Is Julian Assange van Wikileaks een prijzenswaardige geëngageerde journalist, een high-tech terrorist, of de heraut van een wereld waar feitelijk geen geheimen meer kunnen bestaan?
Hij won in 2009 de New Media Award van Amnesty International voor openbaringen over buitengerechtelijke executies in Kenia en werd in ons land vooral bekend door de publicatie in april 2010 van de video ‘Collateral Murder’. Daarop is te zien hoe in 2007 vanuit een Amerikaanse helikopter welbewust op ongewapende Irakese burgers werd geschoten, waardoor minstens 12 mensen omkwamen. In juli en oktober werden honderdduizenden documenten over de oorlogen in Afghanistan en Irak gepubliceerd. Tussen 2003 en 2009 blijken 109.000 doden te zijn gevallen in Irak, waarvan 66.000 burgers. Juist de gedetailleerdheid van de gegevens leverde schrikbarende inzichten. Veel slachtoffers komen niet om door bombardementen, maar door schietincidenten waar op zijn best een misverstand het begin van een bloedbad is. De boodschapper hiervan mag niet worden geslachtofferd.
Op 28 november 2010 begon Wikileaks met het publiceren van 251.287 gelekte berichten van 274 Amerikaanse ambassades en consulaten. Week na week. Eerst was ik verbijsterd dat de oorspronkelijke documenten niet zodanig waren versleuteld dat ze ook bij een lek niet leesbaar zouden zijn (maar toen besefte ik dat ik zelf ook maar één man ken, een hoogleraar computerveiligheid, die zijn berichten vaak versleuteld verstuurt). Geleidelijk aan rees de vraag of hier nu ook een goed doel mee is gediend. Is het nu echt een publiek belang dat de wereld weet wat Amerikaanse ambassadeurs van Poetin, Merkel, Sarkozy en Balkenende denken? Anders dan Wikileaks ben ik geen voorstander van totale transparantie. Sommige geheimen zijn nuttig. Zeker, er zijn geheimen met behulp waarvan verantwoordelijkheden worden ontlopen. Maar diplomaten en andere onderhandelaars moeten hun werk in stilte kunnen doen. En van sommige geheimen is openbaarmaking echt gevaarlijk. Wikileaks probeert gevoelige informatie over personen of details van nog lopende operaties buiten de berichtenstroom te houden. Maar wel werd bekend dat premier Morgan Tsvangirai van Zimbabwe zou hebben gesproken met Amerikaanse en Europese ambassadeurs over de sancties jegens zijn land. Voor dictator Mugabe levert dat de mogelijkheid op om zijn belangrijkste concurrent – niet door een aanslag maar met de wet in de hand – de doodstraf te kunnen geven.
Mijn aanvankelijke waardering voor Assange is bekoeld. Dat betekent niet dat ik warm loop voor de Amerikaanse pogingen bewijs tegen hem te vinden voor een samenzwering tot het lekken van staatsgeheimen door de 23-jarige soldaat Bradley Manning. Vice-president Joe Biden noemde hem een terrorist, maar daarvoor zal hij niet veroordeeld kunnen worden.
In Nederland is niet alleen de schender van een staatsgeheim volgens art. 98 Sr strafbaar, maar ook degene die gegevens opzettelijk openbaar maakt waarvan de geheimhouding door het belang van de staat of zijn bondgenoten wordt geboden (art. 98a Sr) en zelfs degene aan wiens schuld te wijten is dat de gegevens openbaar worden (art. 98c Sr). Wat als staatsgeheim te gelden heeft, zal de rechter moeten bepalen. Deze zal zich daarbij vaak laten leiden door de vraag of de betreffende inlichtingen conform het Besluit voorschrift informatiebeveiliging rijksdienst als zeer geheim, geheim of confidentieel is gerubriceerd. Maar die classificatie is niet dwingend (verg. indirect HR 7 juli 2009, LJN BG7232). Dat werkt twee kanten op. NATO-geheimen zijn uitdrukkelijk bedoeld om beschermd te zijn, hoewel ze niet volgens genoemd besluit zijn geclassificeerd. Daarentegen betwijfel ik of de door de Amerikaanse ambassadeur Sobel in 2005 als ‘secret’ geclassificeerde ‘Parting thoughts’ staatsgeheim zijn (al merkt hij daarin en passant op dat het pasjessysteem in Maastrichtse coffeeshops door de VS moet worden gesteund). Met het filmpje is het nog simpeler. Terecht schreef Heijder al in 1987 dat gegevens over een onrechtmatige situatie in beginsel niet onder de bescherming van deze artikelen vallen. Voor zover een deel van de Wikileaks gegevens nog net wel aan de criteria van het staatsgeheim voldoen – of als wordt vervolgd wegens medeplegen van
schending van gewone geheimen (art. 272 Sr) – zal dan ook nog de vraag rijzen of Assange een succesvol beroep kan doen op de journalistieke vrijheid van meningsuiting, omdat bestraffing niet proportioneel is (art. 10 EVRM).
In het ergste geval – als bijvoorbeeld Tsvangirai inderdaad de doodstraf krijgt – zou nog gedacht kunnen worden aan vervolging van Assange voor dood door schuld. Dan moet aan hem wel als verspreider van gevoelig materiaal de maatschappelijke plicht worden toegeschreven een bijzondere graad van oplettendheid voor onbedoelde effecten aan de dag te leggen. Hoe ver kun je daarmee gaan met het oog op de journalistieke vrijheid?
Een veroordeling naar Nederlands recht zit er eigenlijk niet in. Elke vorm van repressie is trouwens problematisch (zie EHRM 9 februari 1995, Bluf!). Acties om de site uit de lucht te halen, of de beslissingen van o.m. Visa en Mastercard om de financiële transacties ten behoeve van Wikileaks te staken, leidden onmiddellijk tot tegenacties. Mirror sites werden opgezet en honderden Internetactivisten voerden een z.g. DDoS-aanval uit om de betreffende bedrijven – en Mugabe! – onbereikbaar te maken. Cyberwar in naam van het vrije web.
Moet je de heraut van een nieuwe tijd wel willen onderdrukken? Wikileaks is een wake-up call voor de risico’s van terroristisch, misdadig en idealistisch lekken en hacken. Wie is nog zo onnozel om te denken dat het Elektronisch patiëntendossier en de databank biometrische gegevens niet gehackt gaan worden? Of dat er niet gelekt wordt uit de nationale politiegegevens? De vraag is niet of het gebeurt, maar wanneer. En belangrijker dan de vraag of de schade te vermijden is, is de vraag hoe de omvang van de schade kan worden beperkt.
Dit Vooraf is verschenen in NJB 2011/02.
Bron afbeelding: espenmoe
{ 2 reacties }



{ 2 reacties… lees hieronder of reageer }
Bovenstaand stukje geeft een aardige kijk op de Nederlandse wetgeving ten aanzien van staatsgeheimen. Helaas sluit de conclusie niet direct aan op de vraagstelling in de titel. Dit is jammer, maar gelukkig heeft de Electronic Frontier Foundation aardig werk verricht om de vraagstelling in de titel te beantwoorden. Lees het artikel hier:
https://www.eff.org/deeplinks/2011/01/cablegate-disclosures-have-furthered-investigative
In principe ben ik het eens met dhr. Buruma dat diplomaten discreet hun werk moeten kunnen doen. Echter, een supermacht die constant klaar staat om andere landen te veroordelen, aan te vallen of economisch te treffen onder het mom van democaratisering, mensenrechten en vrijheid van meningsuiting, verdient het om zorgvuldig onder de loep genomen te worden. Met grote macht komt grote verantwoordelijkheid. De wikileaks documenten laten zien dat deze macht op grote schaal misbruikt wordt.
Het is niet duidelijk of de wikileaks berichten daadwerkelijk schade aanrichten of levens in gevaar brengen (tenminste niet meer levens dan die in gevaar zijn gebracht door de diplomatie van de VS). Ik zou het eerder willen zien als een kans voor de VS om een duurzamere relatie op te bouwen met de rest van de wereld en hun buitenland beleid werkelijk te baseren op ethische beginselen.
vallen deze bekendmakingen niet onder “schending van het briefgeheim”