Lees hier (PDF-bestand, 646 KB) de scriptie Shall I Surrender Thee to the International Criminal Court? The United States and Bilateral ‘Non-Surrender’ Agreements van Thom Dieben (masterscriptie Strafrecht, Universiteit Maastricht, begeleider André Klip).
Op 1 juli 2002 trad het Statuut voor het Internationaal Strafhof (ISH) in werking. Na jaren onderhandelen is een permanent internationaal straftribunaal belast met de berechting van de meest ernstige misdaden daarmee definitief een feit. Lang niet alle landen zijn hier echter even gelukkig mee. In het bijzonder de VS had en heeft grote moeite met het ISH. Direct na inwerkingtreding van het ISH Statuut komt de VS dan ook met ongekende diplomatieke, wettelijke en bestuurlijke maatregelen die als doel hebben de effectiviteit van het ISH te ondermijnen. Eén daarvan is het sluiten van ‘niet-uitleveringsverdragen’ waarin men overeenkomt zonder toestemming elkaars onderdanen niet aan het ISH uit te leveren.
Deze verdragen en de totstandkoming daarvan zijn hoogst controversieel. De scriptie van Thom Dieben onderzoekt in hoeverre de in het debat aangevoerde argumenten juridisch hout snijden. Conclusie is dat de verdragen niet nietig zijn op basis van ius cogens maar wel gedeeltelijk in strijd zijn met het ISH Statuut. Dat heeft consequenties voor landen die zowel partij zijn bij het ISH als een ‘niet-uitleveringsverdrag’ met de VS hebben gesloten. Zij zullen bij een uitleveringsverzoek van het ISH moeten kiezen: eerbiediging van het ISH Statuut of het ‘niet-uitleveringsverdrag’. Of juridische argumenten bij het maken van die keuze de doorslag zullen geven is overigens maar zeer de vraag.
Bron afbeelding: ekenitr
{ 0 reacties }

