Aansprakelijkheid in kwaliteit

door Ton Hartlief

op 16 mei 2011 in Vooraf

Afbeelding bij Aansprakelijkheid in kwaliteit

Loretta mocht na de training in de binnenbak nog even uitlopen. Op uitnodiging van degene die het paard daarbij begeleidde, kwam vervolgens een tienjarig meisje de bak binnenlopen. Toen Marloes achter Loretta langs liep, trapte het paard in haar gezicht met ernstig letsel als gevolg.

Het geval heeft drie rechterlijke instanties beziggehouden. Alsof het zo’n ingewikkeld geval is, zult u denken. Dat Loretta’s ‘eigen energie en het onberekenbare element dat daarin opgesloten ligt’ cruciaal waren, staat toch buiten kijf. Daarmee komt, zo denkt u nog steeds, art. 6:179 BW in beeld. Deze bepaling brengt een risicoaansprakelijkheid voor dieren mee die is gekoppeld aan een bepaalde hoedanigheid.

Hier is iemand in kwaliteit aansprakelijk, maar wie? Dat blijkt, zo heeft deze zaak pijnlijk duidelijk gemaakt, een lastiger vraag dan men zou denken. Art. 6:179 schuift de bezitter naar voren. De parlementaire geschiedenis hecht vooral aan de gedachte dat de bezitter een makkelijk te traceren persoon zou zijn, voor wie het tevens voor de hand ligt zich te verzekeren tegen mogelijke aansprakelijkheid.

De ouders van Marloes stellen als haar wettelijk vertegenwoordigers inderdaad eigenaar/bezitter Van de Water aansprakelijk voor de schade. Van de Water meent echter dat zij bij hem aan het verkeerde adres zijn: manege De Gulle Ruif is aansprakelijk, niet omdat zij bij nader inzien bezitter zou zijn, maar omdat zij bedrijfsmatig gebruiker van het paard was. Art. 6:181 brengt mee dat de aansprakelijkheden van art. 6:173 (gebrekkige roerende zaken), art. 6:174 (gebrekkige opstallen) en art. 6:179 (dieren) in geval van bedrijfsmatig gebruik van deze zaken en dieren rusten op de bedrijfsmatig gebruiker en dus niet op de bezitter. Maar maakte de manege nu bedrijfsmatig gebruik van Loretta? Naar normaal spraakgebruik, zo geeft de rechtbank aan, is dat niet het geval: het paard was immers van Van de Water en werd niet door de manege aan derden verhuurd of voor rijlessen ingezet. Het paard was slechts ter ‘belering’ in de manege: het werd daar tegen betaling getraind en zadelmak gemaakt. Het beleren vormt uiteraard een onderdeel van de bedrijfsuitoefening, de manege verdient er geld mee, maar is het trainen en zadelmak maken nu bedrijfsmatig gebruik? Rechtbank en Hof meenden van wel en krijgen steun van de Hoge Raad (RvdW 2011, 455).1 Art. 6:181 met zijn verlegging van de aansprakelijkheid berust enerzijds op de overweging dat de benadeelde niet behoort te worden belast met de moeilijkheden van een onderzoek naar en de bewijslevering betreffende de identiteit van de schuldenaar en anderzijds op de eenheid van de onderneming in het kader waarvan het dier wordt gebruikt, het feit dat bedrijfsmatig verrichte activiteiten in beginsel zijn gericht op het verkrijgen van profijt, en het feit dat van een ondernemer kan worden gevergd dat hij zijn bedrijfsrisico als één risico verzekert. Bij de beantwoording van de vraag of de aansprakelijkheid van art. 6:179 in plaats van op de bezitter rust op degene die het dier bedrijfsmatig gebruikt, is niet relevant of degene die dit bedrijf uitoefent bezitter dan wel houder van het dier is, ook niet of het doel waartoe het dier aldus wordt gebruikt, inmiddels bijna is bereikt en evenmin of hij het dier duurzaam en ten eigen nutte gebruikt.

Uiteindelijk is De Gulle Ruif hier inderdaad bedrijfsmatig gebruiker, zodat zij en niet Van de Water hier de kwalitatief aansprakelijke persoon is. Voor Marloes en haar ouders was het een harde les: zij bleken de verkeerde te hebben aangesproken. Tijd om alsnog de juiste persoon op de korrel te nemen was er niet meer.

Zij liepen stuk op een centraal element van het wettelijk systeem dat voor slachtoffers zeer vervelend kan uitpakken: de aansprakelijkheden van art. 6:173, 174 en 179 rusten hetzij op de bezitter, hetzij op de bedrijfsmatig gebruiker. Het systeem is er een van alternativiteit. Cumulatie van kwalitatieve aansprakelijkheden werd onwenselijk geacht, mede met het oog op het voorkomen van dubbele verzekeringslasten. Tegelijkertijd, zo geeft ook de Hoge Raad aan, geldt er geen exclusiviteit: dat er een kwalitatieve aansprakelijkheid (van bezitter of bedrijfsmatig gebruiker) is, staat niet in de weg aan een op art. 6:162 gebaseerde aansprakelijkheid van enige persoon (denk aan een echte derde, maar het zou ook weer de bezitter of bedrijfsmatig gebruiker kunnen zijn). Dat stelt het argument van de dubbele verzekeringslasten in een wat ander licht: in de praktijk zullen die er wel degelijk zijn. Vaak zullen bij schade veroorzaakt door zaken wel degelijk meerdere personen tegen aansprakelijkheid verzekerd zijn.

Zaken als deze roepen de vraag op of het wettelijk systeem niet alsnog door een uitgangspunt van cumulatie zou moeten worden beheerst2: naast de bezitter zou ook de bedrijfsmatig gebruiker in zijn kwaliteit aansprakelijk te stellen moeten zijn. Ik voorspel in ieder geval dat het huidig systeem nog vaker eisers zal treffen die hun geld op de verkeerde persoon zetten.3 Neem alleen al de volgende casus. Een man brengt zijn auto naar de garage voor een reparatie aan de achteras. Tijdens een proefritje door de monteur breekt de versnellingspook af. De bestuurder schrikt zodanig dat hij een aanrijding veroorzaakt. Wie is er aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door deze gebrekkige roerende zaak (art. 6:173)? Probeer het maar eens in uw omgeving: hoevelen denken er, mede tegen de achtergrond van het arrest waarin Loretta een kwalijke hoofdrol speelt, werkelijk aan het garagebedrijf in diens kwaliteit van bedrijfsmatig gebruiker van deze auto?

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2011/20.

Bron afbeelding: Jaap Kramer

  1. Ik heb mij mede laten inspireren door de bespreking van dit arrest op njblog.nl.
  2. Natuurlijk kan men in het huidige systeem meerdere personen in rechte betrekken, maar dat heeft consequenties in de kostensfeer en kan ook meer tegenspraak en tegenstand organiseren.
  3. En dan rijzen vragen van beroepsaansprakelijkheid (advocaat) of zoals in het Loretta-arrest vertegenwoordigersaansprakelijkheid.
Deel dit artikel:

{ 0 reacties }

Reageren

Vorige post:

Volgende post: