Ratko Mladic en de oorlogspropaganda

door Ybo Buruma

op 6 juni 2011 in Vooraf

Afbeelding bij Ratko Mladic en de oorlogspropaganda

De arrestatie van Ratko Mladic is een grote gebeurtenis. Een pleister op de open wonde van het Joegoslaviëtribunaal (ICTY). Dat tribunaal is opgericht vanwege de oorlogen op de Balkan die tussen 1991 en 1995 meer dan 100.000 doden kostten; twee miljoen mensen verloren huis en haard. Er zijn door het tribunaal 161 arrestatiebevelen uitgeschreven en sommige daarvan betroffen echte rotzakken. Maar van succesvolle vervolging van de hoofdverantwoordelijken kon nauwelijks worden gesproken.

De twee belangrijkste veroorzakers van het (gecompliceerde) drama in Joegoslavië zijn de dans ontsprongen. De Serviër Slobodan Milosevic en de Kroaat Franjo Tudjman wisten zoveel haat te zaaien met hun nationalistische bewegingen dat zij mensen die tot aan het eind van de jaren 80 vreedzaam met elkaar hadden geleefd in een gruwelijke burgeroorlog stortten. De Kroaat was een fanaticus en de Serviër een opportunist, maar beiden waren bovenal geïnteresseerd in hun eigen politieke leiderschap. Tudjman riep na zijn verkiezingsoverwinning de onafhankelijkheid van Kroatië uit, waarna Milosevic de stad Vukovar liet belegeren en verwoesten. Tudjman sprak vervolgens van een defensieve Oorlog voor het Vaderland en Milosevic zei op te komen voor een geslachtofferd volk – waarbij hij kon doelen op duizenden Serviërs die moesten vluchten uit Kroatië, bijvoorbeeld uit de Krajinaregio. Intussen spraken ze in het geheim af Bosnië en Herzegovina onderling te verdelen. Het multi-etnische Bosnië besloot zich evenwel onafhankelijk te verklaren, waarbij de president Alija Izetbegović streefde naar een moslimstaat. De daar woonachtige Serviërs riepen vervolgens de Republika Srpska uit, ook onder het motto van een Oorlog voor het Vaderland.1

Milosevic stierf tijdens zijn proces in 2006 in een Haagse cel. Wel vervolgd, maar niet veroordeeld. Daardoor is ook zijn rol als aanjager van de haat die aan moordenaars de kans gaf, nog steeds omstreden en zo kan hij de geschiedenis in: als een omstreden president. Tudjman ging dood voordat de aanklager klaar was, al werd hij in het proces tegen generaal Gotovina wel genoemd als hoofdrolspeler in een ‘joint criminal enterprise’ om de Krajina etnisch te zuiveren. Ten langen leste kunnen nu wel de twee belangrijkste mannen uit de (Bosnisch Servische) Republika Srpska worden berecht: de in 2009 gearresteerde politieke leider Radovan Karadzic en de militaire leider Ratko Mladic.

Uit het Srebrenicarapport van het NIOD blijkt dat Mladic meer nog dan Milosevic en Karadzic de agressieve lijn in de Republika Srpska volgde. Hij wilde het gebied voor de Bosnische Serviërs reserveren en dus van Moslims ‘zuiveren’. Blijkens de (gepreciseerde) aanklacht zal de individuele verantwoordelijkheid van Mladic binnen vier te onderscheiden Joint Criminal Enterprises (waarvan steeds ook Karadzic deel uitmaakte) moeten worden onderzocht. Die Joint Criminal Entreprises betroffen het georganiseerd vermoorden van duizenden moslims in 23 dorpen die door Bosnische-Serviers werden geclaimd, het inzetten van snipers en granaten bij Sarajevo, de moord op circa 8000 jongens en mannen in Srebrenica en het gijzelen van UN-personeel.

Wat betreft die individuele verantwoordelijkheid zal moeten worden bezien wat Mladics rol was ten opzichte van die van de politieke leider Karadzic, die een slechte verhouding met ‘zijn’ generaal had. En hoever strekte Mladics eigen verantwoordelijkheid voor het beulswerk, gegeven dat ook andere militairen, zoals de reeds veroordeelde generaal Krstic, daarvoor verantwoordelijk waren? Een in het NIOD-rapport aangehaalde Bosnisch-Servische bron karakteriseerde hen als een groep moordenaars rond de paranoïde Mladic die hem volgden als trouwe honden.

In een toespraak heeft Mladic gezegd dat hij Srebrenica als geschenk aan het Servische volk teruggaf na de vele vernederingen die het in de loop der eeuwen door de ‘Turken’ had moeten ondergaan. Het is een voorbeeld van de angst en haat die ook hij jegens de moslims zaaide. Toch schuilt hier een lastig punt. Er zijn wel degelijk mensen die hem als hun beschermer beschouwen. Bij het proces tegen een van de leiders van de moslimmilities, Naser Oric, ging het om de verwoesting van 50 dorpen in Oost Bosnië nabij Srebrenica waarin overwegend Serviërs woonden. Ook werden ernstige misdrijven gepleegd tegen gedetineerde Serviërs. Oric werd in appel vrijgesproken bij gebrek aan bewijs dat hij zich bewust was van (en controle had over) wat zijn mannen deden. Maar de gebeurtenissen zelf riepen natuurlijk begrijpelijke woede op. En de angst voor de als buitenlanders te identificeren mannen in djellaba’s die door de straten van de Bosnische stad Zeniza liepen – later bleken het aan al-Qaida gerelateerde strijders – maakte het niet beter.

Dat de vermoedelijke opperbeul zich nu voor de rechter moet verantwoorden, is geweldig. En toch vervult het beeld van de gevangen Mladic als icoon van gekooide slechtheid me met enige ambivalentie. We zouden haast vergeten dat het haatzaaiers waren die de weg vrijmaakten voor militairen zoals hij. Onder de oppervlakte rommelde het voor de oorlog wel, maar je hoeft niet van elkaar te houden om in vrede te leven. In een hoofdstuk met de titel ‘Why we need monsters’ schrijft Slavenka Drakulic dat het allemaal begonnen was met een sfeer waarin je mensen van een andere nationaliteit niet langer groette, al was het maar uit angst voor de blik van anderen.2 In haar boek staat ook het verhaal van een van de mannen die niet de moed had te weigeren mee te doen aan het bloedbad van Srebrenica. Het lijdt geen twijfel dat deze man minder slecht is dan Mladic. Maar is het zo bezien niet zo dat Mladic de ruimte heeft gekregen door het ethnische en nationalistische gif van Milosevic en Tudjman? Uiteindelijk is de oorlogspropagandist minstens zo’n grote misdadiger als de moordenaar.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2011/23.

Bron afbeelding: alessio.sartore

  1. D. Gavrilovic & V. Perica, Political Myths in the Former Yugoslavia and Successor States, Institute for Historical Justice and Reconciliation, 2011.
  2. Slavenka Drakulic, They would never hurt a fly; war criminals on trial in The Hague, Abacus 2004.
Deel dit artikel:

{ 0 reacties }

Reageren

Vorige post:

Volgende post: