van het Nederlands Juristenblad. Prof. Van Gunsteren vond het idee van die wenken eigenlijk niet zo gelukkig. Als U advies wilt hebben, zult u er immers wel om vragen. Maar zelf meende ik dat iemand op een bijzondere plaats als de uwe, soms tot de licht vertwijfelde gedachte kan komen: ik weet niet wat ik niet weet. Welnu en vandaar drie wenken. Staatsrechtelijk hoeft er niets te gebeuren. Uw volk ziet u liever in Stavoren dan in New York. En als u als mens wilt kiezen voor een persoonlijker invulling van uw ambt kan dat, zolang u een waardige distantie weet te bewaren.
Met verschuldigde hoogachting,
Prof. mr. Ybo Buruma
Redacteur NJB, hoogleraar Radboud Universiteit Nijmegen
Dit verslag is verschenen in NJB 2010/16.
Bron afbeelding: clevercupcakes
- Zie Je maintiendrai op NJBlog. ↩
{ 4 reacties }


{ 2 reacties… lees hieronder of reageer }
Voor het aantwoord op de vraag of erfrechtelijke opvolging van een staatsambt past in een democratische rechtsstaat en of je een staat die een dergelijke opvolging legitimeert wel een democratische rechtsstaat mag noemen, is de vraag van de journalist niet relevant.
Een pittige vraag veronderstelt het aanzetten tot stevig nadenken over wat er zojuist door spreker beargumenteerd naar voren is gebracht.
Een vraag die verwijst naar de aan- of afwezigheid van de hoeveelheid steun voor een republiek, is dat in dat verband zeker niet.
Die vraag namelijk komt pas aan de orde als op grond van staatsrechtelijke argumenten is vastgesteld, en dat is helemaal niet zo moeilijk, dat erfrechtelijke opvolging van een staatsambt doodeenvoudig niet past in een democratische rechtsstaat. Impliciet betekent het stellen van die vraag dat de vraagsteller het met d’Oliviera eens is maar attent wordt gemaakt op het ontbreken van steun voor de zo noodzakelijke wijziging van onze staatsinrichting. Tot het zover zal zijn, staan alle burgers van Nederland iedere ochtend op als onderdaan.
Prof.d’Oliveira ziet over het hoofd dat onze Koningin en Zijne Koninklijke Hoogheid de verbindende factor is van het nederlandse volk.Omdat onze Koningin en Zijne Koninklijke Hoogheid boven partijen staat kunnen Zij juist goed werk doen.Ons Koningshuis gaat voor de lange termijn en niet om vier jaar de eigen agenda te voeren(en zakken te vullen) zoals met presidenten.Die daarna nog jaren en jaren het volk veel geld kosten en niks opbrengen.Daar hoor ik voor het gemak even niemand over.
Nederlanders hebben gekozen voor een erfelijke opvolging van het staatshoofd omdat de Koninklijke Familie veel voor ons doet;wereldlijk door het maken van staatsbezoeken,zakelijk door deuren te openen die anders gesloten zouden blijven,Zij bieden troost en verbondenheid bij rampen en leiding in moeilijke tijden.De positieve factoren van onze Koninklijke familie wegen ruimschoots op tegen al die nare en zure figuren die ons Koningshuis niet zien zitten.
Gelukkig sta ik elke dag op als onderdaan.
{ 2 trackbacks }