Downloadverbod: back to the future

door Christiaan Alberdingk Thijm

op 26 april 2011 in Artikelen

Afbeelding bij Downloadverbod: back to the future

Op 11 april 2011 heeft staatssecretaris van Justitie Fred Teeven zijn langverwachte speerpuntenbrief over het auteursrecht naar de Tweede Kamer gestuurd. Kern van het beleid van Teeven is dat het auteursrecht innovatie moet stimuleren, niet belemmeren. Van de vier speerpunten heeft er één voor de nodige beroering gezorgd: het voornemen om het downloaden uit ‘evident illegale bron’ te verbieden.

Door de komst van het internet en de ontwikkeling van allerhande computerprogramma’s kunnen consumenten thuis muziek, films en ander auteursrechtelijk beschermd materiaal vanaf hun eigen computer via internet aanbieden (‘uploaden’) of ophalen (‘downloaden’). Op dit moment worden deze handelingen auteursrechtelijk verschillend beoordeeld. Het uploaden wordt gekwalificeerd als een openbaarmaking die onder het exclusieve verbodsrecht valt. Dit is dus zonder toestemming van de rechthebbende niet toegestaan. Ten aanzien van het downloaden bestaat echter een uitzondering op het verveelvoudigingsrecht, het andere auteursrechtelijke verbodsrecht. Op grond van artikel 16c van de Auteurswet (Aw) is dit onder voorwaarden geoorloofd. Deze uitzondering geldt ook, zo heeft de minister van Justitie bij herhaling gezegd, als het downloaden uit illegale bron geschiedt, dat wil zeggen, wanneer voor de aan het downloaden voorafgaande openbaarmaking via het internet geen toestemming van de rechthebbende is verkregen.

Voor wie de achtergrond van artikel 16c Aw niet kent, moet het onderscheid tussen het uploaden en het downloaden door consumenten gekunsteld overkomen. De thuiskopie-exceptie, zoals de uitzondering wel wordt genoemd, vindt zijn oorsprong in technologische ontwikkelingen medio vorige eeuw. Toen deed de magnetofoon zijn intrede, het apparaat dat wij later een cassetterecorder zijn gaan noemen. De consument kon daarmee vanuit de beslotenheid van zijn woning auteursrechtelijk beschermde handelingen verrichten. Eerder beschikte de consument niet over de middelen om dit te doen en speelde hij dus geen rol van betekenis bij de exploitatie van beschermd materiaal.

Toen in Duitsland auteursrechtenorganisatie GEMA het verbodsrecht bij consumenten wilde gaan handhaven, oordeelde het Bundesgerichtshof dat de daarvoor noodzakelijke huiselijke controle van eigenaren van de magnetofoon in strijd zou zijn met, kort gezegd, hun persoonlijke levenssfeer. Een oplossing werd gevonden in thuiskopieregelingen: consumenten mogen thuiskopiëren, mits een vergoeding daarvoor wordt betaald. Die vergoeding wordt doorgaans geïnd door middel van een toeslag op blanco dragers waarop wordt gekopieerd. Vroeger waren dat cassette- en videobanden; tegenwoordig lege cd’s en dvd’s.

Met de introductie van het verbod op downloaden uit ‘evident illegale bron’ wil Teeven ook een einde maken aan het vergoedingenregime. De opslag die nog van toepassing is op een aantal blanco dragers komt dus te vervallen. Tegelijkertijd spreekt de staatssecretaris de wens uit dat rechthebbenden geen gebruik zullen maken van het verbodsrecht door consumenten die ‘op beperkte schaal bestanden up- en downloaden’ aan te spreken. De handhaving bij consumenten is volgens Teeven niet effectief en creëert rechtsongelijkheid ‘nu niet iedereen kan worden aangesproken’.

De staatssecretaris wil dus een verbodsrecht introduceren waarvan hij hoopt dat geen gebruik wordt gemaakt. De staatssecretaris verwacht dat rechthebbenden hun pijlen met name richten op partijen die het up- en downloaden faciliteren en bevorderen. Teeven beoogt de jurisprudentie die op dit terrein bestaat, gebaseerd op het leerstuk van onrechtmatige daad, te codificeren. Daarnaast moet de mogelijkheid worden geïntroduceerd de toegang van Nederlandse consumenten tot ‘illegale websites’ in het buitenland te blokkeren. Dergelijke blokkades zullen moeten worden uitgevoerd door internetproviders.

In vergelijking met de situatie medio vorige eeuw, kiest de staatssecretaris er dus voor om de producenten van de magnetofoon en de verkopers van het apparaat aansprakelijk te maken. Gelet op de historie van de thuiskopieregeling is de wens van Teeven dat geen gebruik wordt gemaakt van het verbodsrecht geen vreemde. Ook bij het controleren van de activiteiten van internetgebruikers komt het recht op eerbieding van de persoonlijke levenssfeer snel in het gedrang.

Een andere keuze was ook mogelijk geweest. In plaats van de regeling af te schaffen, had Teeven ervoor kunnen kiezen de regeling uit te breiden. Hij had kunnen pleiten voor een vergoedingsrecht voor consumenten die ‘op beperkte schaal bestanden uploaden’. Het gevolg zou zijn dat rechthebbenden ook betaling zouden ontvangen voor handelingen die op dit moment niet effectief te bestrijden zijn. Daar zouden zowel consumenten als rechthebbenden profijt van hebben. Eén ding is zeker: het model van Teeven bevordert niet de innovatie. Het verleggen van de aansprakelijkheid van consumenten naar partijen die betrokken zijn bij de illegale handelingen, zal een verstikkende werking hebben.

Mr. Chr.A. Alberdingk Thijm is advocaat te Amsterdam en medewerker van het NJB. Deze opinie is verschenen in NJB 2011/17.

Deel dit artikel:

{ 10 reacties }

{ 7 reacties… lees hieronder of reageer }

1 Dirk Visser 27 april 2011 om 14:19

Volgens Alberdingk Thijm had Teeven “kunnen pleiten voor een vergoedingsrecht voor consumenten die ‘op beperkte schaal bestanden uploaden’”.

Zoals Alberdingk Thijm heel goed weet is “een vergoedingsrecht voor consumenten die ‘op beperkte schaal bestanden uploaden’” in strijd met verschillende auteursrechtelijke verdragen en Europese richtlijnen. Dus je kunt er wel voor pleiten, maar het is nogal kansloos.

Los daarvan weet Alberdingk Thijm ook heel goed dat de beperking “op beperkte schaal” bij uploaden voor iedereen een wassen neus is. Als aan alle consumenten zou worden toegestaan om te uploaden, zou iedereen samen daarmee gratis zonder toestemming al het werk van anderen op internet mogen zetten. Dat is niet alleen in strijd met verdragen, maar ook bepaald onwenselijk.

Teeven had er ook voor kunnen kiezen de heffingen uit te breiden, suggereert Alberdingk Thijm. Dat had inderdaad gekund. Teeven had heffingen kunnen voorstellen op alle mp3-spelers, harddisks, pc’s, laptops, tablets, usb-sticks, mobiele telefoons en internetabonnementen.

Daarmee had iedereen zich gelegitimeerd gevoeld om alle wat los en vast zit illegaal te downloaden en te uploaden. Er was toch immers al een heffing voor betaald?

Vervolgens zou de heffing op deze mp3-spelers, harddisks, pc’s, laptops, tablets, usb-sticks, mobiele telefoons en internetabonnementen steeds verder moeten worden verhoogd omdat er met legale exploitatie van beschermd werk niets meer te verdienen viel.

Waar dat uiteindelijk in resulteert valt hier te lezen:

http://www.ivir.nl/publicaties/hugenholtz/spoorbundel_memento.pdf

2 Tim Kuik 30 april 2011 om 07:41

Downloadverbod: Justice For All

Downloadverbod: Back To The Future, zegt advocaat Christiaan Alberdingk Thijm in zijn opinie. Hij spreekt zich uit tegen het in de Speerpuntenbrief van staatssecretaris Teeven voorgestelde ‘downloadverbod’ maar er zit iets scheef in zijn redenering.

Alberdingk Thijm gaat er aan voorbij dat, zoals Teeven aangeeft, Nederland (m.u.v. Zwitserland) internationaal alleen staat in het toestaan van downloaden van (evident) illegaal aangeboden muziek-, film- en boekbestanden. Overigens is in het downloaden van illegaal aangeboden software- en gamesbestanden in Nederland wel gewoon verboden.

Thijm wil liever een heffing dan handhaving en grijpt voor het staven van zijn streven terug op de geschiedenis voor de invoering van een thuiskopieheffing op cassettebandjes in Duitsland omdat men terecht niet bij mensen thuis wilde handhaven. Het Duitse voorbeeld van Thijm is zeker illustratief maar om andere redenen dan hij noemt. In Duitsland bestaat namelijk een heffing en tevens een verbod op downloaden van evident illegaal aanbod. Die sluiten elkaar daar dus niet uit en dat zou in Nederland ook niet hoeven. Daarnaast wordt in Duitsland niet gehandhaafd tegen illegale downloaders dus ook dat is niet de conditio sine qua non van een downloadverbod. Er wordt in Duitsland overigens wel tegen illegale uploaders gehandhaafd. Dat in tegenstelling tot Nederland waar dat ook mogelijk zou zijn, maar BREIN richt haar pijlen op inbreukfaciliterende websites en -diensten.

In Nederland wil BREIN het ‘downloadverbod’ enkel handhaven tegen sites die stelselmatig en structureel het illegaal up- en downloaden faciliteren, zoals BREIN dat trouwens al jaren doet. Het verbod op downloaden van ongeautoriseerd aanbod is nodig omdat de rechter heeft bepaald dat ‘downloaden van illegaal aanbod door de Nederlandse wetgever is toegestaan en dus ook het faciliteren van downloaden van illegaal aanbod is toegestaan.’ Met het verbod kunnen dus ook sites die pretenderen alleen het illegaal downloaden te faciliteren efficiënt en effectief worden aangepakt.

Handhaving tegen inbreukmakende downloaders is dus evenmin als in Duitsland de bedoeling. Voor het onwenselijke aanspreken van mensen die ‘beperkt’ inbreuk maken, vormt overigens de belangenafweging die de Hoge Raad in Lycos-Pessers als voorwaarde voor afgifte van persoonsgegevens stelt, een drempel tegen lichtvaardige claims.

Wel is het een absolute noodzaak dat als laatste redmiddel tegen sites die zich anoniem aan de wet onttrekken en onderdak vinden bij malafide hosting providers in het buitenland, access providers de toegang tot zulke sites blokkeren. Dat grijpt niet in de privacy in en maakt slechts ontoegankelijk wat al ontoegankelijk had moeten zijn. Thijm is van mening dat “het verleggen van de aansprakelijkheid van consumenten naar faciliterende websites, een verstikkende werking zal hebben”. Het zal inderdaad een verstikkende werking op inbreukfaciliterende websites hebben. Dat is nu precies de bedoeling. Daarnaast zal het een stimulerende werking hebben op de investering in innoverende distributiemodellen op het internet (en daarnaast ook in de productie van nieuwe content voor die distributiemodellen). Het is niet voor niets dat Nederland met haar gebrek aan een ‘downloadverbod’ ook daarin uit de pas loopt.

3 CtrlSPATIE 30 april 2011 om 18:55

De ‘investering in nieuwe distributiemodellen’ van Kuik klinkt natuurlijk prachtig. Auteurs kunnen verdienen aan de verkoop van hun werk. Daar kan niemand op tegen zijn.

De internet-providers moeten dan wel aansprakelijk gesteld kunnen worden voor de handhaving van het auteursrecht, anders blijft iedereen natuurlijk ‘illegaal’ distribueren.

De gedoodverfde oplossing hiervoor is het filteren van al het internetverkeer: Deep Packet Inspection (DPI). Los van het censuur vraagstuk, kosten filters bakken met geld en zijn ze altijd te omzeilen. Elke kluis is immers te kraken. Daar blijven de providers dus een aansprakelijkheidsrisico lopen.

Daarnaast hebben de providers afgelopen week aangegeven hun diensten-monopoly in ere te willen herstellen. De meest logische stap is dus om deze nieuwe aansprakelijkheid uit te onderhandelen en contractueel neer te leggen bij de uitgevers. Alleen die websites waarvan de uitgever garandeert dat de content auteursrechtelijk beschermd is wordt nog doorgegeven, de rest wordt geblokkeerd.

In de praktijk maakt Fred Teeven iedere auteur afhankelijk van de ‘nieuwe distributiemodellen’ van Tim Kuik. Als maker wordt ik geconfronteerd met de hogere distributiekosten die voortvloeien uit de benodigde investeringen.

Nou is het ongetwijfeld niet de bedoeling van de Fred Teeven of Tim Kuik, maar met de oplossing die ze voorstaan komt mijn verdienmodel, gebaseerd op lage distributiekosten, behoorlijk onder druk te staan.

4 Rob Cazemier 2 mei 2011 om 14:31

Graag wil ik de volgende opmerkingen plaatsen:

Verdwijnt Youtube in de toekomst door het voorstel van de heer Teeven? wil de overheid meer invloed/ geld ontvangen uit het aantal downloads? wat voor gevolgen (effecten) heeft het betalen voor downloads voor rechthebbenden? en hoe zit het met beschermen van de consument t.o.v. cybercrime? Dit zijn enkele vragen die onbeantwoorden blijven, maar wel belangrijk zijn om een goede beslissing te nemen.

Iedereen bestempeld het illegaal downloaden/ uploaden altijd als schending van de auteursrechten (wat overigens gedeeltelijk waar is), maar er wordt vervolgens niet goed bekeken wat voor effect het heeft als voor alle downloads/ uploads betaald moet worden (Cybercrime, beveiligingen etc.)

Juridisch gezien klopt het verhaal, maar moeten juristen/ advocaten in de huiden van ICT-ers klimmen om dit verhaal praktisch te kunnen beoordelen? Ik denk van niet.

Een voorbeeld: Apple heeft Itunes gelanceerd (wat naar mijn idee een uitstekend ontwerp is), maar hangt er nog wel een redelijke prijs aan per download. Gevolg -> mensen die het kunnen betalen, downloaden bestanden via Itunes en de rest via het illegale downloadcircuit (marktwerking).

Ook wil ik het fenomeen leechers en seeders graag benadrukken. Dit blijkt voor juristen vaak een onduidelijk begrip. Een willekeurige downloader (van bestanden) is voor een download programma (bijvoorbeeld: Limerwire of Bearshare) zowel een leecher als een seeder. Wie moet in dit geval wat betalen? en hoe wordt dit gemeten?

Rechtspraak op het gebied van ICT heeft al eerder laten zien dat BIT torrent providers en andere download providers niet per definitie auteursrecht schenden en dat procedures vaak lastig en kostbaar zijn.

Is het dus in het belang van de advocaten/ overheid die hun reputatie willen vergroten (en financiën)? of is het een beslissing gemaakt door de markt?

5 bona fides 5 mei 2011 om 16:25

@CtrlSpatie:
“Nou is het ongetwijfeld niet de bedoeling van de Fred Teeven of Tim Kuik, maar met de oplossing die ze voorstaan komt mijn verdienmodel, gebaseerd op lage distributiekosten, behoorlijk onder druk te staan.”

Wat is jouw verdienmodel? Toch niet gebaseerd op het zonder toestemming aan de man brengen van andermans werk, mag ik hopen? Voor zover je met toestemming werken distribueert is er toch niets aan de hand? (En zal een enigszins effectieve handhaving van het auteursrecht toch eerder in jouw voordeel zijn?)

Uitleg?

Wat betreft de link downloadverbod – DPI, het is nu al streng verboden om bepaald soort materiaal te downloaden, toch kan dit blijkbaar zonder aansprakelijkstelling van ISP’s en zonder DPI.

Om één of andere reden is het heel verleidelijk om een wettelijk verbod gelijk te schakelen met “het is noodzakelijk om technische maatregelen te treffen die voor 100% handhaving zorgen”, om vervolgens op de belachelijke gevolgen te wijzen. Dat is echter vrij onzinnig. Juridische verboden zijn nu juist een middel om geen waterdichte technische voorzieningen te hoeven treffen. Moord is wettelijk verboden, toch pleit niemand ervoor om op iedere straathoek mensen te fouilleren en te ondervragen.

100% handhaving van het auteursrecht zou ook geen enkel redelijk doel dienen. Het auteursrecht is ervoor om te zorgen dat nieuwe werken worden gecreëerd door auteurs exploitatiemogelijklheden te bieden. Het is voldoende om te zorgen dat die exploitatiemogelijkheden niet te zeer worden aangetast door ongebreidelde auteursrechtelijke inbreuken (of zelfs een totaal gebrek aan juridische bescherming).

De ideale oplossing heb ik trouwens niet. Overigens lijkt de bewering van Teeven dat downloaden wel onrechtmatig maar niet strafbaar wordt mij te berusten op een gebrek aan kennis van de Auteurswet. Als downloaden straks niet meer onder art. 16c Aw valt, is (opzettelijk zonder toestemming) downloaden gewoon strafbaar als misdrijf (art. 31 Aw).

6 bona fides 5 mei 2011 om 17:45

@Rob Cazemier:
“Verdwijnt Youtube in de toekomst door het voorstel van de heer Teeven?”

Meerdere rechters binnen de EU hebben YouTube als een hosting provider met een afdoende notice-and-takedown procedure aangemerkt, zodat YouTube gevrijwaard lijkt te zijn van aansprakelijkheid (art. 6:196c lid 4 BW). Sowieso lijkt het voorgenomen downloadverbod YouTube zelf niet te kunnen treffen.

Wat de gebruikers van YouTube betreft is het minder duidelijk. Mijn mening is dat het bekijken (streamen) van een filmpje op YouTube geen auteursrechtelijk relevante verveelvoudiging inhoudt, (net zo min als het afspelen van een al dan niet rechtmatig vervaardigde en verspreide DVD) zodat YouTube-gebruikers van het downloadverbod geen last zouden mogen hebben.

Maar helemaal duidelijk is dit niet, gelet bijvoorbeeld op de punten 74 t/m 101 van de conclusie bij C-403/08.

7 Jeroen van Woezik 6 juli 2011 om 15:30

Ik heb het bovenstaande artikel en commentaren met belangstelling gelezen. Graag plaats een aantal (praktische) kanttekeningen.

Teeven wil dat het auteursrecht innovatie stimuleert. In zijn brief aan de Kamer onderschrijft hij, dat het een groot probleem is dat er nog te weinig legale en gebruiksvriendelijke alternatieven zijn op het downloaden uit illegale bron. Naar mijn mening moet naast het aanbieden van legale alternatieven een meerwaarde worden gecreëerd tegenover de downloads uit illegale bron. Dat is nu bijvoorbeeld het geval in de filmindustrie door films in 3D te maken. De vraag is of het beleid (en met name de speerpunten) van Teevens innovatie in de branche gaan stimuleren. Je zou zeggen dat het voorgenomen beleid niet opeens tot nieuwe inzichten omtrent meerwaarde, gebruiksgemak en innovatie leidt.

Het downloaden uit evident illegale bron wordt onrechtmatig, maar niet strafbaar. Het door Teeven aangekondigde “afgewogen handhavingskader” (geen handhaving jegens consumenten) gaat echter lijken op het Nederlandse gedoogbeleid ten aanzien van sommige geestverruimende middelen. Uiteraard is er veel voor te zeggen om niet jegens consumenten te handhaven. Ook de handelswijze van BREIN laat zien dat dit niets nieuws onder de zon is. Het is ook logisch gezien de verhaalsmogelijkheden van de faciliterende websites ten aanzien van consumenten. Echter zal het in beginsel aan de rechthebbende(n) zijn om te bepalen jegens wie zij haar verbodsrecht uitoefent. Wat zijn daardoor de praktische consequenties voor een dergelijk handhavingskader voor de consumenten?

Teeven verwijst in zijn brief aan de Kamer dat de uitgangspunten van de uitzondering van artikel 45n Aw op de thuiskopie-exceptie (artikel 16 b/c Aw) moet worden doorgetrokken. Voor games en software geldt al geruime tijd dat het downloaden uit evident illegale bron onrechtmatig is, zonder dat dit tot verzwaring van de handhavingspraktijk heeft geleid. Als artikel 45n Aw ook ten aanzien van muziek en films gaat gelden, dan ontstaat een situatie waarin het kopiëren van een cd in iTunes, MP3 speler of mobiele telefoon, of een kopie voor in de auto in feite al een onrechtmatige handeling is. Is het in die zin niet beter om ten aanzien van games, muziek en films een thuiskopie-exceptie voor consumenten te behouden zonder dat daar een billijke vergoeding tegenover hoeft te staan? Naar mijn mening zou dat beter bij de praktijk aansluiten en duidelijkheid scheppen over de positie van de consument.

Omdat het downloaden uit evident illegale bron onrechtmatig wordt, kan volgens Teeven ook de thuiskopie-exceptie op de schop (inclusief de daarbij behorende billijke vergoeding). Alberdingk Thijm stelt voor de heffing juist uit te breiden op bijvoorbeeld ook laptops et cetera. Visser is van mening dat dit een vrijbrief geeft voor consumenten, omdat iedereen zich gelegitimeerd zou voelen om alles wat los en vast zit te downloaden.

Ik vraag me (gezien de huidige praktijk) af of het “gedogen” jegens consumenten niet sowieso een vrijbrief aan consumenten geeft om alles te downloaden. Hierbij merk ik op dat de huidige “billijke vergoeding” voor de (belevingswereld) van de gemiddelde internet gebruiker totaal irrelevant is. Zeker wat betreft zijn of haar download gedrag. De gemiddelde internet gebruiker voelt zich sowieso in algemene zin gerechtigd om alles te downloaden. Dit vindt mede zijn oorsprong in het gebrek aan meerwaarde van het legale product en het gebrek aan legale voor de consument interessante alternatieven.

Niemand vraagt zich voordat hij of zij een album of film download af of hij genoeg lege cd’tjes heeft gekocht en daarmee de billijke vergoeding van artikel 16 c lid 2 Aw heeft betaald om aanspraak te kunnen maken op de thuiskopie-exceptie. De mindset van de internet gebruiker over het downloaden uit illegale bron moet veranderen. Daarbij draagt het “gedogen” van onrechtmatig downloaden door consumenten niet aan bij.

Teeven geeft voor het wegvallen van de inkomsten uit de heffing op lege dragers als oplossing dat rechthebbenden de vergoeding voor het kopiëren van een thuiskopie in de prijs van het product kunnen verwerken en het kopiëren eventueel technisch kunnen reguleren. Echter, in de huidige “crisis” wat betreft verkoop van bijvoorbeeld fysieke cd’s, is dit niet bepaald een marktgerichte en consument vriendelijke oplossing (en uiteindelijke moet de branche het hebben van de consument die zijn producten wil afnemen). Immers staan de prijzen voor cd’s al jaren onder druk en kan bij de huidige beveiliging van een cd niemand meer de muziek op zijn pc of MP3-speler zetten. Tenslotte betalen de consumenten die het product legaal kopen voor de inbreukmakende download van de buurman.

Naast de heffing is het voor Teeven van belang dat er makkelijker tegen inbreukfaciliterende websites opgetreden kan worden. Zorgt de invulling van de derde pijler ervoor dat rechthebbenden makkelijker kunnen optreden tegen inbreukfaciliterende websites? Wellicht dat de volgende drie punten hieraan kunnen bijdragen.

Er zijn tal van voorbeelden te geven van rechthebbenden die juist dankzij het illegaal verspreiden van hun werk(en) bestaansrecht hebben opgebouwd en hun inkomsten bijvoorbeeld generen uit andere bronnen van inkomsten zoals het geven van optredens en het verkopen van merchandise. Dit is een complicerende factor bij het begroten van de schade die rechthebbenden hebben geleden. Zeker wanneer een groep rechthebbenden worden vertegenwoordigd.

Ongetwijfeld valt te berekenen hoeveel downloads via een bepaalde evident illegale bron hebben plaatsgevonden, alleen hoe wordt het voordeel (grotere naamsbekendheid, dus hogere gage, meer fans dus meer merchandise verkoop en meer airplay, et cetera) dat rechthebbenden als gevolg van de illegale download genieten verrekend met de geleden schade (ex artikel 6:100 BW)?

De rechter bepaalt immers niet alleen welk voordeel redelijk is om met de schade te verrekenen, maar ook op welke schadeposten het voordeel in mindering dient te komen. De rechter heeft bij de toepassing van het redelijkheidscriterium van artikel 6:100 BW een grote vrijheid.

Wellicht een punt om enige discussie op voorhand te vermijden en een principieel standpunt op in te nemen en ten aanzien van artikel 6:100 BW een bepaling in de Auteurswet op te nemen, dat eventueel genoten voordeel uit downloads uit illegale bron, niet voor verrekening in aanmerking komt. De wet stelt in sommige gevallen buiten twijfel dat verrekening wel of niet plaats dient te vinden (zie bijvoorbeeld artikel 6:107a BW). De uitsluiting van verrekening van voordeel met de schade is in die zin geen novum.

Daarnaast zou Teeven om de slagvaardigheid van bijvoorbeeld BREIN te vergoten, een bepaling in de Auteruswet kunnen overwegen waarin stichtingen zoals BREIN, die opkomen voor de belangen van rechthebbenden tegen inbreukfaciliterende websites, specifiek in die gevallen het recht krijgen om een schade vergoeding te eisen, hetgeen nu ingevolge artikel 3:305a lid 3 BW niet mogelijk is.

Omdat het begroten van de schade zeer ingewikkeld kan zijn, kan ten aanzien hiervan in staffelvorm een standaard vergoeding worden opgenomen, zeg maar een standaardvergoeding per download. De begroting van de werkelijke schade zal in veel gevallen moeilijk zijn en een hoge standaardvergoeding kan naast het vergoeden van de geleden schade een afschrikwekkende werking hebben.

Reageren

{ 3 trackbacks }

Vorige post:

Volgende post: