Helemaal gelukkig ben ik niet met de voorbeschouwing in De Pers over de zaak Wilders. De vier professoren die het woord voeren, De Roos, Sackers, Zwart en Ellian, lijken het erover eens dat vervolging niet juist is. Dat mogen ze vinden: de vrijheid van meningsuiting van een politicus is een groot goed dat het verdedigen waard is. Ik vind iets anders: zelfs een politicus moet zich aan de wet houden en wij hebben nu eenmaal een strafbepaling die haat zaaien verbiedt. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens vond dat de veroordeling wegens haat zaaien van de politici Le Pen (Frankrijk), Feret (Belgie) en Norwood (UK) aanvaardbaar was vanuit het oogpunt van de vrije meningsuiting. Elders schreef ik dat echte democraten vermoedelijk tegen vervolging zijn (het publieke debat moet vrij zijn; ‘je geeft hem stemmen’) en echte verdedigers van de rechtstaat voor (‘minderheden verdienen wettelijke bescherming’).
In het artikel roepen de professoren de rechter op Wilders vrij te spreken. Dat is hachelijker. In Nederland is de regel dat een zaak die onder de rechter is niet zou mogen worden besproken, eigenlijk dood. Ik bezondig me zelf ook wel eens aan overtreding ervan. En ik vind het al helemaal niet erg als een actiegroep of een columnist roept dat de vrijheid van meningsuiting belangrijker is dan het verbod op haatzaaien of de groepsbelediging. Maar hoogleraren die publiekelijk een uitspraak doen leggen daarmee een waarheidsclaim op tafel. “Zo is het en niet anders”. Misschien ben ik wat ouderwets, maar ik vind de stelling van een hoogleraar meer dan een mening.
De uitkomst van het rechterlijk oordeel is ongewis. De rechters die zich over de zaak buigen kennen beter dan het gewone publiek de rechtspraak over groepsbelediging (art. 137c WSr). Als hoogleraar kun je zeggen dat de kans groot is – nooit zeker – dat rechters die in lijn met de Hoge Raad redeneren tot een vrijspraak komen. Maar diezelfde rechters weten ook dat de rechtspraak over haat zaaien en tot discriminatie oproepen minder duidelijk is. Als hoogleraar kun je dan zeggen dat je benieuwd bent wat de rechters gaan doen.
Dat er een belangrijk verschil is, kan als volgt worden uitgelegd. Bij groepsbelediging is de kern dat de spreker iets zegt over moslims. Dat kan tot opwinding bij de moslims leiden. Bij haat zaaien is de kern dat de spreker zich tot zijn kiezers en tot anderen wendt met een mededeling over moslims. Dat kan tot opwinding bij die kiezers leiden. Vanuit het oogpunt van openbare orde handhaving zijn dit dus twee verschillende delicten. ‘Maak je moslims verdrietig’ is een andere vraag dan ‘maak je niet-moslims vijandiger ten aanzien van moslims’. Als man van de rechtstaat wil ik eigenlijk wel graag weten hoe ver een politicus mag gaan in het werven en ophitsen van (potentiele) kiezers.
Nogmaals: iedereen mag er iets van vinden dat Wilders wordt vervolgd. Maar de vier hoogleraren die overigens ook heel verstandige dingen opmerken wekken een al te stellige indruk. Het vervelende van dit artikel is dat de rechter die niet tot vrijspraak besluit nu in de ogen van het grotere publiek daarmee lijkt af te wijken van wat ‘de wetenschap’ te melden heeft. En oh ja, als ik in het voorgaande een even stellige maar anders gerichte indruk wek, dan ben ik niet geslaagd in mijn wens. Die wens is dat wij, geleerden, de rechter nu eerst de kans geven zijn werk te doen.
Deze post is ook verschenen op Buruma blogt.
Bron afbeelding: ANS-online
{ 3 reacties }



{ 2 reacties… lees hieronder of reageer }
De discussie in De Pers lijkt mij een verwarde en onvolledige of verward en onvolledig samengevatte discussie.
1. Collega De Roos en Sackers hebben het OM geadviseerd over het sepot. Niet wordt vermeld dat er een derde advies van collega Lawson was, waarin op grond van een onberispelijke samenvatting van de jurisprudentie van het EHRM geconcludeerd wordt dat een veroordeling juridisch haalbaar is. Om de vrees van Ybo Buruma weg te nemen: dat advies bevindt zich ook in het Rechtbankdossier.
2. De Roos’ advies aan het OM was in belangrijke mate gebaseerd op de opportuniteit van de vervolging, terwijl die op basis van de discriminatie instructie aan het OM niet aan de orde is. In De Pers discussie gaat het daar ook in belangrijke mate over en De Roos stelt in die discussie de legitimiteit van die instructie zelfs aan de orde. Maar dat is dus een ander punt. Hij gaat bovendien de vraag uit de weg dat het OM, ondanks verdeelde opvattingen van deskundigen, niettemin meende zelf de inhoud van het recht te kunnen vaststellen door een spotbeslissing te nemen, zodat het Hof er aan te pas moest komen.
2. De status van die wetenschappelijke advisering aan het OM is mij niet duidellijk. Eerder heb ik met een beroep op de WOB inzage van de adviezen gevraagd, maar dat is mij geweigerd. Aangezien wetenschappelijke adviezen naar mijn oordeel per definitie openbaar zijn, gaat het kennelijk om vertrouwelijke adviezen. Ik ben er natuurlijk langs andere weg aan gekomen, maar ze zijn volgens mij nog steeds niet openbaar, terwijl de stellers van die adviezen daarover van allerlei mededelingen in de openbaarheid doen. Dat maakt Ybo Buruma’s punt over de rol van wetenschappers in of rond een proces des te klemmender.
3. Niet wordt vermeld dat het in het proces niet alleen gaat om groepsbelediging (137c), maar ook aanzetten tot haat en discriminatie (137d). Collega Sackers zei in een radiodiscussie voor BNR dat hem over dat laatste geen advies was gevraagd en dat hij niet zeker is dat ook op dat punt vrijspraak moet volgen. Voor de liefhebbers: deze discussie is te vinden op de website van BNR.
[Deze reactie is door de redactie verwijderd]
{ 1 trackback }