Een voor 3 september gepland referendum op Bonaire over de constitutionele hervormingen van het Koninkrijk werd op het laatste moment voor onbepaalde tijd uitgesteld. In mei 2009 werd wel een referendum georganiseerd op Curaçao. Wanneer is het woord aan de bevolking van Sint Eustatius, het eiland dat als enige officieel verzet aantekende tegen gevolgen van de hervormingen?
Vanaf 10 oktober zal het land ‘Nederlandse Antillen’ alleen nog een herinnering zijn. Curaçao en Sint Maarten krijgen een status aparte, vergelijkbaar met de status van Aruba. Bonaire, Sint Eustatius en Saba (de ‘BES-eilanden’) worden voorlopig openbare lichamen en zullen integreren in Nederland. Over vijf jaar wordt deze status geëvalueerd.
Een van de gevolgen hiervan is dat de BES-eilanden deel gaan uitmaken van de Nederlandse rechtsorde. Aanvankelijk leek dit weinig problematisch. Toen de regering de Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba indiende bij de Staten-Generaal was het uitgangspunt helder: om het proces soepel te laten verlopen zou de Antilliaanse wetgeving voorlopig blijven gelden. Geleidelijk zou deze worden vervangen door Nederlandse wetgeving, al kan een uitzondering worden gemaakt op terreinen waarop de eilanden zich wezenlijk onderscheiden van de rest van Nederland. Dit komt overeen met de afspraken die in 2006 zijn gemaakt met de BES-eilanden.
Maar er ontstond commotie toen Kamerleden van Gent (GroenLinks) en Remkes (VVD) een amendement op het wetsvoorstel indienden om te verzekeren dat euthanasie, abortus en het homohuwelijk na 10 oktober ook in de Caribische delen van Nederland mogelijk worden. Na overleg werd besloten om een voorbereidingstermijn in acht te nemen. De Sabanen, Bonairianen en Statianen hebben na 10 oktober twee jaar de tijd om aan de invoering van homohuwelijk en euthanasie te wennen. Een wettelijke regeling inzake abortus zal binnen één jaar worden ingevoerd. De overgrote meerderheid van zowel de Tweede als Eerste Kamer stemde in met het amendement. Daarop nam de Eilandsraad van Sint Eustatius een motie aan tegen de invoering van deze ‘antisociale wetten’.
Los van de vraag of invoering van controversiële wetgeving niet in strijd is met eerder gemaakte afspraken legt de commotie een pijnlijk defect bloot: de Statiaanse bevolking heeft nooit ingestemd met integratie in een land dat duizenden kilometers verderop ligt en er totaal andere mores op nahoudt.
Tussen 2000 en 2005 werden referenda georganiseerd op alle Antilliaanse eilanden. Als enigen stemden de Statianen voor behoud van de Nederlandse Antillen. Sint Maarten en Curaçao vroegen en kregen eenzelfde status als Aruba: land binnen het Koninkrijk. Bonaire en Saba stemden voor hechtere constitutionele banden met Nederland. Hoewel destijds nog volledig onduidelijk was wat dit zou gaan inhouden, zou beargumenteerd kunnen worden dat ook Bonaire en Saba hebben gekregen waar zij om vroegen – al zijn zeker ook hier kanttekeningen bij te plaatsen.
Onder grote politieke druk ging de Eilandsraad van Sint Eustatius overstag en opteerde voor het onvermijdelijke: ontmanteling van de Nederlandse Antillen en een hechtere constitutionele band met Nederland. Maar nu hangt de aanvankelijke onwil van de Statianen als een zwaard van Damocles boven het integratieproces. Dit bleek des te meer toen Eilandraadslid Reginald Zaandam begin april in de Tweede Kamer pleitte voor een Statiaans referendum vóór 10 oktober. De reacties van de aanwezige Kamerleden varieerden van verbazing tot een zekere korzeligheid. Van Gent kwalificeerde de eis als een duveltje uit een doosje.
Zaandam blijft echter zijn onvrede over de gang van zaken kenbaar maken. Op 20 augustus stemde hij als vertegenwoordiger van Sint Eustatius in het Antilliaanse parlement, de Staten, tegen de Statuutwijziging die ontmanteling van de Nederlandse Antillen mogelijk maakt. Ook een Statenlid uit Bonaire en twee uit Curaçao stemden tegen, maar het wijzigingsvoorstel werd uiteindelijk met een meerderheid van zeventien leden aangenomen.
De tegenstem van de Statianen zorgt dus voor onrust in het integratieproces van de BES-eilanden. Er is echter een ander, fundamenteler, probleem: het onthouden van de mogelijkheid aan de Statianen om vrijelijk hun politieke toekomst te bepalen is in strijd met het internationale dekolonisatierecht.
Het internationale gewoonterecht, mede ingevuld door belangrijke VN-resoluties, alsmede internationale burgerrechtenverdragen, verplichten het Koninkrijk der Nederlanden om het zelfbeschikkingsrecht in acht te nemen. Dit houdt in dat een (voormalige) kolonie pas wordt verondersteld zelfbesturend te zijn wanneer de bevolking vrijelijk zijn politieke toekomst heeft bepaald. Met name wanneer een entiteit niet volledig onafhankelijk wordt dient met argusogen bekeken te worden of de wens van de bevolking wordt vervuld.
Al sinds de totstandkoming van het Statuut van het Koninkrijk in 1954 is menigmaal kritisch gevraagd of recht is gedaan aan het zelfbeschikkingsrecht van de Koninkrijksbevolking in de Caraïben. Nooit is in een bindend referendum gevraagd welke status zij prefereren. Hier wordt vaak tegen ingebracht dat eventuele ontevredenheid over het Statuut nooit heeft geleid tot heftige protesten van Antilliaanse zijde. Dat kan zo zijn, maar het blijft twijfelachtig of het Koninkrijk der Nederlanden heeft voldaan aan zijn internationale verplichtingen met betrekking tot het zelfbeschikkingsrecht van de Caribische rijksdelen.
In referenda die zijn gehouden tussen 2000 en 2005 heeft de meerderheid van de bevolking van de Nederlandse Antillen vóór ontmanteling van dat land gestemd. Is daarmee voldaan aan het zelfbeschikkingsrecht?
Nee. Er is namelijk een complicerende factor. Sinds 1973 erkennen de afzonderlijke eilanden van de Nederlandse Antillen elkaars zelfbeschikkingsrecht. Hoewel met enige onwil doet ook Nederland dat sinds 1981. Deze erkenning was internationaalrechtelijk niet verplicht. Het non-disruptiebeginsel bepaalt namelijk dat de grenzen van de voormalige kolonie maatgevend zijn voor de vraag wie recht heeft op zelfbeschikking. Volgens internationaal recht zou het zelfbeschikkingsrecht dus toekomen aan de gehele bevolking van de Nederlandse Antillen. Dat dit geen wet is van Meden en Perzen blijkt onder andere uit de ook internationaal geaccepteerde afscheiding van Aruba in 1986.
Waarom is dan toch het zelfbeschikkingsrecht van de afzonderlijke eilanden erkend? De reden moet waarschijnlijk gezocht worden, naast de culturele verschillen, in de gevoelens van animositeit en wantrouwen tussen de eilanden. Met name het historische gevoel van onderschikking aan Curaçao heeft diepe kloven geslagen.
Hoewel de erkenning van het zelfbeschikkingsrecht van de afzonderlijke eilanden dus niet verplicht was, heeft deze erkenning wel internationaalrechtelijke gevolgen. Nederland kan, met het oog op het rechtsbeginsel van goede trouw, namelijk niet meer ontkennen dat het internationale zelfbeschikkingsrecht toekomt aan elk der eilanden. Dat betekent dat de bevolking van ieder eiland het recht heeft zijn politieke toekomst in vrijheid te bepalen.
De Statianen hebben dit in ieder geval niet gedaan. De uitkomst van het referendum in 2005 is door de volksvertegenwoordigers opzij geschoven toen zij instemden met integratie. Die beslissing kan dan ook niet gezien worden als uitoefening van het zelfbeschikkingsrecht van Sint Eustatius. Tot begin april leek de schijn van legitimiteit te kunnen worden hooggehouden, omdat hevige protesten tegen deze gang van zaken uitbleven. Nu bevinden we ons echter in een situatie waarin de Statiaanse volksvertegenwoordigers zich hebben verzet tegen één van de gevolgen van de integratie. Ook is er openlijk om een referendum gevraagd.
Het internationaal recht verplicht de Koninkrijksregering om aan deze oproep gehoor te geven en wel voor 10 oktober 2010. Want het eiland mag met een inwonertal van rond de drieduizend dan wel kleiner zijn dan het overgrote deel van de Nederlandse gemeenten, die drieduizend hebben het volste recht om gehoord te worden.
Charlotte Duijf is masterstudent Internationaal Publiekrecht aan de Universiteit Utrecht en Fred Soons is hoogleraar Internationaal Publiekrecht aan dezelfde universiteit en aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen.
Bron afbeelding: hduh
{ 3 reacties }



{ 3 reacties… lees hieronder of reageer }
Interessant, ik ben nu bezig met mijn scriptie over het zelfbeschikkingsrecht van de BES eilanden. Ik zou graag meer van deze informatie hebben. veel dank.
Kan iemand mij kort vertellen wat de zelfbeschikkingsrecht precies inhoudt?
Groet Raymond
Beste Charlotte,
Met veel interesse lees ik dit blog en heb ik tevens ook je artikel gelezen in het Tijdschrift Openbaar Bestuur over het zelfbeschikkingsrecht. Ik ben zelf studente Sociologie en ben bezig met het schrijven van mijn onderzoeksvoorstel voor mijn masterscriptie om vervolgens af te reizen naar Sint Eustatius. Ik merk op dat wanneer anderen schrijven op de ontmanteling van de Antillen, Statia bijna geen aandacht krijgt. Terwijl ik vind dat dit eilandje een apart geval is en dus nader toegelicht dient te worden. Ik zal onderzoek gaan doen naar de framing van de staatkundige verandering onder de lokale bevolking op Statia. Wanneer je beschikt over meer info over Statia, zou ik deze graag krijgen. In ieder geval ben ik blij met deze informatie tot dusver.
Groeten,
Vera van Es
Erasmus Universiteit, sociale wetenschappen
Rotterdam